De Bart

De afgelopen maanden heb ik niemand gezien, gesproken of gehoord met uitzondering van een vormgever, illustrator en drukker. Ik had de eer om als adjunct-hoofdredacteur te werken aan de jubileumglossy De Bart. Vette shit!
Met Bart de Graaff als hoofdredacteur is het een gaaf blad geworden. Van een zoenende Irene Moors tot een zingende Lee Towers, heb ik mogen interviewen. Ik heb ontzettend veel teksten mogen schrijven en de algehele coördinatie mogen doen. Het was leerzaam en ontzettend hard werken. In één maand een glossy realiseren, is gekkenwerk. Ik ben dol op gekkenwerk en dol op het eindresultaat:

De Bart is een glossy vol met mooie, ontroerende en grappige verhalen over, voor en zelfs door Bart.
En online kun je het ook lezen…

 

 

Bewaren

Bewaren

Bloggen voor een product

Beste Chantal,

Ik wil je hartelijk bedanken voor je email. Complimenten over mijn website is altijd leuk om te horen. Ik vind het fijn dat jullie meedenken. Want je hebt gelijk, het is soms heel moeilijk iets nieuws te bedenken waar ik over kan schrijven.

En natuurlijk wil ik een kijkje nemen op jullie website. Oh…… Je wilt dat ik de website benoem en schrijf hoe leuk jullie product is. En jullie geven daar iets voor.  De leukste blog krijgt het product ook daadwerkelijk. Dus als ik voor jullie over jullie product blog, dan word ik misschien ook beloond. Wat me misschien nog acceptabel lijkt is: jullie geven het product en ik schrijf er misschien een blog over.

Maar beste Chantal, ik heb er over nagedacht en wil helaas niet op jullie aanbod ingaan.

Met vriendelijke groet,

Sabrina van Loon

De laatste tijd krijg ik meer van deze mails. Verschillende producten, maar bijna identieke teksten. Als ik een blog schrijf over een product dan krijg ik het product of maak ik kans om dit te krijgen. Dat laatste vind ik niet respectvol.

Ik vraag me altijd af hoe ze bij mijn website uitkomen. Ik heb nog nooit reviews geschreven.  Waarschijnlijk is het willekeur, maar dat terzijde. Ik twijfel soms wel of ik een keer op zo’n aanbod in moet gaan. Het is een soort betaling in natura toch? En als ik echt mag schrijven wat ik ervan vind, waarom niet?
Maar past het wel en zitten er geen addertjes onder het gras en wat doet het met mijn onafhankelijkheid en, en, en…En misschien denk ik wel te moeilijk en maak ik het te ingewikkeld (een talent van mij).

Dus mijn vraag aan jullie. Waarom (zouden) jullie het wel doen?

 

 

 

 

Rollenspel

‘Ik heb nooit gedacht dat hij een Alfa-mannetje was, meer een oude, wijze, grijze chimpansee’, zegt een vriendin.
Ik kijk haar verbaasd aan.
Ik weet zeker dat zijn moeder net zo verbaasd zou kijken als ik en hem ziet als een eeuwig puberende brulaap. Terwijl hij bij zijn vrienden een grappige, bijdehante slingeraap is. Voor een aantal mensen zal hij altijd een snotaap blijven en op zijn werk heeft hij misschien wel iets van een rustige, wijze chimpansee. Wat ik zeker weet is dat hij voor mij de knapste, slimste en meest gespierde baviaan is die er bestaat.

Ik  herken bij mezelf niet het harige gedeelte maar wel de verschillende rollen. Afhankelijk van de mensen om mij heen, laat ik ook verschillende kanten van mezelf zien. Zo kan ik het eeuwig zeurende en onzekere kind zijn, dat altijd bang is dat ze iets tekort komt, of een zelfverzekerde vrouw. Kan ik van een jong, vrolijk geitje veranderen in een papegaai die niks zinnigs kan uitbrengen omdat ik zo onder de indruk ben. Ben ik (heel vaak) een hilarische moppentrommel met geweldige grappen of een knuffelkont. Een fanatiekeling of een professional die haar kennis graag deelt. En een huilebalk of een lachebek. Maar ook een behulpzame, lieve vrouw of een chagrijnige kenau.

Ik denk dat iedereen bewust of onbewust zich een beetje (en soms een beetje veel) aanpast aan zijn of haar omgeving. Je wordt getriggerd door de ruimte, de mensen om je heen, de stand van de zon, hormonen of wat dan ook. Hierdoor komt soms het beste in je naar boven of zit je in een rol waar je helemaal niet blij mee bent, maar die je niet zo makkelijk kunt veranderen omdat je die al jaren zo speelt.

Bij is mij is het niet zo dat ik toneel speel, maar op sommige plekken worden bepaalde karaktereigenschappen in mijn veelzijdige (lees: complexe) karakter in meer of mindere mate versterkt. En het zijn vooral de rollen waar ik niet gelukkig in ben, die me veel energie kosten. Waar ik nog urenlang na die tijd last van heb. Die ik thuis nog dagenlang uitgebreid (en vaak hardop) analyseer, reflecteer en analyseer. Thuis waar alles kan en mag. Waar de moppentrommel en lieve vrouw zich in razendsnel tempo verwisselen met het zeurende kind en de kenau.

Ik weet wat je nu denkt: arme vriend.
En dat denk ik soms ook. Ik vind het echt sneu voor hem, maar het is ook een groot compliment.
Het is heel bijzonder dat ik bij hem mezelf kan zijn. Het is zelfs een compliment als ik mijn boosheid op iemand anders op hem projecteer.  Echt! Ik kan je verzekeren, saai is het zeker niet.

En gelukkig  houdt mijn knappe, slimme en gespierde baviaan wel van rollenspelletjes ;-).

Vertrouwen

Vier maanden geleden schreef ik al eens een blog over vertrouwen. Maar dat ging voornamelijk over mijn vertrouwen naar anderen. Nu ben ik zelf Persona non grata/vertrouwen.. En moet ik opeens mijn onschuld bewijzen..

We hebben eten besteld en een half uur later kunnen we het gaan halen. Samen met mijn schoonzus loop ik naar het restaurant. We worden hartelijk ontvangen en krijgen zelfs een drankje van het huis. Heel vriendelijk. Als het eten klaar is, pakken we het in en lopen het restaurant uit. Vriendelijk zwaaien we tot afscheid.

Nog voordat we willen gaan eten, roept mijn schoonzus verschrikt: ‘Oh nee, we hebben niet betaald.’
“Geen probleem”, zeg ik nog en ik bel gelijk naar het restaurant.
De eigenaar neemt op. Een beetje lachend van schaamte leg ik uit wie we zijn en dat we na het eten komen betalen. Nog voordat ik uitgesproken ben, begint de eigenaar boos te praten. Wie we wel denken dat we zijn om misbruik te maken van hun vertrouwen. Om zo het restaurant uit te lopen et cetera. Ik onderbreek de man dat zij het ook vergeten zijn. De man wordt steeds bozer, net als ik. Ik zeg dat hij blij moet zijn dat we bellen en zo komen betalen en hang op. Binnen vijf minuten wordt er teruggebeld. Omdat ik een grote schijterd ben als het gaat om confrontaties, geef ik de telefoon aan mijn schoonzus. De eigenaar roept dat hij ons kenteken heeft en de politie gaat bellen.
Mijn schoonzus antwoordt dat we te voet waren en herhaalt wat er al eerder is gezegd. Uiteindelijk hangt ze ook op omdat hij door blijft praten / roepen. Om verdere problemen te voorkomen gaan we maar gelijk naar het restaurant.

In het restaurant wordt uitgelegd waarom ze zo boos zijn. Ze hadden het idee dat we ze een hak wilden zetten omdat ze zo goed van vertrouwen waren geweest. En dat telefoontje was om ze extra te pesten. Alles wat mijn schoonzus aandraagt over dat we zelf bellen, dat ze elkaar kennen, dat zij het ook vergeten waren, komt niet binnen. En dat we vooral niet de schuld bij hen neer moeten leggen, want dat is niet eerlijk. ‘Jullie kunnen wel zeggen dat jullie het vergeten zijn, maar wie zegt dat dat echt waar is?’, zegt ze nog.Ik mompel iets over een beetje vertrouwen in de mensheid, maar mijn schoonzus is al tot de conclusie gekomen dat dit verder geen zin heeft. We rekenen af en vertrekken, nu iets minder vriendelijk.

We zijn oprecht verbaasd. Conclusies van ‘hoe de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’ tot ‘ze zullen wel al heel vaak opgelicht zijn’ en ‘we gaan daar nooit meer heen’ komen voorbij. Mijn conclusie is dat ik het niet snap. Ik snap dat ze in eerste instantie boos zijn en denken ‘shit daar gaat 100 euro’, maar als daarna twee leuke en spontane vrouwen bellen en even later toch nog komen betalen. Nee, wie zou dat wel vertrouwen….?

 

Daar word je toch blij van?

Blij zijn is een heel subjectieve ervaring, maar er zijn een paar universele zaken waar iedereen blij van wordt. In ieder geval volgens Mona en VVV Nederland die beide de slogan hebben: ‘Daar word je toch blij van’. Persoonlijk word ik blijer van de grappige reclame van Mona dan van de reclame van de VVV. Aan de andere kant word ik wel weer blijer van dat wat VVV biedt dan van de felgekleurde toetjesvariatie van Mona. Maar dat terzijde.

Laatst hebben wij een flink bedrag aan VVV-bonnen gekregen en waren daar heel erg blij mee. Heel blij gingen we naar de stad om cadeautjes voor onszelf te kopen en kwamen terecht bij de Hema. Blij zochten we de mooie schaaltjes uit die perfect passen bij ons nieuwe servies.
Blij, of zelfs opgetogen, gingen we naar de kassa om te betalen met onze bonnen.
“Goedendag, deze doen voor u?” vroeg de Hemakassameneer.
“Ja, graag” zei hij (natuurlijk blij).
“Dat is dan 38 euro alstublieft.”
Mijn vriend haalt een van de bonnen uit zijn zak en geeft hem aan de meneer.
“U krijgt het resterende bedrag niet terug”, zegt hij en pakt de bon.
En mijn vriend trekt de bon weer uit zijn handen.
“Hoezo niet?”
“Tsja, dat is gewoon zo.”
“Maar waarom is dat zo?”
“Tsja, dat weet ik niet.”
“Waarom weet je dat niet?”, en ik en de klanten achter ons horen overduidelijk dat hij niet meer blij is.
“Tsja, dat weet ik gewoon niet”, zegt de meneer opgewekt.
Ongemakkelijk kijk ik achter me en tik snel mijn vriend een keer aan en wijs naar de bon met een kleiner bedrag, zodat we de rest kunnen bijbetalen.
Even later lopen we de winkel uit.
“Het is diefstal”, zegt mijn vriend.
“Nee joh, je krijgt gewoon een waardebon voor de rest van het bedrag”, overtuig ik hem nog zo naïef als ik ben.

Als we een paar dagen later de resterende schaaltjes in een ander filiaal halen, blijkt dat je inderdaad niks terugkrijgt.
Ik ben oprecht verbaasd, mijn vriend is boos. Niet op de Hema maar op het feit dat iemand het volle bedrag heeft betaald, maar je het dus niet terugkrijgt in welke vorm dan ook. Snel zoeken we nog wat spullen erbij, zodat we precies aan het bedrag komen dat op de bon staat.
“Het is diefstal” zegt hij weer en ik knik bevestigend.
“Maar we hebben wel mooie schaaltjes”, zeg ik een beetje blij zoals de slogan opdraagt. En allerlei spullen die we eigenlijk niet nodig hebben, maar dat laat ik maar achterwege.

Ik vind het ook een beetje raar. Begrijp me niet verkeerd, ik ben hartstikke blij met de bonnen. Maar ….. naar mijn idee zijn er zoveel bedrijfs- en klantvriendelijke oplossingen, zoals een tegoedbon voor het resterende bedrag bij desbetreffende winkel, een kaart waar je het bedrag vanaf scant, of zoiets. Oplossingen waar zowel VVV als winkeliers en klanten blij van worden. Maar ik durf niet zo goed te klagen over de voorwaarden. Dat heeft te maken met dat gezegde over dat paard en zijn bek. Maar ook omdat ik bang ben dat ze door mij hun slogan moeten aanpassen en ik straks alleen nog maar felroze toetjes van Mona kan eten. En Daar word ik niet blij van….. Oh wacht die slogan is weer van iets anders…

 

 

 

Preventie

Ondertussen is het 12 dagen geleden dat er honderden vrouwen zijn aangerand in Duitsland. Volgens de media was een grote groep asielzoekers hierbij betrokken. Maar dat doet er eigenlijk niet toe, vind ik. Het is verschrikkelijk wat daar is gebeurd en daar lijkt iedereen het gelukkig mee eens te zijn.

Burgemeester Henriette Reker vond het ook verschrikkelijk en had ook nog een tip. Een gedragscode voor vrouwen met als onderliggende boodschap: Kleed je fatsoenlijk aan. Als desbetreffende vrouwen anders waren gekleed, waren ze dan niet betast? Dat als – als – als is natuurlijk nooit te bewijzen.

Bepaalde groepen zijn vaker het slachtoffer. Jonge vrouwen zijn vaker het slachtoffer van aanranding. Ouderen vaker van overvallen, buitenlanders vaker van racisme, kinderen van kidnapping, zwarte pieten van een rare discussie, hulpverleners van geweld, winkeliers van diefstal, vluchtelingen van mensensmokkelaars, homoseksuelen van pesten, mannen van zinloos geweld en ga zo maar door.

Even terug naar het kledingadvies van mevrouw Reker… Ik heb daar de afgelopen dagen over nagedacht en eerlijk gezegd ben ik het wel met haar eens. Ik vind ook dat de jongeren van tegenwoordig er schaars gekleed uitzien. Niet alleen met oud en nieuw of een feestje, ook op een gewone stapvrijdagavond. Ik haalde het vroeger niet in mijn hoofd om een naveltruitje aan te doen, maar dit kwam door het feit dat je met mijn tachtig kilo mijn navel niet meer zag. Ik had en heb nog steeds wel korte jurkjes aan, maar dat is niet te kort, te hoerig, maar gewoon mooi. Niks mis mee, vind ik zelf.

Maar haar advies is best nuttig. Misschien wel het vierde beste idee van Duitsland, na de aspirine, tuinkabouters en thermosfles. Want als je de aanleiding weghaalt is er ook geen probleem en dan zijn er geen daders en zeker geen slachtoffers. Het zou kunnen werken en je zou het heel breed kunnen inzetten. Dus jonge vrouwen die zich niet meer kleden als jonge vrouwen, ouderen niet als oudjes. En hetzelfde geldt voor buitenlanders, zwarte pieten, hulpverleners, kinderen, winkeliers, homoseksuelen, mannen….
Een soort continue carnaval voor elk menselijk wezen. Ganz Toll und Überpreventief ist das von Frau Reker. Und ganz van de zotte……Nicht?

 

 

Ik ben een dief

Ik heb altijd gedacht dat ik een heel slechte crimineel zou zijn omdat ik veel te veel last heb van mijn geweten. Vroeger heb ik wel eens chocolade of een snoepje gepikt bij de Jamin en ik ben nog steeds bang dat de politie aan de deur staat om me op te pakken.
Bij de kassa zeg ik het netjes als de caissière te veel geld teruggeeft. En als ik een portemonnee vind, dan speur ik de eigenaar als een ware detective op.
Ik ben ook een watje dat gelooft in karma en bang is dat mijn slechte daad dan in drievoud terugkomt.

Ik zou het zelf persoonlijk ook echt verschrikkelijk vinden als iemand iets van mij zou stelen, zoals mijn konijnen of mijn teksten. Of dat ze zonder te vragen een deel uit mijn vlogs gebruiken in Eenvandaag en gebruiken in het stuk over niet- succesvolle vloggers van Nederland. Dat doet pijn en niet alleen door het onderwerp ;-). Het was in ieder geval minder pijnlijk geweest als ze het even hadden gevraagd.

Stelen mag niet. En ik zou dat dus ook nooit doen…. Maar nu moet ik iets bekennen. Ik heb een misdrijf gepleegd. Ik heb iets gestolen. Vroeger, toen ik nog jong was en net begon met bloggen, gebruikte ik wel eens plaatjes van Google bij mijn blogs. Totdat ik erachter kwam dat dit dus eigenlijk stelen is.

Snel ben ik toen gestopt met #Goedemorgenlol en het plaatsen van foto’s van anderen op mijn site. Ik dacht dat ik alles had gewist. Totdat ik een aantal weken geleden een brief kreeg van een advocaat.

“.. geconstateerd dat een foto op uw website openbaar wordt gemaakt bij het artikel ‘Opa weet raad’ d.d. 2-10-2012. …. geen toestemming voor gegeven…..
…. inbreuken op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten … een schade… Voor deze schade ….. u aansprakelijk
.”

De normale vergoeding is 265,- euro per kwartaal vanaf het moment van plaatsing. Als je even terug gaat rekenen vanaf 2012 dan is dat heel veel geld.

Het was ook meer dan schrikken en tranen rolden bij de vierde alinea al over mijn wangen. Gelukkig had ik gelijk mensen die mij wilden helpen, maar het leed was al geleden en een boete was onvermijdelijk. Natuurlijk heb ik gelijk duizendmaal excuses aangeboden, want ik heb nooit iemand willen benadelen. Als ik deze ervaring positief zou moeten herformuleren, zou ik zeggen: Ik ben een ervaring rijker (397,50 euro armer) en heb nu wel een schoon geweten.

Maar ik baal natuurlijk. Ik weet nog dat ik de blog schreef en daar ook echt van genoot, maar als ik had geweten dat ‘Opa weet raad’ me zoveel zou kosten, had ik hem wel eerder de mond gesnoerd. En ik baal ook omdat het dom is van mezelf. Ik dacht dat ik alles had gewist en aan de andere kant dacht ik ook: “Zoiets zal mij niet overkomen.”

En wat ook een beetje pijnlijk is, is dat de opa op de foto helemaal geen opa bleek te zijn, maar een oma….

 

Blokker

“Ik vind het raar”, fluister ik tegen hem terwijl we de winkel uitlopen.
“Wat?”, vraagt hij niet fluisterend.
Ik kijk even over mijn schouder of ze ons niet kunnen horen, maar ze zijn al druk bezig met de volgende klant die meer wil weten over hoe vaak oplaadbare batterijen opgeladen kunnen worden.
“Ze hadden het toch even kunnen zeggen”, ga ik verder met ons gesprek.
“Natuurlijk niet, dat is toch dom. Ik vind het raar dat jij dat raar vindt. Het zijn ondernemers hoor”, zegt hij waarna hij in de auto stapt.
Voor hem is het gesprek klaar, voor mij nog niet.

Net stonden we in de rij bij de Blokker. Ik hoorde toevallig dat de kassameneer tegen de klant voor ons zei, dat vanaf woensdag nog 30% extra korting op bijna alle spullen zit omdat ze gaan verbouwen.
Voor de klant voor ons niet interessant omdat ze misschien alleen iets wil retourneren.
Ondertussen staan wij geduldig in de rij met een doos servies van Villeroy en Boch. Het servies past perfect bij het bestek van de AH-zegeltjes die we hebben gespaard en is ook nog eens in de aanbieding.

“Deze doen?” vraagt de kassamevrouw.
“Mogen wij er nog een doos bij?”, vraagt mijn vriend.
Even later staan er twee dozen servies met veel korting op de toonbank.
Nog net voordat ze de artikelen kan scannen, legt mijn hoofd als een ware detective de puzzelstukjes in elkaar.
“Wacht!” roep ik.
Mijn vriend kijkt me verbaasd aan, net als de anderen in de winkel.
“Klopt het dat over twee dagen op bijna alles 30% extra korting zit? En zo ja, ook op dit servies?” vraag ik slim (vind ik zelf). De kassamevrouw kijkt even naar de kassaman naast haar en deze knikt bevestigend.
“Dat scheelt 45 euro” zegt mijn vriend zo uit zijn blote hoofd (respect).
“Dan kunnen we beter woensdag terugkomen”, zeg ik en de mensen achter ons in de rij bevestigen dit allemaal. Fijn als mensen zo meedenken. We zijn toch Hollanders en extra korting kunnen we natuurlijk niet laten liggen. De Blokkermeneer en -mevrouw hebben echter andere gedachten.
“Dan is er wel een heel grote kans dat het servies er niet meer is”, zegt hij.
“Servies en pannensets zijn erg geliefd bij zoveel korting”, vult zij aan. De grote kans lijkt mij wel mee te vallen, zeker als we ervoor zorgen dat hij hier woensdagochtend om 8:55 uur staat. En mocht de grote kans dan toch waarheid blijken, dan halen we het servies online of bij een andere Blokker. Mijn vriend spreekt nog met alle mensen in de rij af dat ze tegen niemand iets zeggen om het risico nog verder te beperken. De kans dat we het servies mislopen is zo’n 0,3% denk ik zelf.

Tevreden over mijn eigen slimheid lopen we naar de auto. De euforie van het Jack-Bauer-gevoel duurt echter maar even en dan voel ik opeens wat teleurstelling. Ik heb altijd een bepaalde verbondenheid gevoeld met alle Blokkers, omdat ik er zelf tig jaar elke zaterdag achter de kassa stond. Maar nu voel ik dat niet. Waarom zeiden ze aan de kassa niet dat over twee dagen de hele winkel leeg moet en er dus extra korting is. Ik vind dat raar en dat zou ik bij elke winkel raar vinden. Maar mijn vriend ziet dat anders. Ze zijn ondernemers en moeten toch geld verdienen, is zijn idee. En dat is ook de mening van de zeven van de tien vrouwen die ik gisteravond heb gezien. Ze hebben misschien gelijk, maar… Wat heb je als ondernemer aan klanten die niet terugkomen omdat ze teleurgesteld zijn? Vandaag hebben we ons servies gehaald met 30% extra korting.

Mijn vriend zegt dat ik niet zakelijk denk en dat het juist slim is van de Blokker, of in ieder geval logisch. Ik denk juist dat ik uiterst zakelijk denk. Persoonlijk ben ik van mening dat het niet vertellen over een korting die de volgende dag verschijnt, korting op je klantenkring betekent.

Ach, misschien werk ik daarom niet meer bij de Blokker.

 

De Grens

Voor mij zijn de opengestelde grenzen iets, waardoor je naar Duitsland, België of welk Europees land dan ook kunt rijden, zonder dat knappe douanebeambten je fouilleren of in je kofferbak kijken naar gestolen waar.
Ik vind het een voordeel. Ik voel me welkom door de open grenzen en eerlijk gezegd kende ik ook geen enkele knappe douanebeambten en smokkel ik ook nooit gestolen, in ieder geval niet in mijn kofferbak.
Meer dan mijn halve leven lang (ok, meer dan mijn driekwart leven lang) zijn de open grenzen een feit. Altijd zijn er voor- en tegenstanders geweest, maar voor mijn gevoel nog nooit zo extreem als de laatste tijd.

Er wordt geroepen, geschreeuwd en iedereen moet het weten. Social media staat er vol mee, elke dag opnieuw. Het lijkt wel of mensen de grenzen steeds strakker aan willen trekken, omdat ze bang zijn wat de vluchtelingen hier we niet allemaal komen doen. Ons is van ons. Terwijl ik alleen maar kan denken dat mensen niet voor de lol vluchten. In ieder geval het grootste gedeelte niet.
Maar toch denken sommige mensen anders. Dat zij, de vluchtelingen, alleen maar komen profiteren van dat wat wij hebben. Dat zij naar hun ingestorte huis kijken, waar de moeder en het kleinste kind onder het puin verdwenen zijn en denken… ach laten we maar eens lekker naar Nederland of Duitsland gaan voor de gezelligheid. Ik geloof niet dat zij dat doen en ik geloof ook niet dat wij dat ooit zouden doen. Niemand laat zo maar alles achter.

Wij tegen zij. Daar ligt volgens mij het probleem. Zo gauw we in wij en zij gaan denken, dan gaat het mis. Altijd en overal. Hoewel ik nu indirect natuurlijk hetzelfde doe. Maar toch denk ik dat ik een tegengeluid moet laten horen tegen alle kreten als ‘we zitten vol’ en ‘elke vluchteling is er één teveel’.
Ik ben echt bang dat op een gegeven moment de hel losbreekt als er niet voldoende ander geluid te horen is. Niet alleen daar, maar ook hier. Een tegengeluid om de balans te herstellen, maar ook om het plaatsvervangende schaamtegevoel te compenseren. Een geluid dat bange mensen die letterlijk zijn gevlucht voor hun leven, laat horen dat ze welkom zijn.

Ik denk dat de tijd van afwachten voorbij is. Ik kan achter mijn beeldscherm blijven zitten en niks doen, maar ik kan misschien laten horen wat ik vind. Ik kan laten zien hoe subjectief en relatief een grens kan zijn al is het maar in de kleinste voorbeelden. In de rij bij de Albert Heijn knoop ik grenzeloos praatjes aan met de mensen die ik normaal zou negeren. Ik vraag zelfs aan iedereen in dezelfde rij en de rij naast me de bestekzegeltjes. Op straat begroet ik onbegrensd iedereen die ik zie.  Ik eet de hele week alleen maar grenzeloze gerechten: Pizza, couscous, pasta, Shish taouk, Fuul, Dürüm, chlodnik. Het meeste vind ik niet heel lekker, maar ik weet niet of ik het gewoon verprutst heb bij het koken, wat vrij aannemelijk is, of dat het zo hoort te smaken.

Grenzeloos voor het goede doel waar ik in geloof: Dat wij en zij, ons is!

Verdraagzaamheid

De afgelopen maanden heb ik de term verdraagzaamheid vaker gehoord dan in de 33,5 jaar daarvoor. En ik heb er last van. Niet dat het zo vaak wordt benoemd, maar het feit dat er over gesproken moet worden en dat verdraagzaamheid niet iets vanzelfsprekend is. Het maakt iets in me los. Ik keek zelfs naar een tv-programma waar het een uur lang erover ging. De conclusie van de deskundige was dat de wereld niet per se minder verdraagzaam wordt, omdat problemen over wij en zij van alle tijden zijn. Vroeger over de gastarbeiders, nu over de vluchtelingen. Het enige verschil is dat we er meer over lezen omdat het overal online gedeeld wordt.

Ik was even opgelucht, want ik dacht echt dat de mensheid verloren was. Maar wij-zij problemen zijn er altijd geweest. Maar toch is er iets veranderd. Ik ben me er in ieder geval  bewuster van.

Vroeger toen ik jong was, heb ik het woord verdraagzaamheid nooit gehoord. Of ik viel in slaap voordat ze de derde lettergreep hadden gezegd. Maar zo ergerde ik mij vroeger ook nooit aan geblondeerde politicusmannen die te veel riepen. Ik dacht ‘wat een onzin’ en ging verder. Zou ik mensen negeren die op Facebook zeggen dat die blonde meneer wel een punt heeft en er verder niks van denken. Zou ik me niet plaatsvervangend schamen omtrent de gehele pieten- en vluchtelingendiscussie en zou ik zeker geen blog over verdraagzaamheid schrijven.

Maar ik heb het niet alleen. Zo weet ik 100% zeker dat een vriendin van mij zich 10 jaar geleden echt niet zou storen aan het feit dat het juiste pakje honig-jus niet op voorraad was, terwijl ze nu boos om de winkelmanager vraagt om haar beklag te doen. Tien jaar geleden zou mijn vriend niet de politie bellen omdat de buurtkroeg tot 2 uur ’s nachts een karaokewedstrijd houd waarbij de hele buurt gratis mag meegenieten. Zouden we ons met zijn allen niet ergeren over krijsende kinderen, poep op de stoep, melk die overkookt, de buurman die te hard hoest, mensen die je niet netjes aankijken, kauwgum etende caissières, pepernoten die al vanaf september in de winkel liggen, import Brabanders, import Nederlanders, niet respectvolle berichten op social media.

Maar zoals de meneer op televisie zei, is het van alle tijden. Alleen gaat het er naar mijn idee harder en onbeschofter aan dan veertig jaar geleden. Maar dat ligt misschien aan mij.
Maar hoe kan het dan dat ik er nu opeens last van heb? Net zoals ik dat zie bij mijn vriend, vrienden en tig anderen? De enige conclusie die ik daaraan kan verbinden, is dat het een soort bijwerking is. Van ouderdom. Buiten de rimpels, stijve knieën, grijze haren, krijg je dus een gratis een tunnelvisie en onverdraagzaamheid erbij. Je veel ergeren aan mensen of situaties ligt dus aan jezelf of beter gezegd aan je leeftijd.

Ik erger me veel meer omdat ik oud ben geworden.
En aan de rimpels en grijze haren kan ik misschien niet veel doen, maar aan mijn onverdraagzaamheid wel. Dat is toch een beetje goed nieuws, toch?

Waarheid

Soms weet ik niet meer wat waar is en wat niet. Zo zag ik op Facebook een oproep van een meisje dat vermist zou zijn en ik twijfelde of ik het zou delen. Later bleek dat het een hoax was. Mijn twijfel was dus terecht, maar mijn verbazing en ongeloof waren  nog groter. Wie doet nou zoiets? Hoe kun je zoiets plaatsen terwijl het niet waar is?

Over het algemeen ben ik lichtelijk naïef en dat vind ik prettig. Uitgaan van het goede en goedgelovigheid zijn wel eigenschappen die ik in mezelf waardeer. Ik heb ook altijd geloofd dat het nieuws waarheid is. Dat ik, als ik het nieuws braaf zou kijken, niet alleen heel serieus en volwassen zou zijn, maar dat ik ook alles wat van belang is over de wereld zou weten. Maar dat blijkt toch te naïef. Natuurlijk laten ze zien wat van belang is, maar vaak wel maar een klein gedeelte.

Zoals met de aanslag in Parijs. Libanon en Irak komen er nauwelijks in voor. Waarom niet? Ik weet het niet. Wat houden ze achter en waarom? En of het nou gaat om de oorlogen, vluchtelingen, vermissingen, afluisterpraktijken, informatie lekken of wat dan ook, ik weet alleen dat ik nu twijfel bij alles wat gezegd wordt. Altijd de “ja maar” in mijn achterhoofd heb. Ik weet gewoon niet meer zo goed wat ik moet geloven. Is er altijd een “ja maar” en waar vind ik dat? Ik besef natuurlijk dat mijn waarheid zeker niet jouw waarheid is. Al zal het me wel helpen als er een soort keurmerk zou zijn voor bepaalde groepen. Een stempel op elk politicushoofd, elke post of nieuwsitem, met 100% feitelijke juistheden. Of desnoods 70% waarmee ze aangeven dat je nog even verder moet kijken of ze niet alle informatie hebben.

Ik vind het heel lastig. Dat innerlijke wantrouwen vreet aan me. Ik verlang vaak terug naar mijn jeugdige naïviteit. Want mijn wantrouwen is nu zo groot, dat ik zelfs als Piet weermeneerman zegt dat het tussen de 13 en 18 graden wordt, ik met mijn thermometer naar buiten loop om te controleren of het wel klopt.

Het-eigen-mening-syndroom

Ik heb er 34 jaar over gedaan en vaak lukt het me nog niet. Een eigen mening hebben. Vaak als iemand vraagt wat ik van iets vind, is mijn hoofd opeens een bodemloze put. Geen boeh of bah kan ik dan uitbrengen. Het laatste jaar heb ik flink geoefend. Van voorzichtig mompelend en huilend zeggen wat ik vind, naar boos roepend mijn mening aan de wereld verkondigen. Hoewel die wereld vooral in mijn eigen huiskamer is en mijn enige slachtoffer mijn vriend is.

Maar ik kan je zeggen, het voelt zo ontzettend goed. Opkomen voor jezelf, je eigen gedachten ventileren. Gehoord worden omdat mensen nu eindelijk weten wat je wil en vindt. Dat je met mensen in gesprek bent en dat je jezelf afvraagt ‘wat vind ik daar nou eigenlijk van?’ en dat je er dan achter komt dat je er ook écht iets van vindt.

Ik merk ook dat hoe meer ik oefen, hoe meer ik ook vind. Van belangrijke meningen tot minder belangrijke. Maar wat doet dat er toe? Ik heb een eigen mening en de wereld moet die horen, want ik ben belangrijk. Lang leve je eigen mening.

Waarschijnlijk denkt iedereen zo, want er zijn meningen in overvloed. Zwarte pieten-, politieke, negerzoenen-, weergerelateerde, vuurwerk-, wensballonen-, baard-, overgewicht-, vluchteling-meningen. Anno 2015 moet je wel zeggen wat je vindt, want er is niet voor niks vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, emancipatie en weet ik wat allemaal.

Het is ook allemaal belangrijk, voornamelijk voor jou als individu, want jij bent belangrijk.
We denken, we vinden en we roepen. Misschien iets te veel. Ik noem het ook wel ‘het-eigen-mening-syndroom’. Ik snap het, want het voelt zo lekker. Het is ook iets goeds, al die assertiviteit. Alleen vergeten we soms het luisteren en het zwijgen. Vergeten we soms dat onze belangrijke eigen mening, iemand anders heel hard kan kwetsen. Dat je niet op alles hoeft te reageren, niet van alles iets hoeft te vinden en dat hard roepen anderen kan provoceren wat alleen maar agressie oproept.

Maar waar ligt dan de grens, wanneer zwijg je en wanneer zeg je wél iets? Dat vind ik lastig. Maar ik weet wat dat als je dag in dag uit zegt wat je vindt, dat het dan een keer mis gaat. Als je dagelijks zegt tegen je partner over een dopje dat weer niet op de tandpasta zit, tegen je beste vriendin dat je haar kapsel lelijk vindt, tegen je baas dat hij een eikel is, of online roept en je angst ventileert dat Nederland zogenaamd te vol zou zijn, dan gaat dat een keer mis. Het is goed dat je een mening hebt, maar als je iemand kwetst , je elkaar blijft irriteren of benadeelt dan is het goed om soms je mening voor je te houden. Wat we lijken te vergeten is dat ons eigen belang niet altijd opweegt tegen het gezamenlijke belang en dat we gewoon af en toe onze klep moeten houden.

“Assertiviteit is ook ervoor kiezen om niks te zeggen”

 

Niemand is te vertrouwen

Ik ben wat voorzichtiger geworden. Mijn vriend is hier blij mee, want voorheen was ik lichtelijk naïef in combinatie met een reddercomplex, wat mij in een aantal wijken al een paar keer in de problemen heeft gebracht. Ik ben dus voorzichtiger maar ik wil niet in bitterheid of wantrouwen oud worden. Ik probeer dus nog wel iedereen het voordeel van de twijfel te geven. Alleen, als ik twijfel, is het meestal niet goed en moet ik voorzichtiger zijn.

Zo werd er vorige week aangebeld door een man in een blauw met geel pakje. Hmm, mannen in pakjes… dat is raar. Dus ik ren naar boven om door het raam deze meneer te woord te staan, want dan kan hij mij niet aan de kant gooien en ons huis leegplunderen.
“Mevrouw, uw container is gevallen en is nu kapot, kunt u even naar buiten komen om een formulier in te vullen.”
Raar… hoezo is hij kapot. Vanochtend was hij nog kiplekker en vol, toen ik hem aan de weg zette.
‘Gooi het formulier maar naar boven’, roep ik.
“Hoe dan?”
‘Vouw er een vliegtuigje van of zo, of gooi het door de brievenbus’, stel ik pragmatisch voor.
“Maar mevrouwtje toch…”, zegt hij.

En toen gingen alle alarmbellen rinkelen….. hij probeert mij in te palmen. Ik besluit hem te confronteren met mijn kennis van Opsporing Verzocht.

‘Je kunt wel zeggen dat je vuilnisman bent, maar volgens mij ben je gewoon een overvaller. Dus ik doe niet open en ik neem alles op’, alleen realiseer ik me dat mijn telefoon beneden ligt.

“Maar mevrouwtje toch…”
‘Hou op met me te mevrouwen… ‘, roep ik verontwaardigd.

“Maar… ik ben echt vuilnisman.. ik heb zelfs een vuilniswagen en het is vandaag vuilnisdag…”
‘Ja, dat hebben jullie slim gedaan”, zeg ik terwijl ik langzaam voel dat ik rood word omdat ik besef dat het vandaag dinsdag is en hij ook wel een bekend gezicht heeft. Zo slim kunnen zelfs overvallers niet zijn toch… Ik twijfel nog even tussen mijn angst en logisch verstand.
Hij haalt een pasje met foto en logo uit zijn zak. “Kijk, ik ben echt.”
Ik mompel iets van “sorry” en “die stomme media met hun angstzaaien” en vraag of hij misschien een kopje koffie lust om het goed te maken.
“Dat is heel aardig van u, maar we moeten werken, echt werken, legaal werken…. mevrouwtje”, zegt hij. Met een rood hoofd maak ik de voordeur open en bied nog een keer mijn excuses aan. “Daag mevrouwtje, fijne dag”, zegt de lieve vuilnisman en geeft me een verdachte knipoog.

En deze ochtend was ik bij de tennisclub en een verdachte man liep daar voor de deuren te ijsberen. Capuchon op zijn hoofd, blauwe onbetrouwbare ogen en hij kijkt boos. Ik ga toch maar kijken. De meneer zegt dat hij de jas van zijn zoontje kwijt is. Dat klinkt best aannemelijk, maar zoonlief is nergens te bekennen, dus iedereen kan wel zoiets zeggen. Ik zeg stoer: “Je bent toch geen overvaller hè?”. Hij zegt van niet en glimlacht. Ik vraag nog: “Als je wel een overvaller zou zijn, zou je dan eerlijk antwoord geven?”. Hij kijkt me wat verbaasd aan, waarna ik maar geloof dat hij een vader is van een kind met een verloren jas en help hem zoeken.

Thuis schaam ik me. Heel diep. Wat gebeurt er met mij. De wereld is misschien verhard of misschien lijkt het verhard omdat iedereen harder schreeuwt. Je ziet krantenkoppen vol over mensen die niet te vertrouwen zijn, mensen die kwaad in hun zin hebben, mensen die hun geluk in Nederland komen zoeken, mensen die terroristen zijn en ga zo maar door. En over de reacties nog maar te zwijgen…. die zijn pas hard.

Niks gek dus dat ik voorzichtiger ben, maar een ding is me duidelijk geworden. Iets wat zeker niet te vertrouwen is, zijn je angstgevoelens.

 

 

 

 

Schuldig

Ik kijk in de spiegel. Ik zie er perfect uit. De ultieme grijze muis staart mij aan.
Saaie spijkerbroek, afgetrapte sneakers, minimale make-up, haar niet bijzonder gestyled, een zelf gehaakte grijze muts en een oude winterjas. Ik kan nu alleen opvallen omdat mensen denken dat ik hopeloos verloren ben en dat al op deze leeftijd.
Ik ben er klaar voor. Even twijfel ik nog, maar dan verzamel ik alle moed en loop ik naar de winkel.

Continue reading “Schuldig”

Participatiemaatschappij

Ik ben dol op de participatiemaatschappij. Waar het door velen wordt verafschuwd en vooral de nadelen worden besproken, zie ik de voordelen. De maatschappij dat ben jij. Nee, ik dus. Eindelijk krijg ik meer verantwoordelijkheid, mag ik meer. kan ik meer. Want ik moet meedoen.

Ik moet mezelf nuttig maken voor de mensen om mij heen. Voor bekenden en onbekenden. Ik moet van de bank afkomen en jullie belastinggeld niet meer kosteloos krijgen. Werken zal ik.

Deze week heb ik bijgehouden wat ik allemaal heb gedaan om mijn inkomen te verdienen:
– Een oud vrouwtje geholpen met oversteken
– bizarre dingen

– Een vader opvoedingsadvies gegeven in een supermarkt.
– Een vriendin gezegd dat ze met haar hand moet gaan afwassen omdat dat beter is voor het milieu.

 

Ik houd wel van de participatiemaatschappij

Hiërarchie

Ik ben zeer gevoelig voor hiërarchie. De woorden: universiteit, dokter, raad van bestuur zorgen voor een vanzelfsprekende stijging op mijn zelfverzonnen hiërarchische ladder. Maar ook de stand van de zon, haarkleur of auto kan medebepalend zijn. Geheel onvoorspelbaar en irreëel dus.

Zo kwam er bij mijn tennisles een man bij de baan staan. Hij keek een beetje wat ik deed en sprak met mijn juf. We werden aan elkaar voorgesteld. Zijn naam weet ik niet meer, ik weet alleen nog dat hij bestuurslid is van de tennisclub.
In twee seconden waren alle woorden uit mijn hoofd verdwenen, was mijn tong in staking en mijn racket leek opeens zonder bedrading.

Drie weken later tijdens de Bikkeldag van de Bart de Graaff Foundation, komt een knappe, blonde vrouw op mij aflopen. Niet alleen de zus van, maar ook nog zelf heel beroemd denkt mijn hoofd. En voordat ik het weet zie ik haar de trap op rennen naast Oprah te gaan zitten.
“Hallo, ik ben Mirjam de Graaff” zegt ze vriendelijk.
Ik mompel iets onverstaanbaars en kan nog net een glimlach op mijn gezicht plaatsen zodat ik niet geheel hersenloos overkom.

Als klap op de vuurpijl ga ik in het ziekenhuis lunchen.
“Zal ik die soepdeksel even voor je vasthouden?”, zegt een man (een man in een lange witte jas).
Ik wil eigenlijk antwoorden met: “Ja graag en bedankt”. Maar net voordat ik de woorden kan zeggen, bedenk ik dat die lange jas zou kunnen betekenen dat deze man een dokter zou kunnen zijn.
“Euh” komt er samen met wat gehik uit en ik knik nog een keer raar. De misschien-dokterman kijkt me verward aan. Ik ben zelf ook verward, dus leg zelf de deksel maar terug op de soeppan en ren weg voordat ze besluiten tot neurologisch onderzoek.

Het levert hilarische situaties op moet ik toegeven, maar het is ook wel sneu. Ik moet mezelf dit niet meer aandoen.
Vanaf nu ben ik gelijkwaardig aan de hele mensheid (muv Dalai lama, prinses Beatrix, de koning en koningin, Oprah, Prince, Madonna en nog wat helden). Ik ben ook uniek of zoiets.

Ik moet dit alleen nog een beetje oefenen en kan dan het resultaat testen tijdens het Gala van de Bart de Graaff Foundation. Hier kan ik dan flaneren tussen de hoogopgeleiden, bekende en minder bekende beroemdheden. Daar wil ik van genieten en me niet druk maken over mijn zelfverzonnen hiërarchische wereld.

Ik moet gelijk aan de slag, wil ik in mei genezen zijn. Persoonlijk denk ik dat mijn lieve vriend perfect oefenmateriaal is. Je moet namelijk nooit met het moeilijkste beginnen.

‘s Avonds steek ik de kaarsjes aan, zet wat muziek aan. Verwissel mijn trainingsbroek voor een spijkerbroek. Kam mijn haar en werk mijn puistjes weg.
“Ik kook wel, schatje” roep ik enthousiast.
Hij kijkt mij verbaasd aan want ik heb een hekel aan koken, maar gaat op de bank zitten. Tijdens het eten glimlach ik charmant, vraag hem naar zijn dag, lach om zijn grapjes en zorg dat ik niet teveel zeur en temper mijn flauwe humor.
Tussen de soep en de aardappels vertel ik hem luchtig dat ik vanaf nu niet meer aan hiërarchie doe.
“Heel goed”, zegt hij.
“Wil je me hier wel bij helpen”, vraag ik. Hij knikt bevestigend, denk ik.

Na de afwas zitten we met een kopje koffie op de bank. Ik nip van mijn koffie zonder te slurpen en laat hem genieten van de stilte.
“Schatje, houd jij ook zo van rollenspellen” zeg ik liefjes als onze koffie op is.
Verrast kijkt hij mij aan en een glimlach verschijnt op zijn gezicht waarna hij een paar keer knikt.

“Zullen we dan maar?” vraag ik terwijl ik opsta en naar boven loop.
Als een jong hondje rent hij achter mij aan de trap op en rent naar de slaapkamer.
“Nee hier moeten we zijn” zeg ik en open de deur van kleedkamer.
“Kijk, ik heb het al voor je klaar gehangen” en wijs naar de kostuums met bijbehorende naambordjes.

– Een lange witte doktersjas —> Dokter Bernard
– Een tennispakje —> Roger Federer
– Een masker van Bart de Graaff en een korte broek —> Bart de Graaff

“Als Bart moet je maar even op je knieën zitten dat is namelijk realistischer. En hier liggen de gesprekskaartjes, ok” zeg ik stralend.

Hij kijkt me aan met grote ogen en knikt weer. Bevestigend denk ik….

 

 

Onze oude koningin

Ik begin op een leeftijd te komen dat rimpels onvermijdelijk zijn en loshangend vel onomkeerbaar.

Dat is op zijn zachts uitgedrukt heel zorgwekkend waardoor ik weer grijze haren krijg. Het is best leuk dat ik steeds wijzer word, maar al dat andere mogen ze van mij achterwege laten.

Ik besluit mijn overbuurvrouw om raad te vragen, zij weet overal een oplossing voor.
Zij is wat ouder dan ik en heeft dus ook meer ervaring met het bestrijden van ouderdomskwaaltjes.
“Buurvrouw, vanaf welke leeftijd moet je eigenlijk anti-rimpelcreme gebruiken?”
Verontwaardigd fronst ze de twee rimpels die ze heeft en ik word bijna uit de buurt verbannen. Snel leg ik uit dat zij er heeeeeeeel goed uitziet maar dat ik me zorgen maak over mijn invasie van rimpels. Bedenkelijk kijkt ze me aan waarna ze verdrietig haar hoofd schudt: “Och meisje toch, de ellende is dat er niks tegen te doen is.”
Dat is niet bepaald hoopgevend kan ik u melden.

Stiekem geloof ik haar niet en ik surf me suf op internet naar een oplossing. Een crèmepje, een kruidje, een tabletje, een tovenaar, wat dan ook.
Tientallen crèmes overtuigen mij ervan dat ik wel iets kan doen. En ik wil dit heel graag geloven.

Één product schiet er wel bovenuit. Bekendheden, zoals Madonna, gebruiken het. En Madonna ziet er echt wel heel goed uit voor haar leeftijd. De recensies en de prijs zijn zo hoog, dan moet het wel goed zijn.

Ik hoef maar .. euh tig jaar te sparen, maar dan kan ik de ‘succes gegarandeerde Shiseido La Crème‘  antirimpelcreme ter waarde van 13.000 dollar kopen.

Een week later ontmoet ik op een feest een aantal gelijkgestemden. Vrouwen met rimpels, die moeten zich toch ook zorgen maken… Ik vraag of ze ooit gehoord hebben van Shiseido die perfecte antirimpelcrème. Bijna word ik de feesttent uitgegooid en snel leg ik weer uit dat het over mezelf gaat en hun er allemaal heeeeel goed uitzien en je hun rimpels bijna niet ziet.
Dan breekt de discussie los.
Reclamepraatjes zijn hier niks bij. Nivea, Oil of Olaz, Garnier en Lidl’s eigen merk worden stuk voor stuk als beste getest door één van de vrouwen.

Ik zie door de bomen het bos niet meer en stort bijna in. Hoe kan ik mijn rimpels nou bestrijden?

Dan ziet Joke mijn bezorgde gezicht.

“Och meiske toch. Weet je wat het is; je moet gewoon gebruiken wat jij fijn vindt. Ik denk altijd maar zo. Onze oude trix met al haar centen zal best alle dure crèmes hebben uitgeprobeerd en als er daarvan een zou werken dan zouden wij dat ook weten. Maar zij is ook niet rimpelloos of loshangend velloos. Toch?”

Thuis Google ik gelijk onze oude koningin. Ik zie haar stralende gezicht, haar glimlach en de kracht die uit haar ogen spreekt. Ze ziet er mooi uit.

Owja en wat rimpels.

Flister daar red je levens mee

‘Het beste idee’ was voor mijn vrienden en mij vroeger een populair spelletje. Net zoiets als ‘Het beste idee van Nederland’ alleen dan kleinschaliger en vaak dronken. De voorwaarden waren: het moest een probleem oplossen en iets betekenen voor de mensheid al was het maar één iemand.

Tussen alle rare ideeën zaten echt wel wat juweeltjes. Sokken voor kippen omdat die altijd op blote voeten moeten lopen (met dank aan Pascal S.) of dat de sirenes van hulpdiensten op de autoradio te horen zouden zijn. Dat laatste zei ik elke keer keer als we het spel speelden opnieuw. Al kan het zijn dat ik het al ergens had opgevangen ;-).

Maar dat het een super idee was/is blijkt wel. Want in het noorden van ons land wordt het komende jaar met Flister geëxperimenteerd. Flister zorgt ervoor dat radiosignaal van automobilisten wordt onderbroken in een straal van zo’n 300 meter rond de ambulance. Het radiosignaal wordt dan voor korte tijd vervangen door de sirene van de ambulance. Hierdoor worden automobilisten op tijd gewaarschuwd, reageren ze kalmer en adequater en wint een ambulance tijd. Heel goed, want elke seconde telt.

In praktijk is het nu vaak zo dat Sjan in haar gele Opel Kadett keihard aan het meebrullen is met Andre Hazes.  Ze heeft de ambulance die enorme haast heeft daardoor niet in de gaten en gaat niet aan kant. Maar dankzij Flister zal zij, net als Andre  Want zij gelooft in mij inzet, de tweetonige taatuutaatuu uit haar boxen horen galmen. Hierdoor reageert ze snel waardoor de ambulance kan passeren. De winst is minimaal 3.48 minuten omdat André dan pas klaar is met zijn liedje.
Als jij in die ambulance zou liggen, weet ik zeker dat je Flister en Sjan op je blote knieën zou bedanken als je het uiteindelijk overleeft.

Alleen…er zijn maar drie regionale zenders die hieraan mee willen werken. De rest is bang dat luisteraars overstappen naar een andere (commerciële) zender en adverteerders weglopen. Echt…

Even een grove berekening. In regio Eindhoven wordt ongeveer 280 keer per maand uitgerukt door ambulances. Waarvan 43% met sirene (A1-ritten). Per dag zijn dat 4 ambulances in de regio Eindhoven die het radiosignaal ongeveer 45 seconden zou onderbreken. Tenminste als je je net in de 300 meter van de ambulance bevindt. Die kans is ook één op zoveel of zoiets. Dan de adverteerders. Zie het sommetje hierboven. Daarnaast kan ik het me niet voorstellen dat adverteerders dat niet overhebben voor een mensenleven (dat kan ik wel maar dat wil ik niet).

Maar radiozenders denken dus wel dat dit een probleem is voor luisteraars en adverteerders.

En waar problemen zijn, zijn mijn vrienden en ik er altijd om mee te denken. Nu hebben we de kans om echt iets goeds te doen. Telefonisch met een fles wijn in ons hand buigen we ons over het moeilijke vraagstuk. Na drie slokken wijn zijn we er al uit. Het is zo simpel zo makkelijk.

Als alle zenders hieraan meewerken kunnen luisteraars en adverteerders wel naar een concurrent gaan, maar die doet precies hetzelfde. Dus zenders hoeven niet meer bang te zijn.

Zo, opgelost!

 

 

 

 

 

Vuile was

In de zonnige vakantielanden waar ik ooit ben geweest, leven mensen zo ontzettend anders. Iedereen lijkt meer ontspannen en meer levendig. Daar op straat wordt het leven geleefd. Daar worden problemen besproken, oplossingen bedacht, gedachten uitgewisseld, gelachen om wat ze die dag hebben meegemaakt en gezamenlijk wordt er gezwegen en gehuild om het leed van alledag. Samen, midden op straat.

In Nederland is het de gewoonste zaak van de wereld dat je ‘s avonds in je lelijke grijze huispak voor de buis hangt. Dat we om half zes eten, om 6 uur het wereldnieuws horen en kinderen na Sesamstraat naar bed gaan. Dat we onze problemen voor ons houden en zelf alles oplossen.

Een verschil wat gesymboliseerd wordt door het het wasgoed. Echt!

De keuze waar mensen hun wasgoed neerhangen om te drogen, is een afspiegeling van hoe zij in het leven staan.

Pisa
Pisa

Ik zal het uitleggen:
Onze zonnige, zuidelijke buren lijken geen schaamte te voelen om hun grote witte onderbroeken, sokken met gaten als een stralende Omo-reclame in de zon voor het huis te hangen. Wapperend in de wind zie je de slips van maat s tot XXL. Buiten voor de voordeuren, voor iedereen zichtbaar.

Hier zie ik dat niet. Zelden zie ik de was voor de huizen wapperen en als er al was in het oog hangt, zijn dat geen boxershorts, sokken, beha’s of ander prive’ kledingstukken. Maar het liefst hangen we (als de was bij uitzondering buiten mag hangen) het in de achtertuin, waar alleen de buren het kunnen zien als ze uit hun raam kijken. Maar stiekem hoop je dat ze dit niet doen, zodat ze je roze flanellen pyjama met beertjes en mottengaten niet zien hangen.

Letterlijk en figuurlijk houden wij Nederlanders de vuile was en de schone was binnen of in ieder geval achter de voordeur. Het is privé. Wij zijn niet zo van het delen, het leven op straat, het samen bespreken. Of de was nou vuil is of niet, die hang je nooit buiten. Daar heeft niemand iets mee te maken. Je valt je omgeving niet lastig met je problemen en verwacht dit andersom ook. Maar ook blijdschap hoef je niet van de daken te schreeuwen. Dat is zó overdreven. Zo onhollands hoeven onze problemen niet te horen.

Zou het niet fijn zijn als we kunnen leven zoals onze zuiderburen. Als we meer relaxed worden, als we met onze heupen ritmisch en soepeler door ons moeilijke leven kunnen bewegen, als we meer genieten en ons minder druk maken? Als we kunnen delen en samen kunnen oplossen? Als we we onze was niet meer hoeven te verstoppen op zolderkamertjes of in onze achtertuin, maar vrolijk zonder schaamte kunnen laten wapperen?

Maar zo zijn wij Nederlanders niet. Voor ons zou dat niet werken. Wij zijn meer ingetogen en discreter. Privé is privé. Dat geldt voor onze problemen en voor onze was. Daarom houden we alles binnenshuis.

Dat we onze was binnen drogen, zou natuurlijk ook kunnen komen door de enorme regenbuien en dat we allemaal een droogtrommel hebben, maar dat laat ik even achterwegen omdat anders mijn fantastische theorie niet meer klopt.

 

eMANcipatie

Ik ben de emancipatie dankbaar. Het is toch heerlijk dat mijn enige recht niet alleen het aanrecht is. Tegenwoordig kunnen we aan mannen laten zien dat wij ook talenten hebben. Want wij vrouwen, wij kunnen ook heel veel … dingen!

Alleen vind ik dat die emancipatie ook zeker nadelen heeft. Op de een of andere manier denken mannen: Ooh, zij kunnen dat zelf, dus ik steek geen poot meer uit.

Maar zo werkt dat niet, heren! Dat wij het zelf kunnen (en waarschijnlijk beter), betekent helemaal niet dat wij het ook zelf MOETEN doen.

Natuurlijk kan ik zelf mijn paraplu vasthouden, de deur open doen, over een plas heen springen, mijn stoel zelf aanschuiven, een extra trui meenemen tegen de kou, kadootjes kopen, een lamp vervangen, zware tassen dragen, voeten masseren, handen warm blazen maar dat wil niet zeggen dat ik dat dan maar zelf moet doen.

En dat is niet het enige. Ik denk dat we moeten oppassen. Ik zeg dit niet alleen voor mezelf of omdat ik lui ben. Nee, ik wil ook de mannen beschermen. Want als we niet oppassen, doen wij straks meer dan de heren. Terwijl die toch ook euh…  talenten hebben. We willen toch niet dat over 50 jaar de heren alleen nog maar aan het aanrecht staan. Een uur voor de spiegel staan om hun permanent in model te krijgen. De hele dag in een kookshort met roze bloemetjes staan. Pijn aan hun voeten hebben van de onmogelijke pump waarin hun benen mooier uitkomen en thee drinken met hun huismannenvrienden en alle roddels van de buurt bespreken.
Of nog erger dat wij de kratten bier sjouwen, boerend en schetend op de bank zitten, het mes op zondag uit zijn handen rukken, liever met onze vriendinnen vrouwenvoetbal gaan kijken in de kroeg dan thuis samen met je vriend een romantische film gaan kijken. We hem blij maken met een bosje bloemen en hij jankt om een puppyreclame. Nee, dat willen we niet. We moeten die heren een kans geven om hun mannelijkheid te tonen. Anders moeten zij straks eMANciperen.

Wij vrouwen, wij moeten situatie afhankelijk geëmancipeerd worden. We moeten de drang onderdrukken om gelijk iets terug te doen of te zeggen: Dat kan ik zelf ook wel hoor!
Dat moeten we overhebben voor onze mannen. Daarnaast is het ‘bewezen’ (lees: stond in de Viva) dat hoffelijkheid goed is voor het zelfvertrouwen van de man en tevens je relatie nog beter maakt. En als het in de Viva staat dan mogen wij vrouwen dat niet negeren.

Dus wij vrouwen moeten actie ondernemen.
Als het goed is voor zijn zelfvertrouwen, de autonomie van mannen en onze relatie heb ik er heel veel voor over.

En het zal raar zijn en heel moeilijk. Maar ik wil er dan best moeite voor doen om te wennen aan het feit dat hij elke avond voor mijn deur staat met kadootjes, mijn jas open houdt, koffie op bed brengt, mijn autoruit krabt, me trakteert op een romantisch etentje, mijn handen warm blaast en nog meer kadootjes koopt…

Gewoon om de manheid te redden.

Personal branding: Diederik 2.0?

Gooi je privéleven op straat, laat de wereld meegenieten met jouw ellende. In Amerika zeer gebruikelijk, en Franske Bauert doet het ook, zelfs Tony “Star” Sterretje gaat er voor en heb je een gezin met 12 kinderen, dan laat je dat ook tussen de luiers door filmen. Aan zelfverheerlijking doen wij tweeps en facebookers allemaal gretig mee. Het is geaccepteerd en rete-modern. Maar zitten we in Nederland te wachten op een politicus die met zijn gehandicapte kind koketteert voor stemmenwinst?

Neem nu Diederik Samsom, lijsttrekker van de PvdA. Hij presenteert zichzelf in een campagnespotje met zijn gehandicapte dochter. Amerikaanse praktijken en ze werken blijkbaar want mensen vinden het leuk, lief, want kunnen “aaaah” zeggen. Verkiezingsprogramma maakt niet uit “ik stem op die met die gehandicapte”. Blijkbaar is de tijd rijp, Nederlandse campagnemakers verheerlijken de persoon en de inhoud gaat naar de achtergrond.
Ik vraag me oprecht af wat het doel er nu precies van is. Wil hij zo laten zien dat hij extra aandacht heeft voor het onderwerp ‘zorg’? Wil hij menselijk overkomen? Oppakken wat Job Cohen naliet, mens van vlees en bloed zijn. Of gaat hij gewoon mee in de tijd waarin wij nou leven. Eigenlijk weet ik niet eens meer wat voor inhoudelijke boodschap in het spotje was meegegeven.

Zegt de politiek: “Welkom 2.0”? En doet hij wat steeds meer Nederlanders  doen. Vroeger hielden we alles binnenhuis, nu braken we alles uit.

Wat ik vind van het campagnespotje? Ik vind het wennen, net zo als je voor de eerste keer een olijf eet of op Twitter komt. Het is niet verkeerd, het is alleen even anders en daar moet ik aan wennen. Ik denk dat dit alleen maar tegen hem werkt omdat mensen oordelen over wat zijn motieven zijn, net zoals ik deed. Maar ga er voor de grap eens vanuit dat zijn intenties oprecht zijn. Laten zien wie hij echt is, met heel zijn gezin, niemand uitgesloten. Dat de spindoktors hier goed over nagedacht hebben in communicatiezin geloof ik graag, dat zie je. Maar de vraag of dit tot toekomstige schade lijdt bij het kind is waarschijnlijk niet gesteld. Hoe je het ook wendt of keert als politicus ben je een bekende Nederlander en kom je zeker in de bladen en nu is hij iedereen voor. Of zou het minder erg zijn als in de Telegraaf een sappig verhaal over ‘de verborgen dochter van’ zou staan? Publiciteit is publiciteit en nu praat iedereen er over, briljante campagnespot eigenlijk.

Samsom laat zien dat hij extra in zijn overtuigingen gelooft en dit ook doet voor de volgende generatie waaronder zijn kinderen.
Natuurlijk vraagt hij aandacht hiermee, maar dat doet iedereen die iets persoonlijks vertelt op televisie of via welk kanaal ook. Naar mijn mening is dat niet altijd slecht. Als ik jullie iets persoonlijks vertel, wil ik daar ook iets mee winnen; aandacht, waardering of gewoon om te laten zien wie ik ben. Dus ik maak er niet meer van dan wat het is.

Het is zijn persoonlijke verhaal. En als ik de volgende keer zijn kop op TV zie, dan denk ik niet alleen “aah daar hebben we hem met die gehandicapte weer, de blablabla-politicus” maar zie ik hem ook als mens van vlees en bloed met zijn eigen zorgen en problemen. Liever hem dan Job Cohen 1.0.

Haal ik het bloed onder je nagels vandaan?

Alle media maakt er tegenwoordig gebruik van; de massa. Ze zetten de maatschappij in om ze te laten stemmen, te laten reageren en hen te verbinden. Televisie programma’s zoals ‘The voice of Holland’ en ‘Pownews’. Maar ook de online kranten willen meer horen van de community. Mensen kunnen reageren op artikelen via social media, ze kunnen zelf hun columns of artikelen plaatsen en ze kunnen stemmen. Zoals Eindhoven dichtbij, Nu.nl en de metro. Deze laatste heeft nu een wedstrijd bedacht waarbij je stemmen moet verzamelen. Maar hoe zorg je nou dat je de massa aan jouw zijde krijgt en dat je ze niet tegen je krijgt? Het blijft een dilemma.

Hoe werkt het?
Heel simpel. Je maakt een profiel aan en je kunt zoveel columns uploaden als je wilt. De voorwaarde is dat ze niet langer dan 400 woorden zijn. Je mag geen  werknemer, contractant of consultant van Metro en gelieerde zijn. En het advies is dat je licht van toon schrijft. Zware, wereldpolitieke beschouwingen moeten heel briljant zijn om de krant te kunnen halen. Dan is er een korte screening en vervolgens plaatsing op de website.

En dan?
Het is gigantisch, dat is een ding wat zeker is. Blijkbaar zijn er veel mensen die in de metro willen staan. Ondertussen zijn er 652 pagina’s, dat betekent dat er al 1340 columns opstaan. Iedereen mag zoveel uploaden als je wilt. Op basis van stemmen word je geplaatst. Het gaat dus niet alleen om of je een leuk stukje schrijft maar vooral om de stemmen die je verzamelt.

Column- of marketingwedstrijd?
Dan komt het stukje marketing om de hoek krijgen. Hoe krijg je je vrienden en familie zover dat ze elke dag opnieuw de drie stemmen die ze hebben op jouw columns plaatsen? Laat staan hoe krijg je wildvreemden zover?
Spammen? Ongevraagd mensen vragen of ze alsjeblieft iets voor je willen doen zodat jij kunt winnen. Veel van mijn Twittervrienden, Facebookmatties en mailcontacten hebben hieraan moeten geloven. Ik heb ze een bericht gestuurd (of meerdere) of ze op mij willen stemmen en dat ik ze dan eeuwig dankbaar ben. Lang leve de social media voor mij, maar ik besef dat het voor jullie niet altijd leuk is.

Hoe kun je het gebruiken?
Het zal echt niet door iedereen in dank worden afgenomen. Sommigen zullen je ontvolgen, je aanspreken of achter je rug zeggen dat je reuze irritant bent. Maar dat moet je dan maar even voor lief nemen en hopen dat ze het je vergeven. Want je hebt een doel: Winnen. Maar hoe kun je je doel bereiken? Dit zijn de stappen die ik heb genomen in mijn poging om columnist te worden op Metro:
– Stuur een tweet met een duidelijke boodschap en met de link waar ze kunnen stemmen;
– Stuur een aantal mensen een persoonlijke DM met de vraag of ze op je willen stemmen;
– Vraag mensen of ze het willen retweeten;
– Vraag aan mensen of ze het mee willen promoten;
– Vraag anderen of ze over je willen bloggen;
– Vraag een bekende/influential vlogger op Youtube zoals @dusdavid of hij je wilt helpen met een promovideo;
– Blog erover op je eigen site;
– Blog erover op andere sites;
– Stuur mails;
– Plaats het op Facebook, Google+ en Hyves (als je deze laatste nog hebt);
– Vraag tips hoe je het aan kunt pakken.

Misschien wel de belangrijkste: spreek mensen persoonlijk aan en bedank ze voor hun acties die ze ondernemen. Je zult regelmatig ‘nee’ te horen krijgen, maar elke ‘ja’ is een grote hulp voor je eigen marketing.

Is het eerlijk?
Nee, totaal niet. Persoonlijk vind ik het ook lastig om op deze manier mensen te moeten vragen of ze mij willen helpen.  Zelfs al zou mijn stuk ontzettend slecht zijn (wat ik overigens niet vind) maar krijg ik genoeg mensen zo ver om hun stem uit te brengen, dan kan ik toch nog winnen.

Persoonlijk denk ik dat ze het beter een marketingwedstrijd hadden moeten noemen in plaats van een columnwedstrijd.

Waarom wil ik winnen?
Nu ik hieraan ben begonnen, wil ik het ook afmaken. Ik ga er ook 100% voor. Mijn excuses voor allen die mij de afgelopen week irritant vind en bij deze beloof ik dat als ik win ik hierna een aantal weken niet meer zal spammen. Maar ik wil graag winnen om het winnen en omdat ik een groter publiek wil bereiken met mijn columns. Daarom wil ik in de metro staan.

Mocht je nog een leuk idee hebben voor mijn marketing dan hoor ik het graag. Zouden jullie ondertussen wel even willen stemmen zodat mijn columns in de metro komen te staan, dan ben ik jullie eeuwig (of in ieder geval een hele tijd) dankbaar. Stem dan even hier ……

 

Wijze wazige woorden

Een aantal passanten kijken mij aan en ik zie in hun ogen, in hun houding, hun manier van lopen dat ze voor geen goud met mij willen ruilen. Ongemerkt versnellen ze hun looppas en als ze een meter of twee van mij verwijderd zijn gaan ze weer langzamer lopen en kijken nog een keer vluchtig om. Ze willen niet hier bij mij zijn. Ik twijfel eigenlijk of ik hier ook wel wil zijn.

Mijn ene been wil versnellen om ook zo snel mogelijk de man achter te laten, maar mijn andere been is geïnteresseerd. Mijn geïnteresseerde been wint de strijd van het been wat weg wil rennen en ik blijf staan. Ik kijk op, recht in de ogen van de passanten en dan naar de man tegenover mij. Ik glimlach tegen de waterige ogen en luister. Alles wat ik hoef te doen is te luisteren. Hij zoekt gewoon een oor dat even wil horen wat hij zegt. Niks engs, niks raars. Ik blijf op afstand, niet omdat ik bang ben, maar meer omdat hij ruikt. Of eigenlijk gewoonweg heel erg stinkt. Naar ouderdom, oud zweet, oude rook en verse alcohol. Hij trekt een scheve grijns en zowel hij als ik beseffen dat hij mij gevangen heeft en dat ik zal blijven staan. Continue reading “Wijze wazige woorden”

Superwoman

Naïef! Stom! Dom! Hoe haal je het in je hoofd? Waar denk jij dat je mee bezig bent? Waarom doe je zoiets?

Wij lopen net naar buiten met een boodschappenkar vol met paashazen, eitjes, broodjes, beleg, paaskoekjes en afwasmiddel. Een auto stopt midden op de weg en een boze man stapt uit. Hij maakt ruzie met een andere man. Echt vriendelijk komt het niet over. Eerder heel bedreigend. Dan gaan ze uit elkaar. Gelukkig!! Maar twee tellen later hebben ze weer ruzie. Nog heftiger dan daarvoor. Ik roep: “hee waar zijn jullie mee bezig” en wil richting de mannen lopen. Mijn vriendje zegt dat ik dat beter niet kan doen (hij heeft door dat ik niet zo heel veel indruk op de boze man zou maken). “Maar we moeten toch iets doen voor het helemaal uit de hand loopt”, zeg ik verontwaardigd. Ik zou mee eeuwig schuldig voelen als die man opeens in elkaar getimmerd wordt en wij niks hebben gedaan. Ik bel de politie. Ondertussen lijkt de ruzie zich op te lossen. De rustige man ziet dat wij aan het bellen zijn en vraagt ons niet de politie te bellen. Hij komt angstig over. Als we aangeven dat de politie al gewaarschuwd is, gaat de rustige man op zoek naar de agressieveling(??!!?). Nu zijn mijn vriend en ik degenen die angstig kijken. Wij willen niet op de uitkomst wachten van dat gesprek en gaan weg omdat we ons verre van veilig voelen. Continue reading “Superwoman”