Viva la femme!

Dit jaar zou ik het anders doen.
Waar ik normaal denk: wat zullen ze wel niet denken, denk ik nu niks en ga ik leven.
Ik moet ondertussen toch ook wel beter weten.
De afgelopen tien jaar heb ik 15 kilo meer en bijna 15 kilo minder dan nu gewogen en altijd was er wel iets waar ik onzeker van werd. Mijn los lubberende huid, mijn littekens, mijn kleine borsten, mijn puist, mijn putjes, mijn vetjes.
En het ergste is, het zat en zit allemaal in mijn hoofd. Sommige mensen zullen naar mij kijken en denken ‘wat heb jij nou te klagen’, dat denk ik ook wel eens bij andere. Maar dat is het probleem, de onzekerheid die ik mezelf aanpraat. Het is ellende en kost veel te veel energie en ik heb er genoeg van.

Dit jaar zou ik me niet laten belemmeren door storende gedachtes door ze simpelweg geen ruimte meer te geven. Door te genieten en mezelf ervan te overtuigen dat het goed is zoals het is.
Dit jaar ga ik beachvolleyballen vol overgave, ren ik over het strand als Pamela (met een iets kleinere cupmaat) en duik ik als een sierlijke dolfijn in de blauwe golven.
Viva la femme, alleen dan op zijn Spaans, aangezien we in Valencia zijn.

We spotten een leuk plekje en lopen door het zand. In mijn hoofd zing ik zachtjes: Viva het vrouw zijn, mijn lichaam, mijn geschiedenis, mijn bruine benen, mijn love handles en kipfiletjes. Viva!
En ik voel het echt.
We zien twee blauwe bedjes met rieten parasolletjes die nog vrij zijn. De bedjes zijn allemaal bezet, maar de rest van het strand is leeg.
We settelen ons tussen de Duitsers, Belgen, Polen en wat andere Nederlands.
Ik trek zonder maar een seconde te twijfelen mijn jurkje over mijn hoofd. Ik glimlach naar de blauwebedjesverhuurder zonder me paniekerig in mijn handdoek te verbergen. Ik ga ontspannen liggen, zonder mijn adem in te houden, stiekem continu mijn billen iets omhoog te tillen zodat mijn love handletjes niet uitdijen en zonder bang te zijn dat mijn bikinitouwtjes ervoor zorgen dat ik lijk op een voorverpakte rollade. Die dag speel ik volleybal, ben ik Pamela en een sierlijke dolfijn. Wat een heerlijk gevoel!

Een aantal dagen later loop ik met nog meer zelfvertrouwen het strand op. Ik hoef zelfs niet meer te zingen om het te voelen. Ik heb een nieuwe bikini die ik graag aan de Spaanse Zon laat zien en voel me blij. Het is zondag. Zondag in Spanje betekent dat iedereen vrij is en iedereen naar het strand gaat. Alleen de blauwe bedjes waaraan je kunt zien hoeveel toeristen er op het strand zijn, zijn nagenoeg leeg. De rest van het strand zit tjokkievol.
Vooral vol met kleine, petite, slanke, Spaanse, bruine vrouwtjes die in hun ieniemienie stringetjesbikini hun week staan te evalueren met een collega-petit-slank-bruin vrouwtje. Ik voel me een reus. De meeste vrouwen komen niet eens tot mijn schouder. Wat zijn die Valencianen klein! Ik voel me een beetje onzeker worden. Naja, een beetje is een beetje een understatement. De oude ik is weer volledig aanwezig.

Ik ga op het bedje liggen tussen de drie andere toeristen en probeer mijn gedachten en mijn omgeving te negeren.
Een uur lang lig ik zogenaamd ontspannen op het bedje. Buik in, borstademhaling, billen iets omhoog, knieën iets gebogen, glimlachen, maar niet te veel anders lijk je net een gek en vooral niet bewegen! Shit!
‘Ga je mee volleyballen?’
’Nee’, antwoord ik met een hoge piepstem door mijn hyperventilatie.
‘Wil je een ijsje dan?’
Weer zeg ik ‘nee’ terwijl mijn hoofd heel hard roept: JAAH IJS!
‘Zwemmen dan?’, probeert hij.
‘Nee’.
Hij ziet hoe ik angstig om me heen kijk. m
‘Kijk, die heeft ook grote billen’ probeert hij hoopvol wijzend naar een meisje met Beyonce-billen.
‘Maar dat zijn strakke billen, geen hangbillen’, roep ik verontwaardigd waarbij ik alle spanning van afgelopen uur op hem projecteer.
‘Maar schatje, dat meisje is 18 of zo en jij het dubbele.’
‘SSsttt..niet zo hard’, roep ik geschrokken maar vooral heel boos. ‘Dat weten zij toch niet’ terwijl ik met mijn hoofd naar de Spaanse vrouwtjes knik.
Hij kijkt mij aan en doet zijn mond open, maar bedenkt zich en schudt zijn hoofd. Het is even stil en hij kijkt me nog een keer aan. Ik negeer hem. Dan zie ik hoe hij teleurgesteld weer op het bedje gaat zitten en een schuldgevoel overspoelt me.

Wat ben ik aan het doen, waar is mijn voornemen? Waarom laat ik dit gebeuren en waar maak ik me druk om?
Ik voel de tranen branden. Resoluut sta ik op, dit wil ik niet meer. Ik laat me niet meer belemmeren.
Ik zet mijn zonnebril af en leg deze samen met mijn belachelijke onzekerheid in mijn tas. Ik kan dit!
Ik recht mijn rug, trek mijn mooie nieuwe bikini recht, pak de volleybal en met opgeheven hoofd kijk ik hem aan.

‘Kom we gaan! Viva la ik!’

 

 

 

 

 

Zoek je eigen irritatie

Ik ben iemand van conflictvermijding, maar sinds een tijd oefen ik met flink ruzie maken met mijn vriend. Gewoon omdat je je frustratie niet moet opkroppen. Ik word ook steeds beter in ruzie maken.  Waar het begon met een zijdelingse boze blik, ben ik nu al bij de stemverheffing en slaande deuren. Dat laatste omdat ik weet dat hij zich daar weer aan ergert.  Maar ik vind ruzie nog steeds niet makkelijk. In mijn hoofd hoor ik de jarenlange lessen  gesprekstechnieken, communicatievaardigheden en conflicthantering en zie ik allerlei docenten fronsend naar mij kijken. Ik kan je dan ook vertellen dat onze ruzies best bijzonder zijn en emoties, gespreksvaardigheden en theorie met elkaar verweven zijn. Ik probeer ook altijd heel constructief te zijn in de ruzies. Ik zorg ervoor dat ik niet elke irritatie uit, maar soms is het genoeg geweest.

“Schatje”
(Eigenlijk bedoel ik hier: je bent een rotzak, maar dat zal zeker niet een goede opening zijn)

“Ja”
(Hij staat open en luistert)

“Ik merk dat ik me de laatste tijd irriteer.”
(Breng het altijd in een ik-boodsschap waardoor je iemand anders niet aanvalt, maar je eigen gevoel weergeeft).

“Heb je jeuk dan?”
(Grapje van zijn kant om het luchtig te houden, maar wat bij mij al gooi-neigingen oproept)

“Nee, ik irriteer me aan het feit dat je niet vraagt of ik iets wil doen maar me commandeert.”
(Een mooie zin die mijn gevoelens weergeeft).

“Goh, dan moet je stoppen met jezelf irriteren en gewoon doen wat ik zeg”.
(Niet heel erg medelevend, maar ik negeer het en tel tot tien.)

“Ik zou het erg waarderen als je het gewoon wilt vragen of ik boodschappen wil doen, de kast dicht moet doen, mijn glazen opruimt of mijn tas, schoenen, jas niet laat slingeren of wat dan ook”.
(Hele concrete voorbeelden benoemen dat is belangrijk, zodat de ander het kan begrijpen.)

“Als jij gewoon je zooi opruimt dan hoef ik het niet te vragen.”
(Wat??)

Waar slaat dit nou weer op? En het is geen zooi!”
(Daag gesprekstechnieken)

“Ik irriteer me dood dat ik altijd al je zooi moet opruimen. Je kunt toch zelf je troep opruimen. Ik word er doodziek van.”

“Je bent een eikel.”
(Boos stamp ik naar boven en gooi daar nog even een deur dicht, zodat hij weet dat ik echt boos ben).

Dit is echt gemeen. Ik probeer heel netjes mijn irritatie te uiten om zo samen tot een oplossing te komen, maar dan draait hij opeens alles om. Dat is echt zo niet eerlijk. Het was mijn irritatie niet dat van hem! Na een aantal mintuen ga ik weer naar beneden.

“Schatje (je weet wat ik hier bedoel), ik ben nog steeds boos. Zoek je eigen irritatie, ik was eerst. Jij moet ophouden met commanderen!”
En voordat hij nog iets kan zeggen, pak ik mijn jas van de bank en de tas die midden in de huiskamer ligt.
“Ik ga boodschappen doen.”

 

 

 

Rollenspel

‘Ik heb nooit gedacht dat hij een Alfa-mannetje was, meer een oude, wijze, grijze chimpansee’, zegt een vriendin.
Ik kijk haar verbaasd aan.
Ik weet zeker dat zijn moeder net zo verbaasd zou kijken als ik en hem ziet als een eeuwig puberende brulaap. Terwijl hij bij zijn vrienden een grappige, bijdehante slingeraap is. Voor een aantal mensen zal hij altijd een snotaap blijven en op zijn werk heeft hij misschien wel iets van een rustige, wijze chimpansee. Wat ik zeker weet is dat hij voor mij de knapste, slimste en meest gespierde baviaan is die er bestaat.

Ik  herken bij mezelf niet het harige gedeelte maar wel de verschillende rollen. Afhankelijk van de mensen om mij heen, laat ik ook verschillende kanten van mezelf zien. Zo kan ik het eeuwig zeurende en onzekere kind zijn, dat altijd bang is dat ze iets tekort komt, of een zelfverzekerde vrouw. Kan ik van een jong, vrolijk geitje veranderen in een papegaai die niks zinnigs kan uitbrengen omdat ik zo onder de indruk ben. Ben ik (heel vaak) een hilarische moppentrommel met geweldige grappen of een knuffelkont. Een fanatiekeling of een professional die haar kennis graag deelt. En een huilebalk of een lachebek. Maar ook een behulpzame, lieve vrouw of een chagrijnige kenau.

Ik denk dat iedereen bewust of onbewust zich een beetje (en soms een beetje veel) aanpast aan zijn of haar omgeving. Je wordt getriggerd door de ruimte, de mensen om je heen, de stand van de zon, hormonen of wat dan ook. Hierdoor komt soms het beste in je naar boven of zit je in een rol waar je helemaal niet blij mee bent, maar die je niet zo makkelijk kunt veranderen omdat je die al jaren zo speelt.

Bij is mij is het niet zo dat ik toneel speel, maar op sommige plekken worden bepaalde karaktereigenschappen in mijn veelzijdige (lees: complexe) karakter in meer of mindere mate versterkt. En het zijn vooral de rollen waar ik niet gelukkig in ben, die me veel energie kosten. Waar ik nog urenlang na die tijd last van heb. Die ik thuis nog dagenlang uitgebreid (en vaak hardop) analyseer, reflecteer en analyseer. Thuis waar alles kan en mag. Waar de moppentrommel en lieve vrouw zich in razendsnel tempo verwisselen met het zeurende kind en de kenau.

Ik weet wat je nu denkt: arme vriend.
En dat denk ik soms ook. Ik vind het echt sneu voor hem, maar het is ook een groot compliment.
Het is heel bijzonder dat ik bij hem mezelf kan zijn. Het is zelfs een compliment als ik mijn boosheid op iemand anders op hem projecteer.  Echt! Ik kan je verzekeren, saai is het zeker niet.

En gelukkig  houdt mijn knappe, slimme en gespierde baviaan wel van rollenspelletjes ;-).

Huishouden

http://www.lindanieuws.nl/

Drie jaar later: Sommige dingen veranderen niet…..Alleen is de Viva vervangen door de Linda

Ik vind huishoudelijke taken echt verschrikkelijk. Natuurlijk is het fijn als alles opgeruimd en schoon is. Maar voordat het eindelijk zover is, heb ik al twee uur in diepe ellende doorgebracht. Waarvan één uur mezelf motiveren om te beginnen en het tweede uur de ellendige taak tot uitvoering brengen.

Een tijdje geleden heb ik iets nieuws bedacht. Bij elke klus verzin ik iets wat het leuker maakt. Zo zorg ik bij de was ophangen dat de wasknijpers dezelfde kleur hebben als het kledingstuk, houd ik een wedstrijdje afwas-opstapelen totdat het omvalt en verkleed ik mezelf als ik ga poetsen. Dit werkt wel een beetje. Maar de allerbeste manier om mij aan het huishouden te krijgen, is toch wel het beloningssysteem.

Mezelf belonen als ik de keukenkastjes heb gepoetst, als ik de afwas heb gedaan, het oud papier heb opgeruimd of de was heb opgevouwen.

Mijn beloning is meestal de Viva.
Een perfecte manier om te ontspannen, te genieten, voor inspiratie en helaas ook de perfecte manier irritatie te creëren. ‘s Avonds aan het eten begint mijn zin standaard: In de Viva staat… Mijn vriend kreeg daar zo genoeg van dat hij tegenwoordig de Viva onderschept en verbrandt. Ik heb een Viva-verbod voor minstens zes maanden. Heel hardvochtig van hem.

Na twee volle dagen bankhangen en staken, herinner ik me een artikel uit de Viva … ;-) Soms moet één van de twee zijn boosheid aan de kant zetten en heel volwassen op zoek gaan naar een oplossing. Ik ben heel volwassen, dus ik verzin wel een ander beloningssysteem.

Tijdens het poetsen van de slaapkamer besluit ik als beloning naar het Kruidvat te gaan. Het Kruidvat heeft altijd wel iets wat je nodig hebt of in de toekomst misschien wel eventueel nodig zou kunnen hebben, ooit misschien. Een heerlijke winkel dus.

Blij kom ik twee uur later thuis met paarse geurkaarsjes die chemische lavendelachtige geur hebben maar zo leuk bij ons schilderij passen. De dag daarna kan ik mijn nagellak-verzameling aanvullen met hemelsblauw omdat het bijna lente is.
Mijn vriend is er ook blij mee dat ik het woord Viva niet meer laat vallen en dit heb vervangen door ‘bij het Kruidvat’. Een win-win-win situatie.

Maar het allerbeste van dit beloningssysteem is, dat ik huishoudelijke taken helemaal niet meer zo erg vind. Ik heb er zelfs zin in.
Daarom doe ik nu heel veel in het huishouden.

Ik besef nu zelfs dat als ik de boter na gebruik weer terug in de koelkast zet dit eigenlijk ook opruimen is of als ik de wc doortrekken dit ook een beetje schoonmaken is. En dan verdien ik weer een beloning…

 

Carnaval

Ooit heb ik in een artikel gelezen dat het gebruik van Facebook depressies kan versterken. Het is algemeen bekend dat Facebook een ietwat positiever afspiegeling is van iemands leven.
Ik vind dat niet erg en ik vind het ook wel logisch. Als je iemand op straat tegenkomt, begin je ook niet gelijk te vertellen hoe rot je dag is. Of misschien wel, maar sociaal wenselijk is dat niet.
Maar vooral als je vrienden hebt die regelmatig op vakantie gaan of vrienden die een geweldig leven hebben en alleen maar leuke dingen doen, kan dit negatieve gevoelens veroorzaken bij degenen die dat niet hebben of degenen die niet kunnen relativeren. Ik heb daar nooit erg last van gehad. Ik kan oprecht genieten van foto’s van blije konijnen, katten, kinderen of honden, azuurblauwe zeeën of hagelwitte stranden. Ook van selfies en andere zelfverheerlijking.
Ik vind het gewoon leuk en gezellig. Geen negatieve gevoelens die langer dan twee seconden de overhand hebben.

Totdat het carnaval werd en nu nog steeds is.
Ik erger me groen. Ik zou me niet eens hoeven te verkleden, want ik kan zo als Shrek de deur uitlopen. Ik vind alle carnavalskostuums, polonaises, bierglazen en basale carnavalsdeuntjes meer dan irritant. Ik open zelfs mijn Facebookapp 50 keer minder op een dag door deze irritatie. Ik vind Facebook, carnaval en carnavalvierende vrienden stom.

Maar eigenlijk ben ik gewoon heel erg jaloers. Ik ben altijd al dol geweest op verkleedpartijtjes en carnaval. En elk jaar neem ik me voor om  te gaan carnavallen. Dit jaar zou ik zelfs bier gaan drinken met de buren,  terwijl ik helemaal geen bier lust en ik al vanaf 2008 geen carnaval meer kan vieren. 2016 zou mijn carnavalsjaar worden. Ik wist zelfs hoe ik zou gaan. Als kikker, muis of indiaan. Indiaan is wel mijn favoriet. Ik heb een jeugdherinnering waarbij ik met carnaval indiaan was en dat was geweldig. Ik was een jaar of vier en zie op de foto dat ik aan het bellen was met opa (want dat staat eronder) en ik ben blij want ik lach. Dat wilde ik dit jaar weer. Of eigenlijk wil ik dat al de afgelopen zeven jaar. Maar elk jaar is er iets waardoor het toch niet lukt.

Langzaam voel ik dus dat het artikel gelijk begint te krijgen. Ik raak een beetje depressief en voel me heel eenzaam in mijn jaloezie, gezien mijn vriend als rasechte Brabander de afwijking heeft om niks om carnaval te geven. Hem maakt het niks uit en ik voel me steeds ellendiger. Al die vrolijke, zatte mensen, al die gezelligheid, al dat bier, al die leuke pakjes.
DAT WIL IK OOK!
Ik moet me er ondertussen wel bij neerleggen dat de timing van carnaval elk jaar niet zo gunstig is voor mij, zo rond eind mei zou beter uitkomen. Accepteren dat je iets niet kunt en blij zijn met wat je wel kunt.
Dus vanavond als hij naar het werk is, zet ik Omroep Brabant aan en dans ik de hele avond de polonaise. Drink ik bier dat ik niet lust en lal ik vrolijk mee op de deuntjes. Ik ga carnavallen, thuis, rond de tafel, als indiaan! Alaaf!

 

 

Faction

Mijn vriend maakt zich wel eens zorgen. Nooit lang, want zodra hij zijn zorgen heeft uitgesproken is hij het kwijt. Lijkt me heerlijk. Maar mijn vriend is anders dan ik (gelukkig). We zijn zoals hij dat zegt ‘complementair’. Juist omdat we zo complementair zijn, bekijken we situaties allebei heel anders. Dat zijn perfecte onderwerpen voor vele blogs. Maar mijn vriend maakte zich een paar maanden geleden heel even wat zorgen. Hij dacht dat mijn blogs te veel over onze complementaire status / hem zouden gaan. Hij vond dit niet erg voor zichzelf, maar was bang dat anderen misschien zouden afhaken met lezen. Super attent van hem. Hij gaf mij als tip om meer af te wisselen in de onderwerpen. Hij had natuurlijk gelijk, maar dat heb ik niet gelijk toegegeven. Daarnaast heeft hij hier zelf ook een rol in. Ik heb hem dus ook gevraagd om het meer met mij eens te zijn, zodat ik minder over hem hoef te schrijven. Nee, grapje.
Mijn blogs gaan regelmatig over situaties die ik meemaak en ik maak veel situaties met hem mee. Daarnaast had ik een soort interne blokkade opgeworpen en durfde ik niet meer zo goed over actualiteiten of iets anders te schrijven. Vraag me niet waarom, want dat is echt een heel lang antwoord. Maar ik ben weer gaan afwisselen, blogs over relatie, communicatie, actualiteiten, maatschappelijke irritaties et cetera. En de afwisseling vind ik heerlijk.

Alleen nu maak ik me wel zorgen. Want een week geleden kreeg ik een berichtje met de vraag wat hij er wel niet van vond dat ik zo over hem schreef.  Ik heb het hem gelijk gevraagd.
‘Prima’, is zijn antwoord.

Maar er wordt wel eens vaker gevraagd of alles echt is gebeurd. Bijna alles is echt gebeurd, met uitzondering van de factionsblogs. Die zijn faction. Die blogs zijn om iets duidelijk te maken. Het gaat niet om wat er werkelijk is gebeurd, maar wat ik ermee wil zeggen.

Mijn wijze kapster zei ooit: ‘Beter de halve waarheid dan de hele waarheid.’
Een wijze man zei ooit tegen mij: ‘Een goed verhaal hoeft niet waar te zijn.’
Mijn bio zegt tegen iedereen: ‘Pas op met een vleugje fantasie!’
En een vriendin zei tegen mij: ‘Dat noemen ze faction, schatje. Je schrijft een mengvorm tussen fictie en non-fictie.’

De factionblogs, daarin zijn de meeste dingen wel gebeurd, niet allemaal in de juiste volgorde, sommige met terugwerkende kracht, vaak met overdrijvingen of uit zijn verband gerukt en daarin zijn wat dingen niet echt gebeurd.
Maar ….. het had wel echt gekund dat weet ik zeker!

 

 

Naming the process, is stopping the process

“Ik vind het fijn dat je me knuffelt”, fluister ik zachtjes in zijn oor.
Ik val bijna van de bank als hij me abrupt loslaat.
“Moet dat nou?”, vraagt hij een beetje boos of op zijn minst een beetje geïrriteerd.
“Wat?”, vraag ik verbaasd.
“Naming the process is stopping the process”, en hij schuift weer naar zijn hoek van de bank en begint te zappen.
“Wat?”
“Waarom moet je altijd alles benoemen. Laat het gewoon zijn zoals het is en geniet ervan”,  zegt hij.
Ik kijk hem even verbaasd aan en ga met mijn armen over elkaar zitten zodat hij ziet dat ik ook boos ben. Mannen…. Of specifieker.. hij!!!
Ik wil hem het liefst een mep geven of met iets gooien en schreeuwen: “En wat dacht je van positieve bekrachtiging, meneer de psycholoog??????”. Maar ik houd mijn mond en opeens besef ik dat dit al jaren iets is waar we regelmatig tegenaan lopen. Ik benoem wat ik fijn vind, in de hoop dat hij blij wordt van de positieve bekrachtiging en het doet. Of het nou gaat om knuffels, cadeautjes of lekker koken. Bij mij werkt het namelijk ook echt zo. Ik ben net een jonge hond die nog een snoepje als beloning wil. En dan maakt het me niks uit of je me bewust of onbewust manipuleert. Who cares?!!! Ik ben dol op positieve bekrachtiging en op snoepjes.
Bij hem werkt het andersom of misschien meer averechts. Doordat ik benoem wat er op dat moment is, doe ik het moment volgens hem tekort. Waar hij natuurlijk een heel klein beetje gelijk in heeft.. Maar… Maar ik vind het lastig dat hij meer is van: ‘Ik zeg het wel als het niet goed is en als het goed is dan hoef ik mijn stembanden daar niet mee te belasten’. Mijn oren worden hierdoor belast met vooral negativiteit. In mijn hart weet ik dat we eigenlijk vaker fijne momenten hebben dan niet fijne, maar woorden maken soms meer kapot dat je lief is… Echt. Dat is in ieder geval zijn overtuiging. Hierdoor ben ik de afgelopen jaren misschien een beetje gaan overcompenseren en benoem ik alles wat ik fijn of goed vind.

Ik ben echter wel bereid om het eens door zijn ogen te zien. Een relatie is ook van elkaar leren, of zoiets. Ik ga proberen ook stiltes voor het goede te laten zijn, dus gewoon net iets vaker mijn mond houden en blij zijn met wat er is. Dat de momenten dat hij niks zegt, hij eigenlijk gewoon heel tevreden is met de situatie en met mij. Dat hij op die momenten eigenlijk met elke hartslag zegt ‘ik houd van je’ en mijn hart het in stilte beantwoordt. Ja, ik kan best leren en ik wil het best eens ervaren.

Het is een heel moeilijke opdracht die ik mezelf heb gegeven. Ik open tig-honderd keer mijn mond om hem dan weer snel te sluiten. Ik vraag het uiterste van mezelf om hem maar geen complimenten te geven of te zeggen hoe fijn ik iets vind. Ik voel steeds meer spanning in mijn lijf… En het ergste is nog dat hij het helemaal niet lijkt te merken.  Hij is zoals altijd. Hij is stil op de momenten dat we fijn samen op de bank liggen. Hij zegt niks als ik het huishouden heb gedaan. Hij zwijgt als ik hem een knuffel geef. Ergens zit ik toch nog te wachten op een positieve bekrachtiging. Een ieniemienie complimentje als: “Schatje, wat fijn dat je bijna niks meer zegt”, of iets dergelijks.
Na een paar dagen meerdere keren mijn tong afbijten, is het officieel, ik ben boos en gefrustreerd. En als ik boos of gefrustreerd ben, dan ga ik altijd spontaan opruimen.
Opeens hoor ik achter me een stem. Hij is het…
“Wat fijn dat je je rotzooi eindelijk opruimt.”
Ik verstar en draai me met mijn armen vol kleren om en kijk hem aan. Ik weet dat dit een soort impliciet complimentje van zijn kant is, maar ik ben meer dan klaar met leren van onze relatie.
“Naming the process, is stopping the process” schreeuw ik en laat de hele buurt meegenieten. Ik laat de kleren vallen en schop nog een keer tegen een spijkerbroek waarna ik boos naar beneden stamp. Zo, misschien moet hij maar eens wat leren…

Verloren

Ik verlies altijd mijn spullen. Of in ieder geval heel erg vaak.
Spullen die niks met elkaar gemeen lijken te hebben, delen opeens toch iets gemeenschappelijks. Ze verstoppen zich voor me. Soms kort en soms maanden tot jarenlang.
Ik word er soms moedeloos van. Het is echt niet makkelijk om mij te zijn. Ik ben er zelf van overtuigd dat ik er niks aan kan doen.  Dat het genetisch bepaald is of zo. Alleen is daar iemand anders niet eens.
Als hij mij weer ziet ronddrentelen, kussens ziet optillen, mijn tas onderste boven ziet keren en mijn gezicht op frustratiestand staat, weet hij alweer hoe laat het is.

In het eerste jaar van onze relatie zocht hij mee of deed hij suggesties waar desbetreffende pinpas, ov-chipkaart, ring, horloge, geld, telefoon, notitieblok of sleutels konden liggen. Of stelde hij vragen waar ik was geweest. Super behulpzaam. Maar dat is gestopt. Waarschijnlijk omdat hij al fulltime werkt en daarnaast geen tijd heeft om ook nog fulltime mee te zoeken naar mijn spullen. Het enige wat hij nu standaard roept, minstens drie keer per dag, is: ‘Je bent niet mindful’. Waarna hij een boze blik krijgt en ik de neiging heb om mijn net teruggevonden sleutels naar zijn hoofd slinger. Maar dat doe ik maar niet omdat ik bang ben dat ik ze daarna niet meer kan vinden.
Hij heeft natuurlijk geen gelijk. Het enige wat niet mindful aan mij is, is dat ik me zorgen maak waar mijn spullen zijn. Daar wordt iedereen onmindful van.
Drie weken geleden heb ik echter voor de vierde keer in vijf maanden een nieuwe ov-chipkaart moeten aanvragen. En toen besefte ik dat ik iets moet veranderen, want dit kost me niet alleen veel frustratie maar ook veel onnodig geld. Ik heb mijn irritatie voor het woord overboord gegooid en heb maar eens gevraagd wat zijn suggestie nou precies inhield.
“Als je nou bewust je spullen ergens neerlegt op een vaste plek dan raak je ze niet kwijt. Door je chipkaart na gebruik gelijk weer in je portemonnee doen”, zegt hij doelend op mijn laatste verliesitem.
Persoonlijk zou ik het een beter idee vinden als ze in alles een chip stoppen, maar tot die tijd ga ik het wijze advies van mijn vriend maar eens proberen. Gewoon een ding tegelijk. Heel mindful. En omdat mijn ov chipkaart de laatste tijd het vaakst verstoppertje speelt, besluit ik me daarop te richten.
En het werkt. Ik durf het bijna niet hardop te zeggen, maar ik ben al twee weken mijn chipkaart niet meer kwijt. Dat is echt uniek en bijzonder. Van de week toen ik met de bus naar de stad ben gegaan heb ik gelijk na het uitchecken mijn pasje terug gestopt  in mijn portemonnee. En… kon ik ook weer zonder problemen terug zonder een half uur in de kou te moeten zoeken. Het is echt geweldig.  Ik kan je nu zelfs zo uit mijn hoofd zeggen waar die ligt. In mijn portemonnee in het tweede rechtervakje van boven, naast mijn rijbewijs.
Er is alleen een nadeel. Ik weet even niet meer waar mijn portemonnee is…..

Slaap lekker

Laatst had ik een leuk interview met een imker. Hij vertelde vol enthousiasme over zijn bijen, zo’n vier uur lang. En nu vind ik bijen heel interessant, zolang ze maar op gepaste afstand blijven. Wat vaak gebeurt als ik iets nieuws leer, is dat mijn brein een beetje op hol slaat. Mijn nieuwsgierigheidskwab wordt overactief en mijn hoofd produceert dan aan de lopende band vragen. Zo vraag ik me sinds het interview al af of een bij heimwee krijgt naar zijn oude volk als de imkers twee bijenvolken splitsen. Of bijen ooit ruzie hebben en of ze slapen. Van al dit soort vragen kan ik echt wakker liggen. Vooral over dat slapen, want een bezige bij zijn lijkt mij zeer uitputtend werk. En we weten allemaal dat slaaptekort tot ochtendhumeur en onproductiviteit leidt.

Dus ik heb de imker Maurice maar gebeld. Het antwoord is hibernating. Een soort sluimerstand die computers ook kennen. Een winterslaap zonder te slapen. Het blijkt namelijk dat het kunnen slapen te maken heeft met de ontwikkeling van een brein. Hoe simpeler het brein hoe kleiner de kans dat ze slapen. Bijvoorbeeld bijen. Die slapen dus niet, maar rusten gewoon en bestaan gewoon zonder enige actie of reactie. Ik denk dat het vergelijkbaar is met mannen die op de bank naar voetbal liggen te kijken en aan niks kunnen denken.

Het echte slapen dat wij doen heeft een belangrijke, natuurlijke functie. Het helpt bij de ontspanning en verwerking, daarom slapen baby’s ook veel. En ik denk zelfs dat er meer achter zit en dat je het verder kunt beredeneren. Dat je, als je veel slaapt, een beter ontwikkeld brein hebt dan mensen die weinig slapen en hoe minder je slaapt hoe kleiner je hersenen worden. Ik slaap heel veel, gemiddeld zo’n 12 uur per nacht. Ik ben er dan ook van overtuigd dat het iets zegt over mijn brein, dat moet wel super ontwikkeld zijn.

Welterusten!

 

Monsters

Iedereen heeft monsters. Bij sommigen zijn het duivels,  rotsblokken, blokkades, stresspunten. Het is maar hoe je het noemt. Ik heb gekozen voor monsters. Niet van die enge, horrorachtige engerds, maar meer zoals uit een tekenfilm met vrolijke kleurtjes. Een bewuste keuze, anders kan ik ’s nachts helemaal niet meer slapen.

Mijn monsters zijn wel ontzettend raar. Ze lijken een beetje op mannen, totaal niet voor reden vatbaar als ze eenmaal los gaan, ze luisteren voor geen meter en zijn zeker niet tactisch.

Ik heb al gemerkt dat hoe meer ik met ze bezig ben, hoe groter ze ook worden. Soms negeer ik ze een tijdje, maar dan staan ze me opeens in een duister hoekje op te wachten. Ik ben soms ontzettend nijdig op ze en schreeuw hardop in mijn hoofd dat ze weg moeten gaan. Maar ze luisteren niet. Als ik in een relativerende bui ben, kan ik ze onder ogen zien. Ze kijken me dan aan met hun lelijke oogjes en dan besef ik dat ze er niks aan kunnen doen. Ze zijn een product van mijn verleden, mijn overactieve brein en te veel tijd om na te denken. Angsten, boosheid, verdriet, spanning, eenzaamheid, verlangen en verwachtingen. Allemaal afzonderlijke monsters, opgestapeld door mijn ervaringen. Soms denk ik dat ik beter voor rotsblokken had kunnen kiezen, maar dat lijkt me zo’n saaie, grijze bedoening. En rotsblokken zijn ontzettend zwaar om continu met je mee te slepen. Mijn monsters lopen tenminste nog zelf.

Ondertussen besef ik dat ik mijn monsters nooit kwijt zal raken. Ze horen bij mij. In mijn hoofd is het vaak dan ook oorverdovend druk. En je weet wat er gebeurt als je veel mannetjes bij elkaar zet, dan worden het een kippenhok vol met haantjes.

Wat ik wel raar vind, is dat het allemaal mannetjes zijn. Logisch gezien het niet luisteren en het onredelijke en niet-luistergedoe, maar voor de rest is het eigenlijk best discriminerend. Misschien projecteer ik onze mannenmaatschappij op mijn monsters. Al die mannen met hun hoge functies, te strakke pakken over hun bolle buiken, te veel parfum en te veel arrogantie zijn meer dan eng.

Of heeft het niks met onze maatschappij te maken en is het gewoon geslachtsbepalend? En hebben mannen schreeuwende en jengelende vrouwelijke monsters?

Hou je van me?

Als ik mijn hoofd bij zijn hart leg, hoor ik niks. Is hij dood? Ik knijp even in zijn arm.
“Wat doe je?” zegt hij terwijl hij mijn hand wegslaat.
“Sorry, er zat een vlieg”, verzin ik slecht. Hij ligt languit op de bank en is druk met voetbal kijken en ik lig met mijn hoofd op zijn borstkas, druk met mezelf en mijn gedachten.
“Kijk maar weer verder”, zeg ik tegen de voetbal kijkende man die eigenlijk al geen aansporing meer nodig heeft. De rennende mannen kunnen me niet boeien. Normaal al niet maar vandaag nog minder. Ik voel een onrust in mijn lijf en hart.

Ik zie de laatste tijd overal liefdesbetuigingen van mannen. Facebook, Twitter, Instagram, televisie, bruiloften, overal zie ik mannen die hun eeuwige liefde verwoorden. Zo mooi, zo romantisch…
‘Voor altijd de mijne, jij bent mijn bloempje, humpeltje luv you, forever yours, ja ik wil, jij bent mijn leven, de lucht die ik nodig heb’

Echt! Het is net als een rode auto. Als je een rode auto gaat kopen, zie je opeens overal rode auto’s. Opeens zie ik alleen nog maar mannen die hun liefde delen. Niet aan mij, maar aan de bijbehorende vrouw.
Ik wil ook die bijbehorende vrouw zijn, maar heb nog geen openbare liefdesbetuiging ontvangen. En daar maak ik me druk om. En als ik me druk maak, zoek ik bevestiging.
Ik tel de minuten af tot de rust…. Ik spring boven op hem.
“Schatje, houd je van me?”
“Ja, hoor” zegt hij en hij geeft me een kus.
Ik krijg een idee en pak mijn telefoon.
“Wacht.. ja de camera loopt… even opnieuw. Houd je van me?”
“Wat ben jij nou aan het doen?”, zegt hij, terwijl hij me aan de kant duwt.
“Nou, alle mannen doen het en het lijkt me zo leuk…” smeek ik bijna (of eigenlijk helemaal).
“Ach schatje, dat zegt toch niks… je weet toch dat ik van je houd. Ik ben gewoon niet iemand die dat zo vaak zegt, online deelt of schreeuwt. Ik laat het liever zien dat ik van je houd, in mijn gedrag”, waarna hij opstaat en drinken gaat pakken voor zichzelf.

Eigenlijk twijfel ik niet of hij van mij houdt. Ik weet dat hij dat doet. Ik vergeet het alleen soms te voelen. We settelen ons weer op de bank. Ik besluit me nooit meer druk te maken en nooit meer te twijfelen. Ik moet gewoon luisteren, niet naar zijn woorden maar naar de rest. Ik ga weer liggen en hoor zijn hart, zijn ademhaling en de tv op de achtergrond. Ik sluit mijn ogen en probeer het impliciete te voelen. Boem-boem-boem-boem. En dan hoor ik het opeens, een beetje een raar geluid. Even twijfel ik, maar ik denk aan mijn voornemen en weet het dan zeker. Het is een overduidelijke beetje knorrende non-verbale liefdesbetuiging. Ik geef hem een kus en kijk hem zielsgelukkig aan. Net voordat ik ‘ik ook van jou mijn Poeliewoepsie’ kan roepen, zegt hij: “Sorry, ik heb zo’n honger, mijn maag knort ervan. Hebben we nog chips?”

Mag ik iets vragen?

Als ik voor elke vraag die ik stel geld zou moeten betalen, dan zou ik heel arm zijn. Aan de andere kant als ik geld zou krijgen voor elke vraag die ik stel, zou ik weer heel rijk zijn.

Ik ben dus een vrager. De impliciete, retorische, manipulerende, oprechte, onwetende, domme, geen-antwoord-willende, nieuwsgierige, grappige, motiverende, vraag-om-het-vragen, zinnige, onzinnige, diepgaande, tegen-beter-weten-in vragen. Allemaal stel ik ze. Deels omdat ik een ongetemde nieuwsgierigheid heb en deels omdat ik te lui ben om het zelf op te zoeken.

Niet iedereen vindt al die vragen fijn. Ondertussen heb ik bij mijn vriend de competentie ontwikkeld dat ik weet of ik vervolgvragen mag stellen of niet. Als hij in één lettergreep reageert en geen oogcontact maakt…..NIET DOORVRAGEN. Antwoorden van twee lettergrepen en oogcontact, eerst ruimte geven om zelf verder te vertellen en dan vragen wat hij ervan vindt. Als hij antwoordt met een monoloog van wel twee zínnen, eerst positief bekrachtigen voordat ik doorvraag.

Maar ik kan je vertellen dat het echt niet simpel is om een vrager te zijn. Hoewel het ook niet makkelijk zal zijn om de vragen te krijgen. Mensen willen niet altijd antwoorden. Aanhang van vrienden en familie wordt vooraf gewaarschuwd voor mijn nieuwsgierigheid en mijn vraagreputatie. In een interview is het natuurlijk hartstikke prima, maar privé is het soms té. Ik probeer het vaak nog te compenseren door naast het vragen ook veel over mezelf te vertellen. Maar al met al blijft het overweldigend.

Soms denk ik wel eens dat ik nooit meer vragen moet stellen, ten compensatie voor alle vragen die ik al in mijn leven heb gesteld.Of zullen mijn vragen vanzelf een keer op zijn? Of moet ik gewoon gaan minderen. Minder praten, vertellen, zeggen, vragen. Of gewoon leren om eerder te stoppen.. Of .. Ohnee wacht!!! STOP!

Of?

Knap

Zo’n 15 jaar en 15 kg geleden zei een vriendin tegen mij:
“Sab, jij legt de lat veel te hoog.”
‘Tja that’s me’, zei ik nog in een poging om het serieuze vervolg af te kappen. Om de een of andere reden voelde ik al dat ik de boodschap liever niet wilde horen. Maar ze ging onverstoorbaar door.
“Jij kijkt alleen naar knappe mannen.”
Duh, logisch, dacht ik nog. Wie niet?
“Maar wil je een relatie, moet je toch voor de wat minder knappe mannen gaan.”
Ik kijk haar zwijgend aan. Geen grapje kon me nu nog redden.
“Jij bent nou eenmaal ook niet de knapste,” sluit ze af.
‘Ok’, zei ik en wist ook niet wat ik er verder nog op had moeten zeggen.

Ik zag wel duizenden knappe mannen met iets minder knappe vrouwen en knappe vrouwen met iets minder knappe mannen, maar dat geluk is maar voor een klein percentage van de bevolking weggelegd. En ondertussen wist ik dat ik zelden tot dat kleine percentage behoorde.

Thuis keek ik nog even in de spiegel en zag dat mijn lovehandles iets te groot waren, zo’n 6 kg aan beide kanten. Mijn gezicht wijst altijd iets naar links, mijn wimpers waren kort en ik had met 17 jaar al cellulitis waardoor ik bij de ongelukkige 4% van de vrouwelijke bevolking hoorde (daar zat ik dan wel weer bij). Daarnaast zorgden de stekeltjes die ik had en te ruime kleren die ik droeg er niet bepaald voor dat ik er heel vrouwelijk uitzag.

Ze had gelijk. Zo kreeg ik natuurlijk nooit een vriend. Ik moest mijn tactiek veranderen.

Ik ging me focussen op de iets minder knappe mannen. En als ik scheel keek, was dat best te doen. Wel kreeg ik op een gegeven moment oogproblemen en hadden mijn ogen problemen met scherpstellen en moest ik zelfs een bril dragen en oefeningen doen om mijn ogen weer te trainen in het scherp zien. Ik merkte ook dat knapheid niet alles is of eigenlijk helemaal niks voorstelt. Je bent maar zo knap als je je zelf voelt. En dat toch,  hoe clichématig ook, het innerlijk belangrijker is. Eikels kunnen dan nog zo knap zijn, ze blijven eikels.

En toen had ik opeens geluk. Een vriend, mijn liefde. Die zelfs knap is als hij ’s morgens wakker wordt, zonder dat ik scheel kijk. Ik kijk nog wel eens scheel om te zien of het echt is en moet vaak tig keer met mijn ogen knipperen om het te geloven. Wat een knapperd heb ik toch. Ik schep daar dan ook vaak en veel over op. Tegen een vriendin zei ik dat ik de knapste heb van de hele wereld.
Zij zegt letterlijk: “Sab… hij is best leuk, maar die van mij is echt knapper hoor.”
Ik wist van verbijstering niet wat ik moest zeggen en heb dat dus ook niet gedaan. Natuurlijk weet ik wel dat knapheid subjectief is, maar kom op… dit had niets met subjectiviteit te maken.

En toen herinnerde ik me het opeens weer. Zij heeft vroeger dezelfde vriendin gehad en misschien wel hetzelfde advies met als gevolg… ze kijkt nog steeds scheel.

Niemand is te vertrouwen

Ik ben wat voorzichtiger geworden. Mijn vriend is hier blij mee, want voorheen was ik lichtelijk naïef in combinatie met een reddercomplex, wat mij in een aantal wijken al een paar keer in de problemen heeft gebracht. Ik ben dus voorzichtiger maar ik wil niet in bitterheid of wantrouwen oud worden. Ik probeer dus nog wel iedereen het voordeel van de twijfel te geven. Alleen, als ik twijfel, is het meestal niet goed en moet ik voorzichtiger zijn.

Zo werd er vorige week aangebeld door een man in een blauw met geel pakje. Hmm, mannen in pakjes… dat is raar. Dus ik ren naar boven om door het raam deze meneer te woord te staan, want dan kan hij mij niet aan de kant gooien en ons huis leegplunderen.
“Mevrouw, uw container is gevallen en is nu kapot, kunt u even naar buiten komen om een formulier in te vullen.”
Raar… hoezo is hij kapot. Vanochtend was hij nog kiplekker en vol, toen ik hem aan de weg zette.
‘Gooi het formulier maar naar boven’, roep ik.
“Hoe dan?”
‘Vouw er een vliegtuigje van of zo, of gooi het door de brievenbus’, stel ik pragmatisch voor.
“Maar mevrouwtje toch…”, zegt hij.

En toen gingen alle alarmbellen rinkelen….. hij probeert mij in te palmen. Ik besluit hem te confronteren met mijn kennis van Opsporing Verzocht.

‘Je kunt wel zeggen dat je vuilnisman bent, maar volgens mij ben je gewoon een overvaller. Dus ik doe niet open en ik neem alles op’, alleen realiseer ik me dat mijn telefoon beneden ligt.

“Maar mevrouwtje toch…”
‘Hou op met me te mevrouwen… ‘, roep ik verontwaardigd.

“Maar… ik ben echt vuilnisman.. ik heb zelfs een vuilniswagen en het is vandaag vuilnisdag…”
‘Ja, dat hebben jullie slim gedaan”, zeg ik terwijl ik langzaam voel dat ik rood word omdat ik besef dat het vandaag dinsdag is en hij ook wel een bekend gezicht heeft. Zo slim kunnen zelfs overvallers niet zijn toch… Ik twijfel nog even tussen mijn angst en logisch verstand.
Hij haalt een pasje met foto en logo uit zijn zak. “Kijk, ik ben echt.”
Ik mompel iets van “sorry” en “die stomme media met hun angstzaaien” en vraag of hij misschien een kopje koffie lust om het goed te maken.
“Dat is heel aardig van u, maar we moeten werken, echt werken, legaal werken…. mevrouwtje”, zegt hij. Met een rood hoofd maak ik de voordeur open en bied nog een keer mijn excuses aan. “Daag mevrouwtje, fijne dag”, zegt de lieve vuilnisman en geeft me een verdachte knipoog.

En deze ochtend was ik bij de tennisclub en een verdachte man liep daar voor de deuren te ijsberen. Capuchon op zijn hoofd, blauwe onbetrouwbare ogen en hij kijkt boos. Ik ga toch maar kijken. De meneer zegt dat hij de jas van zijn zoontje kwijt is. Dat klinkt best aannemelijk, maar zoonlief is nergens te bekennen, dus iedereen kan wel zoiets zeggen. Ik zeg stoer: “Je bent toch geen overvaller hè?”. Hij zegt van niet en glimlacht. Ik vraag nog: “Als je wel een overvaller zou zijn, zou je dan eerlijk antwoord geven?”. Hij kijkt me wat verbaasd aan, waarna ik maar geloof dat hij een vader is van een kind met een verloren jas en help hem zoeken.

Thuis schaam ik me. Heel diep. Wat gebeurt er met mij. De wereld is misschien verhard of misschien lijkt het verhard omdat iedereen harder schreeuwt. Je ziet krantenkoppen vol over mensen die niet te vertrouwen zijn, mensen die kwaad in hun zin hebben, mensen die hun geluk in Nederland komen zoeken, mensen die terroristen zijn en ga zo maar door. En over de reacties nog maar te zwijgen…. die zijn pas hard.

Niks gek dus dat ik voorzichtiger ben, maar een ding is me duidelijk geworden. Iets wat zeker niet te vertrouwen is, zijn je angstgevoelens.

 

 

 

 

Unisex

unisexIk heb een tic. Al tientallen jaren vanaf het moment dat ik mezelf kon aankleden. Ik heb een voorliefde voor kleren van anderen.

Vroeger droeg ik mijn vaders T-shirts en broeken. Toentertijd waren wijde kleren hip (dacht ik). Ook truien, dassen en jassen waren zeer geschikt. In mijn broers kast kwam ik niet. Hij had mij zo bang gemaakt met het verhaal dat daar monsters woonden en dat als ik ooit iets van hem aan zou doen, hij mij zou stenigen, dat ik het echt niet durfde. In de puberteit vond ik het heerlijk om met vriendinnen te tutten en kleding te ruilen en gelukkig vonden zij dat ook.

Continue reading “Unisex”

De blinde vlek der liefde

imagesIk ben met twee vriendinnen uiteten. Na de sociale wenselijkheden over hoe het gaat, praten we gewoon. Of voornamelijk zij praten. Al een uur lang. Logisch natuurlijk, want kinderen vullen je leven. Ik luister wat en weet niet zo goed wat ik hoor. De juffrouw die het helemaal niet snapt, de winkelmevrouw die zich niet met de opvoeding moet bemoeien, de dokter die babyvetjes verwart met overgewicht, maar vooral andere moeders die het allemaal anders en dus verkeerd doen.

Ik denk dat mijn vriendinnenmoeders er niks aan kunnen doen en dat ze tijdens de bevalling niet alleen hun placenta maar ook de competentie van zelfreflectie zijn kwijtgeraakt. Terwijl het reflecteren over de rest van de mensheid lijkt geboren. Vooral andere moeders en leraren moeten het ontgelden.
Na een zoveelste opmerking zeg ik voorzichtig: “Iedereen heeft een blinde vlek voor iets waar hij heel veel van houdt en de ene moeder is de andere moeder niet.” Persoonlijk vind ik dat ik het heel netjes heb geformuleerd. De twee vriendinnenmoeders kijken me boos aan. Het blijft even iets langer stil dan even. Ongemakkelijk schuif ik heen en weer, me voorbereidend op de aanval. Ik wacht. Synchroon draaien de twee boze gezichten zich van mij af en ze praten verder alsof er niks gebeurd is.

“Volgens de juffrouw is Iris een heel bijzonder getalenteerd meisje, maar wel lui. Ik heb gezegd dat het waarschijnlijk aan haar manier van lesgeven ligt. Iris is thuis nooit lui. Weet je wie pas lui is..? Erikje van Hannie.”
“Niet dat Erik daar iets aan kan doen”, zegt de ander, mij hooghartig aankijkend, “dat ligt aan Hannie, die is veel te makkelijk, zegt nooit nee. Ze verpest dat kind gewoon.”
Het gesprek gaat verder, terwijl ik aan morgen denk, mijn etentje met Hannie, die waarschijnlijk precies hetzelfde vertelt over Iris. Ik besluit dat ik morgen wijselijk mijn mond houd en me er maar bij neer moet leggen dat ik dit misschien nooit zal snappen.

Ondertussen zijn we twee jaar verder. Ik heb nu mijn eigen prinsesje, mijn talentje. Ze is  net 1,5 jaar geworden. Ik kan uren naar haar kijken. Haar schattige oortjes, neusje, haar haartjes en haar grappige kontje. Natuurlijk is ze wel eens vervelend, maar nooit zo erg als Iris en Erik. En ze is ook absoluut niet dik, dat zijn nog babyvetjes. En als je haar pijn doet, dan verander ik in een Chinese moordmachine en geef ik je een high five in je gezicht. Vervolgens doe ik me tegoed aan chocolade en huil ik omdat ik twijfel over mijn opvoedkunsten en me schuldig voel over de high five.

Ik denk nog wel eens terug aan het gesprek met de vriendinnenmoeders en ik moet zeggen dat ik ze nu snap. Sinds ik Dora heb, begrijp ik de blinde vlek der liefde en is het gewoon hartstikke logisch. Mijn Dora is ook het knapste, liefste, slimste en leukste konijntje van de wereld.

 

 

Ik ben een man

Ik houd van slechte moppen en lach het hardst als ik ze zelf vertel. Ik laat boeren en scheten en hang ook graag in mijn trainingsbroek op de bank. Ik schaam me niet als ik op mijn pantoffels naar de supermarkt ga en mijn liefde gaat ook veelal door mijn maag. Mijn heupen zijn daar het bewijs van. Als ik een man op de bank zie liggen, helemaal in zichzelf gekeerd, hand in de broek en gefocust op het voetbal (de Al Bundy-modus), herken ik mezelf. Even nergens aan hoeven denken, niet bezig zijn met je omgeving, alleen af en toe een slokje bier, beetje krabbelen aan de bal en het zaakje. Ik heb dat ook met Dr. Dreamy, alleen dan zonder bier, hand in de broek, bal en het zaakje.

Ook emotioneel gezien, heb ik sterke overeenkomsten. Moeilijk bij je gevoel kunnen komen, worstelen met emoties, gedachten en verwachtingen. En als dan na twee maanden eindelijk duidelijk is wat er aan de hand is, moeten er ook nog woorden aan gegeven worden. Terwijl je er zelf al lang mee klaar bent.

Ik denk dat de wereld een stuk makkelijker en leuker wordt als we ons allemaal wat meer als mannen gedragen. Alleen praten over onze emoties als het echt niet anders kan, de solved-in-silence-methode. En als het gevoel niet weggaat door tijd, stilte, bier, krabbelen of voetbal, dan moet je overwegen om hier een keer per kwartaal iets over te delen. Gewoon in één zin en dan het liefste zonder reacties, want anders wordt het ingewikkeld. Praten is dan nog tot daar aan toe, maar een gesprek is gewoon een overschat fenomeen.

Ik snap het wel. Maar ja, ik ben dan ook net een man. Als ik hen in de ogen kijk, voel ik gelijk een soort verbroedering. Ze zijn mijn matties. In een bepaalde context zou je me, net als veel mannen, als een gesloten boek kunnen beschouwen. Ik vind ook dat je niet elk wissewasje hoeft te delen, behalve als het heel, heel groot is. Ik bespreek ook niet alles wat ik voel, denk of meemaak. Pas als het echt belangrijk is en de emoties heel groot zijn.
Het enige verschil tussen mij en een man is dat hij zijn gevoelens één keer per maand uit en ik wel zo’n tien tot dertig keer per dag.

Confrontatie

Vorige week zat ik op de bank te spelen met mijn Samsung smartwatch. Nieuw achtergrondje, mijn appjes lezen en mijn activiteiten bekijken. Opeens licht het scherm op: “3500 stappen. U heeft weer uw doel niet gehaald”, zegt hij (bijna). Ik snap echt niet hoe iemand, die dubbel mijn leeftijd heeft, 10.000 stappen per dag kan zetten. Ik zal wel een 330-jarige oude ziel hebben, die intens vermoeid is en ontzettend stijve gewrichten heeft. Een beetje verdrietig gooi ik mijn smartwatch in de kast: zo, ga daar maar eens nadenken over je eigen gedrag en wat dat met mij doet.
De hele avond krijg ik het niet uit m’n hoofd. Ik moet echt mezelf gaan opbeuren anders raak ik nog depressief. Iets leuks kopen is over het algemeen de beste remedie tegen nare gevoelens. Gezien mijn geld het einde van de maand weer niet gehaald heeft, ga ik naar mijn T-Mobile site. Gratis punten sparen voor gratis cadeaus. Geweldig. Ik struin rond op de site en zie allerlei hebbedingetjes. Voor ik het weet zie ik mezelf de knop indrukken met korting op je volgende factuur. En nog een keer en nog een keer. Een moment van verstandigheid lijkt me te overvallen. ‘Ik wil geen verstandige keuze maken en ik wil geen korting. ‘Ik wil cadeaus!’, jengel ik tegen het scherm. Maar het leed is al geleden. Ik heb nog maar 21 punten over en daar valt niks meer van te ‘kopen’. Wat een ellende.

Drie dagen later heb ik de ellende achter me gelaten. Ik ben weer een en al jeugdige optimisme. Ik heb een avondje voor mezelf en kijk naar So you think you can dance. Stilzittend dans ik mee met alle dansers. Vaak met nog betere techniek en met nog meer emoties. Ik raad de jurycommentaren en huil mee als een kandidaat niet door is naar de bootcamp.
Ik geniet. In de pauze ren ik naar de keuken voor een glaasje appelsap maak een pirouette, ga vlekkeloos over in de Running Man en alsof het niks is doe ik ook nog drie echappé’s achter elkaar.

BAM.

Ik doe niks meer dan kijken naar sterretjes voor mijn ogen. Ik lig gestrekt op de keukenvloer en ga bijna dood van de pijn. Dit is het dan. Ik zie mijn leven al bijna aan mijn netvlies voorbij flitsen. Nee, niet nu al. Het is nog niet mijn tijd. Laat het alleen maar een heupfractuur zijn…

Ondanks dat de pijn langzaam weg trekt, begin ik wel steeds harder te huilen. De afgelopen tijd ben ik net iets  te vaak geconfronteerd met een lichaam en geest die ouder zijn geworden. Ik heb het niet alleen over mijn lichamelijke aftakeling, maar ook over alle verantwoordelijkheden, keuzes die ik moet maken, het goede doen voor jezelf en je omgeving, gewoon alles bij elkaar. Ik probeer rationeel en volwassen mijn tranen te stoppen en te bedenken dat dit bij het leven hoort, maar ik blijf huilen. Na een tijdje worden mijn tranen minder. Weet je, het volwassen leven is gewoon niet altijd zo makkelijk. Vaak wel heel leuk, fijn, grappig, geweldig en mooi, maar niet altijd makkelijk. Ik kom overeind en pak wat drinken. Ik veeg mijn neus aan mijn mouw af en ren naar de tv. Gelukkig, de pauze is voorbij.

 

Geen surprise party

Mijn vriend houdt niet van verrassingen. En dat is raar. Ik oordeel niet, maar het is wel  raar. Wie houdt er nou niet van verrassingen? De kick die je krijgt als de onverwachtheid door je aderen raast. Je hart dat een slag of drie over slaat. Even niet weten hoe je moet reageren, om vervolgens heel blij te zijn of heel verdrietig. Maar over het algemeen zijn verrassingen leuk bedoeld. Waarna je in tranen uitbarst omdat iemand dit speciaal voor jou heeft geregeld.  Dat is de kick van verrassingen.

Hij houdt er dus niet van. Hij plant graag dingen en wil graag weten wat hij kan verwachten. Ik zeg niet dat hij een controlefreak is, maar hij vindt controle wel heel fijn. En dat is prima, maar soms wel lastig als je met mij samenwoont. Ik heb namelijk een natuurlijke weerstand tegen controle en plannen.

Dit heeft tot gevolg dat ik vaak niks van hem snap en hij vaak niks van mij. Ik snap zijn opruimen, plannen en structuur niet. Hij snapt niks van mijn emotiewisselingen, mijn eeuwigdurende onzekerheid en impulsiviteit. Al deze dingen maken ons anders … eh … complementair noemen we het vaak als we in een positieve bui zijn.

Na al die jaren complementair bij elkaar zijn, weten we dat het aftasten is. Een middenweg vinden tussen zijn behoefte en die van mij. Eigenlijk is de echte kunst om elkaar respecteren. Je hoeft elkaar niet te snappen, je hoeft er geen hol van te begrijpen als je maar respecteert dat het voor die ander dus zo voelt of zo kan zijn.

Ik plan daarom afspraken met hem van tevoren in, ik zeg van tevoren wat we eten, hang het wc-rolletje niet verkeerd om op en ruim zoveel mogelijk netjes op. Ik probeer zijn structuur niet te veel te doorbreken, terwijl ik mijn structuur regelmatig laat gaan. In ruil luistert hij gedwee naar mijn zoveelste huilscheldbui en zegt dat ik echt niet zo lelijk ben als ik denk. Hij knuffelt mij dan een keer extra en dan gaan we weer complementair verder.

Soms is het heel lastig om elkaar te respecteren. Bijvoorbeeld met zijn verjaardag. Hij houdt niet van verjaardagen en van verrassingen dus waarom zou ik dit dan doen? (Omdat het een feest is dat je leeft en hij niet weet wat de verrassing is dus niet kan zeggen of hij het wel of niet leuk vindt, maar dat terzijde). De afgelopen jaren heb ik hier rekening mee gehouden. Zijn cadeautjes zocht hij zelf uit en we hebben geen feestjes gevierd. Dit jaar bereikt hij een bijzondere (ietwat pijnlijke) mijlpaal. In mijn ogen zou dat een reden zijn om een groot feest te houden, gewoon omdat het dan toch leuker wordt. Maar ik ben hem niet.

Hij houdt niet van verrassingen, daarom heb ik deze ook dit jaar weer niet. In ieder geval geen grote. Gewoon een kleine. Een leuke, gezellige, kleine verrassingsborrel. Om zeker te weten dat hij niet de benen neemt als hij al zijn vrienden ziet, heb ik wel gezorgd dat hij geen fiets of auto bij zich heeft.
En het is eigenlijk ook geen verrassingsborrel, maar gewoon een verjaardagsborrel met zijn beste vrienden, zonder dat hij het van tevoren weet.

Surprise!

Ik raak altijd alles kwijt

Ik raak alles kwijt. Spullen die op een plek liggen waar ik nog niet heb gekeken of gezocht. Ik hoop eigenlijk dat ‘De Plek van de verloren dingen’ van Cecelia Ahern geen fictie is, maar realiteit en al mijn spullen liggen opgeslagen op een geheime plek. Pinpasje, ringen, trui, foto’s, telefoon, sleutels, pennen, broek, boeken, portemonnee, telefoon, pasjes, oorbellen, tasjes, sokken, mutsen en mijn ov-chipkaart tot 3x toe in de afgelopen week. Materiële spullen die allemaal weliswaar vervangbaar zijn, maar waarvan sommige een onvervangbare emotionele waarde hebben.
Ook gedachten, afspraken, mailtjes, geleende boeken en mezelf ben ik regelmatig kwijt.

Ik zeg ook nooit meer dat ik dingen kwijt ben, want dat klinkt negatief en daar wil ik niet dagelijks mee geconfronteerd worden.
Ik weet heel vaak even niet meer waar iets is. Soms duurt dat even eeuwen.

Ik overweeg Katja Schuurmans te benaderen voor een lotgenotenclubje. Zij heeft ook last van vergeetachtigheid. Tijdens het tv-programma Bodyscan ging zij de strijd aan met deze beperking. Van boodschappenlijstjes tot namen, beroepen en gezichten van personen. De oplossing is trainen van je hersenen, context en je zintuigen.

Neem mijn boodschappenlijst: Keukenrol, kiwi’s, koffie, chocolade tandpasta, schimmelkaas.Vervolgens verzin je een verhaal (context) en zintuigen hieraan:
Je gaat op de kiwi’s staan en voelt ze knappen door je gewicht. Vocht dat tussen je tenen doorloopt, omdat je pas over drie dagen boodschappen doet, heb je drie dagen lang natte voeten. Het gevolg: schimmeltenen die ruiken naar schimmelkaas. Waar je nachten van wakker ligt omdat dit zo ontzettend jeukt. Het enige wat je nog op de been houdt, is koffie. Zo veel en zo puur mogelijk, zelfs zonder water. Je snuift een kilo koffie op. Hatsjoe. Je pakt je zakdoek uit je broekzak en vindt nog een stuk gesmolten chocolade. Gatver, allemaal pluisjes in je mond, snel je tanden poetsen met tandpasta die je nu gaat kopen.

Dit werkt ook bij andere dingen. Jan Appel, heeft een gezicht als een appel maar stinkt als een peer. Harrie Jansen met zijn lange benen en stekelhaar, maakt je website in 2 minuten klaar.

Het is een uitkomst. Al is het wat omslachtig en ingewikkeld. Ik ben wel bang dat ik dingen ga verwarren. Dat ik wc-eend als verjaardagscadeau koop in plaats van een boek, omdat ik de dag daarvoor net die wc-eend onder mijn oksel had gestopt en daar niet meer weg heb gehaald.

De afgelopen week heb ik bijna alles opgeslagen. Mijn pinkteen is drie kilo aangekomen van alle boodschappen en mijn hoofd stroomt over van alle bizarre verhalen. Het is wel een beetje vermoeiend, maar ach, ik ben onderweg naar mijn genezing. Ik vergeet minder (m.u.v. van het gas uitzetten en de deur sluiten), maar boodschappen, namen, gezichten, afspraken zitten in mijn geheugen gegrift. Moe ben ik wel, heel erg moe. Zo intens moe van alle informatie die mijn hersenen nu opeens wel opslaan. Hopelijk besteedt Katja volgende week tijd aan het voorkomen van een burn-out.

 

Muzieknoten

Er is niks maar dan ook niks meer sexy dan een man die je met zijn slaapkamerogen aankijkt terwijl hij tokkelt op zijn gitaar. Als je verdrinkt in zijn ogen en hij zachtjes mooie woorden zingt vol met beloftes en toekomst. Er lijkt me niks meer romantisch dan akoestisch verleid te worden door een grote, knappe, gespierde man die muzieknoten vol liefde uit.

En daar gaat het een beetje mis bij mij. Of eigenlijk bij hem. De muzieknoten. Ik weet zeker dat hij (ge)noten heeft maar daar zit geen bes of bis bij. Mijn grote liefde, geheel niet muzikaal en ook niet heel groot, maar een beetje gespierd en heel knap.

Hij houdt van muziek. Heel veel! Hij is een actief muziekluisteraar maar mij muzikaal verleiden met een zwoele serenade… dat is kansloos.

Ik luister nog even naar Michael Prins die met zijn hese stem trillingen in mijn lichaam veroorzaakt. Ik begin zachtjes te zingen. Een duet met Michael, terwijl ik besef dat mijn liefde mij nooit zo zal toezingen.

Terwijl het wel zou kunnen want er staan dozen vol muziekinstrumenten en bladmuziek op zolder. Verhuisdozen vol die al vier verhuizingen mee worden gesleept omdat … ja vroeger… en wie weet ooit. Langzaam vormt er zich een plan in mijn hoofd, als een toonladder die langzaam omhoog klimt. Vice versa. Muziek is universeel, spreekt ieders taal. Daarom bestaat de radio en kijken mensen naar beste singer-songwriter, Top of the Pops, Serious Request en daarom heeft hij altijd muziek opstaan en honderdduizend lijsten op Spotify. Hij vindt muziek net zo sexy als ik!

Ik ren naar boven en gooi de dozen met instrumenten leeg. Weemoedig raak ik even mijn dwarsfluit aan waar ik 12 jaar lang wekelijks muziek op heb gemaakt. Mooi, maar niet geschikt voor dit plan. Met pen en papier in mijn handen kijk ik naar de rest van de instrumenten en langzaam krijg ik inspiratie. Mijn liefde vloeit uit in refreinen en ritmes. Ik hoor hele orkesten op de achtergrond. Dit is een hit. Zo simpel kan het zijn. Mijn liefdessong voor hem. Het is klaar en tijd voor het optreden.

Ik kook de boontjes te lang en de aardappels te kort. Dek de tafel, zodat we gelijk kunnen eten als hij thuis komt. Tijdens het eten kijkt hij verbaasd naar mijn outfit en mijn smokey eyes, ik knipper een keer zwoel maar zwijg als 130 maten rust. Na de laatste hap demp ik de lichten, steek de kaarsen aan, plaats hem op de bank en ga op een kratje staan. Net een echt podium.

“Schatje deze is voor jou,” zeg ik met mijn meest zwoele stem.

Ik schraap mijn keel en pak mijn triangel (einde1)

 *ping* ik houd van jou, ja echt. Heb ik dat de laatste tijd al gezegd (ping drie keer) (hh 2x)

Ik buig en wacht op het applaus, een liefdesbetuiging of een reactie. Voorzichtig kijk ik op als ik gesnotter, gesnik en een soort gehikt “au” hoor. Lacht hij mij nou uit? Bijna wil ik de triangel naar zijn kop smijten, maar dan zie ik tranen over zijn wangen rollen. Niet een voorzichtig traantje, maar echt een hele waterval. Och, wat lief!

Ik smelt. Er is niks meer sexy dan een man die zich door mij tot tranen toe laat roeren.

 

Schuldig

Ik kijk in de spiegel. Ik zie er perfect uit. De ultieme grijze muis staart mij aan.
Saaie spijkerbroek, afgetrapte sneakers, minimale make-up, haar niet bijzonder gestyled, een zelf gehaakte grijze muts en een oude winterjas. Ik kan nu alleen opvallen omdat mensen denken dat ik hopeloos verloren ben en dat al op deze leeftijd.
Ik ben er klaar voor. Even twijfel ik nog, maar dan verzamel ik alle moed en loop ik naar de winkel.

Continue reading “Schuldig”

Wat je zegt, ben je zelf

Mijn buurvrouw heeft een nieuwe auto. Een echte eyecatcher, door zijn matte bruinige huidskleur (burlywood heet dat). Samen met haar felrood geverfde haar en de gifgele jas zijn ze een bijzondere combinatie.
En elke keer als ze in of uit haar nieuwe auto stapt heeft ze een grote trotse glimlach op haar gezicht en lijkt ze tien centimeter langer dan de 155 cm die ze normaal is. Een fascinerend beeld kan ik je vertellen, wat ik dan ook graag volg.

Laatst zag ik haar thuis komen, rond de klok van 11 uur. Gedurende een uur lang zie ik haar regelmatig haar gehaakte vitrages aan de kant duwen en zie ik haar hoofd heen en weer schieten om de straat te bekijken. Om 12 uur gaat haar voordeur open en ze kijkt weer door de straat en naar de buurman die in zijn oude blauwe Volvo stapt. Uit het niets loopt ze zonder jas de straat op en laat de voordeur open. Mijn alertheid is aangewakkerd en ik kruip wat dichter achter mijn geraniums zodat ik zie wat ze gaat doen. Ze gaat steeds harder lopen en kijkt schichtig om haar heen. Bijna rennend komt ze bij haar verblindende oerlelijke maar hippe auto aan, die aan het einde van de straat geparkeerd staat. Ze kijkt nog een keer om zich heen, stapt in en start de auto en start. Ik spring op en ren naar buiten. Ik ben bang dat de buurvrouw misschien last heeft van euh.. ouderdoms kwalen en een beetje in de war is. En in het kader van de participatiemaatschappij ben ik verplicht om hier iets mee te doen. Ik ren door mijn huiskamer naar de gang om haar tegen te houden en haar te wijzen op haar openstaande deur en aan te bieden om een familielid te bellen.

Als ik op mijn sokken buiten kom, zie ik nog net hoe ze haar auto met een grote grijns op de parkeerplek voor haar eigen deur zet, daar waar drie minuten geleden de oude blauwe Volvo stond. Dit is heel raar. Met mijn mond open, mijn armen in de lucht blijf ik verbaasd staan kijken.
Ze heeft haar auto weliswaar 30 meter verplaatst(!?!!). Echt.

Ze stapt uit de auto en dan ziet ze mij staan. Twee heldere bruine ogen kijken me aan en bezorgd fronst ze haar wenkbrauwen: “Buurvrouw gaat het wel goed met u?”

Ik sluit mijn verbaasde mond en wijs naar de auto. Niet in staat om een concrete vraag te formulieren die mijn verbazing kan onderdrukken.

“Ja, ja dat is lekker makkelijk voor morgenvroeg”, zegt ze terwijl ze een liefdevol klopje geeft op het dak van de auto. “Kind, ga nu maar snel naar binnen, anders vat je kou” zegt ze met een knikje naar mijn sokken die ik linksom aanheb. Terwijl ik me nog steeds verbaasd omdraai en naar binnenloop hoor ik haar zachtjes tegen haar auto zeggen: “Wat een rare vrouw, he?!”

De auto zwijgt, net als ik…

Verslaafd

Hallo, mijn naam is Sabrina en ik ben verslaafd (rest van de zaal mompelt: hallo Sabrina). Ik ben sinds drie minuten clean. Maar ik voel nu alweer de drang. Een onrust die van mij bezit neemt, het gevoel dat ik de controle verlies….
Ik ben Sabrina en mijn verslaving is piekeren.

Ja echt, piekeren blijkt een verslaving te zijn (staat in de Viva dus dan is het waar). Ik heb al gebeld met Novadic maar zij reageerden een beetje vreemd en zeiden dat ze me niet konden helpen. Ik sta er dus helemaal alleen voor.

Vooral ‘s nachts wanneer mijn Sunset-lampje uitgaat, lijkt mijn piekermodus aan te slaan. Ik lig dan op mijn rug en staar dan met mijn ogen dicht naar alle zorgen die voorbij komen: “Hoe zal zij reageren? Welke kleren moet ik aan naar dat feestje? Wat voor een cadeau ga ik voor hem halen? Komt het ooit nog goed met mij? Wanneer hou ik op met piekeren?”

Volgens ‘wetenschappelijk onderzoek’ kan piekeren heel effectief zijn, als je het goed doet. Maar dat is in principe met alles zo…
De olie verversen van je auto is ook effectief, mits je dit goed doet. Het probleem is dat ik verslaafd ben en de problemen steeds groter worden.

Maar ik wil er vanaf. Cold turkey. Geen gepieker meer voor mij. Ik wil er gewoon weer knap uitzien, zonder wallen tot mijn enkels van de vermoeidheid.

In de Viva staan tips over effectief piekeren. Ik kan binnen 10 minuten van mijn verslaving genezen zijn.

Ontspan

Ik leg mijn yoga-matje neer en ga liggen. Ik adem in en uit. Voel mijn tenen, enkels en benen. Langzaam voel ik dat ik ontspan, zorgen over de vriendin verdwijnen, kleding lijkt niet meer belangrijk. Heerlijk! Ik ga door en kom bij mijn linkerbilspier die al langer pijn doet.
Morgen even de huisarts bellen. Ik moet eerst wel even kijken of ik morgen een dag vrij heb, voor het geval dat ik met spoed naar het ziekenhuis moet.

Voor- en nadelen afwegen
Voor elk probleem ga ik de voor- en nadelen afwegen. Maar alles eindigt in een gelijkstand. Of het nou om kleding gaat die ik aan wil naar een feestje of iemand vertellen dat ik het niet zo leuk vond wat hij laatst zei. Elke voordeel heeft blijkbaar zijn nadeel en voor elk nadeel kan ik ook wel weer een voordeel bedenken.

Laat nutteloos gepieker los
Schrijf je zorgen op papier en verbrand het in je tuin (of iemand anders zijn tuin als je deze zelf niet hebt). Dat moet wel werken. Ik pak een A4tje en begin te schrijven. Zes A4-tjes verder staan al mijn zorgen erop. Ik zoek een aansteker en de vlam erin. Rook drinkt mijn neusgaten binnen. Achter me hoor ik gevloek van mijn vriendje.
“Shit, weet jij waar mijn contract is wat hier op tafel lag?”
“Nee, je zult het zelf wel hebben kwijtgemaakt”, zeg ik en kijk naar het brandend papier ….

Maak je problemen bespreekbaar:
Ja, erover praten dat past wel bij mij. Ik scroll door mijn adresboek en kies drie heel verschillende vrienden. De meerderheid bepaalt. Ze zijn echt een grote hulp, ik krijg tips waar ik zelf nog niet aan had gedacht. Fijn, nog meer mogelijkheden…

Vraag een rolmodel wat deze zou doen:
Een rolmodel, iemand die je problemen kan relativeren. Iemand die met beide benen in het leven staat en veel levenservaring heeft. Zoals Dalai Lama of Oprah. Ik kies Oprah. Die is altijd zo medelevend en zo aardig. Maar hoe kan ik haar bereiken? Ik heb echt geen flauw idee…

Gefeliciteerd. U heeft de minicursus met succes afgesloten en bent verlost van het eeuwige gepieker. Vannacht zult u lekker kunnen slapen.
Tsjakka, ik ben genezen.

Ik lig op mijn rug met mijn ogen dicht te staren. Het is vijf uur in de ochtend. Ik ben blij dat ik verlost ben van mijn verslaving. Ik houd me niet meer bezig met die vriendin, die kleren of wat ik hem moet vertellen. Nee, dat is verleden tijd. Ik moet alleen niet vergeten om even Oprah’s nummer te achterhalen, de huisarts te bellen voor een afspraak en iets met dat contract te regelen…

Hallo, mijn naam is Sabrina en ik ben verslaafd.

 

 

Inbreker

Ik zit rechtop in mijn bed. Buiten is het stil en donker. Mijn nekharen staan omhoog en mijn hart klopt als een razende. Beneden hoor ik geluiden. Een inbreker…. Wat moet ik nu doen?
Ga ik zo hard gillen dat zijn trommelvliezen scheuren? Ga ik hem te lijf met mijn knuffels? Verstop ik me in de wasmachine? Vertel ik mijn levensverhaal om empathie te krijgen? Spring ik uit het raam? Bel ik 112 en wacht ik tot ik word doorverbonden met mijn eigen regio en mijn huis al lang leeggeroofd is of ik vermoord ben?
Geen van de opties lijken me ideaal.
Waar zou een inbreker het meest van schrikken? Ik probeer te verplaatsen in de inbreker die beneden bezig is. Als ik weet wat zijn belevingswereld is, weet ik ook waar hij het meest van gaat schrikken.
Ik zou als inbreker oude kleren in een kringloopwinkel kopen. Een bivakmuts met gaatjes bij de neus en mond voor het geval dat het huis waar je inbreekt katten heeft waar je allergisch voor bent en je moet niezen. Schoenen aandoen die twee maten groter zijn om de politie te misleiden. Ik zou pepperspray meenemen omdat de huiseigenaren tegenwoordig steeds vaker het recht in eigen hand nemen. Oordoppen voor als ze gaan gillen. Een kogelvrijvest voor als ze me met een knuffel te lijf gaan. Pleisters voor het geval dat iemand zich bezeert. En een zwarte schoudertas die bij mijn outfit past en waarin ik de spullen kan meenemen.
Ik zou een huis kiezen waar geen oud dametje of meneertje woont, want dat is zielig. Geen jonge kinderen want dat wil ik ze niet aandoen. Geen jong stel, want die hebben waarschijnlijk al hun spaargeld in het huis gestoken. Eigenlijk bij niemand niet. Ik zou dus nooit kunnen inbreken.
Maar zo gevoelig zal mijn inbreker niet zijn. Ondertussen is het stil beneden. Ik twijfel of ik beneden moet gaan kijken, maar ik durf niet zo goed. Dus ik twijfel nog even door. Zo lang dat ik vanzelf in slaap val.
‘s Morgens loop ik naar beneden en herinner ik me mijn angst van die avond ervoor. Voorzichtig loop ik de huiskamer in, maar alles staat er nog. Het zal wel gestommel bij de buren zijn geweest.
Toch denk ik dat ik nu wel maatregelen moet nemen. Je weet maar nooit. Vannacht heb ik gelukkig de oplossingsdroom gehad. Ik ga gelijk op pad en verzamel alles wat ik nodig heb. Dit is geweldig.
Eindelijk is het 10 uur en mag ik gaan slapen. Ik kleed me om en bekijk mezelf goedkeurend in de spiegel. Net echt! Hier gaat hij van schrikken, dit is iets wat geen enkele inbreker verwacht. En elke inbreker heeft een beetje collega-solidariteit in zich. In mijn inbrekerspakje ga ik in mijn bed liggen, pak mijn knuffel en binnen twee minuten val ik al in slaap. Geen zorgen en geen angst…
If you can’t beat them, join them.