De Bart

De afgelopen maanden heb ik niemand gezien, gesproken of gehoord met uitzondering van een vormgever, illustrator en drukker. Ik had de eer om als adjunct-hoofdredacteur te werken aan de jubileumglossy De Bart. Vette shit!
Met Bart de Graaff als hoofdredacteur is het een gaaf blad geworden. Van een zoenende Irene Moors tot een zingende Lee Towers, heb ik mogen interviewen. Ik heb ontzettend veel teksten mogen schrijven en de algehele coördinatie mogen doen. Het was leerzaam en ontzettend hard werken. In één maand een glossy realiseren, is gekkenwerk. Ik ben dol op gekkenwerk en dol op het eindresultaat:

De Bart is een glossy vol met mooie, ontroerende en grappige verhalen over, voor en zelfs door Bart.
En online kun je het ook lezen…

 

 

Bewaren

Bewaren

SAL-dag

Lieve Kaat,

Wat ben ik blij met je blog en dankbaar met de Schijt-aan-Linda-Dag (SAL-dag). Ik had me ook ingeschreven als blogger voor Linda.lijnt en goede hoop. De afwijzing doet toch een beetje pijn, want past mijn verhaal niet of vinden zijn mijn tekst niet goed genoeg..? Die twijfel die jij, ik en waarschijnlijk 388 anderen met ons hebben. Ik haat twijfelen en ben gelijk aan de wijn en chips geslagen. Ik overweeg om Flair, Vrouw of Libelle te vragen of zij mij kunnen helpen, maar ik moet eerst even de afwijzing verwerken. Ik ben wel benieuwd naar de twee bloggers die het wel zijn geworden!

En misschien denk je: waarom heb jij je ingeschreven? Hoewel ik nu een gezond gewicht heb, betekent dat niet dat ik gelukkig ben met mijn lijf. Daarnaast ben ik lang te zwaar geweest, maar ook een tijd veel te licht. Ik dacht dus dat mijn verhaal een toevoeging kon zijn in het aanbod bij Linda.

Ik moet wel bekennen dat ik nog nooit een dieet heb volgehouden, want ik heb (wat dit betreft) een zelfdiscipline van een zak aardappelen.
Het resultaat zag je ook duidelijk terug. Vanaf mijn 14e tot mijn 28e was ik iets boller. Niet voluptueus, want dat klinkt mooi en sexy. Ik was alles behalve sexy, wel onzeker, te zwaar en vooral ongelukkig met mijn lijf.
En toen kreeg ik de ziekte van Crohn, wat ik spottend mijn Sonja Crohn dieet noem. Van bijna 80 kg zakte ik af naar 53 kg om vervolgens een gewicht van 65 kg te bereiken (met zo’n vijf kilo speling omhoog ;-) ).
Ik heb dus niks te klagen, alleen de ouderdom en zwaartekracht beginnen grip te krijgen op mijn lichaam. Het gevolg: loshangend vel, flabberende hangbillen, zwaaiende kipfiletjesarmen, champignonvormige vetjes over mijn broeksriem en hangende theezakjes ook wel borsten genoemd. Als je me ziet, denk je ‘och, dat valt wel mee’, maar als ik ga liggen, lijk ik net een uitpuilende rollade. Daarom koop ik mijn onderbroeken minstens twee maten groter (lang leve het grote hema-ondergoed) en draag ik geen strakke kleding.

Niet echt te zwaar, maar wel te los, dat is de omschrijving die bij mijn lijf past.

Dat wil ik veranderen. Een paar kilo eraf en vooral heel veel strakker. Ik heb een goede stok achter de deur: mijn bruiloft en mijn mooie trouwjurk (waar ik niks over mag verklappen)!

Maar het wordt dus tijd voor actie. Ik heb nog 173 nachtjes en een plan (waar ik nog aan moet beginnen):

  •    1 x per week boksen
  •    1 à 2 x per week tennissen
  •    2 x per week wandelen of fietsen
  •    1x per week vegetarisch, minder vlees
  •    5 x per dag eten (dus ook ontbijten
  •    meer groenten en minder koolhydraten
  •    niet te veel en ook niet te weinig calorieën
  •    geen frisdrank en 1,5 L water
  •    minder alcohol (lekker vaag)
  •    wel genieten van het leven!

Trouwen is echt een goede stok achter de deur, maar ik ken mezelf en weet dat ik nog wel wat hulp kan gebruiken. Dus ik vroeg aan Linda of zij mij wilde helpen. Aangezien zij niet kan, kan jij het misschien wel? Wat is de beste tip die jij ooit hebt gekregen?

Bewaren

Bloggen voor een product

Beste Chantal,

Ik wil je hartelijk bedanken voor je email. Complimenten over mijn website is altijd leuk om te horen. Ik vind het fijn dat jullie meedenken. Want je hebt gelijk, het is soms heel moeilijk iets nieuws te bedenken waar ik over kan schrijven.

En natuurlijk wil ik een kijkje nemen op jullie website. Oh…… Je wilt dat ik de website benoem en schrijf hoe leuk jullie product is. En jullie geven daar iets voor.  De leukste blog krijgt het product ook daadwerkelijk. Dus als ik voor jullie over jullie product blog, dan word ik misschien ook beloond. Wat me misschien nog acceptabel lijkt is: jullie geven het product en ik schrijf er misschien een blog over.

Maar beste Chantal, ik heb er over nagedacht en wil helaas niet op jullie aanbod ingaan.

Met vriendelijke groet,

Sabrina van Loon

De laatste tijd krijg ik meer van deze mails. Verschillende producten, maar bijna identieke teksten. Als ik een blog schrijf over een product dan krijg ik het product of maak ik kans om dit te krijgen. Dat laatste vind ik niet respectvol.

Ik vraag me altijd af hoe ze bij mijn website uitkomen. Ik heb nog nooit reviews geschreven.  Waarschijnlijk is het willekeur, maar dat terzijde. Ik twijfel soms wel of ik een keer op zo’n aanbod in moet gaan. Het is een soort betaling in natura toch? En als ik echt mag schrijven wat ik ervan vind, waarom niet?
Maar past het wel en zitten er geen addertjes onder het gras en wat doet het met mijn onafhankelijkheid en, en, en…En misschien denk ik wel te moeilijk en maak ik het te ingewikkeld (een talent van mij).

Dus mijn vraag aan jullie. Waarom (zouden) jullie het wel doen?

 

 

 

 

Tutorialtester #2: Party in a box

Het is een geluk dat ik deze week als hobby ‘knutselen’ heb. Een relatief goedkope hobby, omdat ik de afgelopen jaren in mijn bewaardrang een heus knutselparadijs heb verzameld.
En zoals altijd sla ik ook nu weer ‘een beetje’ door in het uitvoeren van mijn hobby. Ik noem het enthousiasme.

Op dit moment ben ik heel enthousiast over: Party in a box.
Ik party-in-a-box erop los. Mijn ‘werkkamer’ is omgedoopt tot knutselhok (nee, ik had nooit gedacht dat ik een knutselhok zou krijgen).
En onder het mom van werken, Pinterest ik me suf op zoek naar nog meer feestjes en nog meer doosjes. Ze gebruiken vaak luciferdoosjes, maar het kan met alle doosjes. Kleine, grote, lelijke, scheve, het maakt niet uit, want ze worden toch gepimpt. En als je geen doosjes in huis hebt, dan Pinterest je gewoon even; How to make a box.
De afgelopen week ben ik echt losgegaan.
Mijn knutselhok ziet er ondertussen uit alsof er een big party is gehouden. En mijn vriend reageert alsof hij een kater heeft (lees chagrijnig) op mijn nieuwe knutselprojecten. Hij kan het woorden ‘Kijk eens wat ik gemaakt heb, leuk hè?’ niet niet meer horen en kan de rotzooi in mijn werkkamer niet aanzien.
En sociaal wenselijk zeggen dat hij het leuk vindt, lukt hem na knutselproject 38 (deze week) ook niet meer.
Maar wat maakt het uit. Ik maak mijn eigen feestje wel.
Eerst volg ik de tutorial van Flow. Dit is extra simpel omdat ze alles uit heb boek ‘Flow Book for paper lovers’ gebruiken en wat je niet hebt, laat je gewoon weg. Simpel!
flow

Je hebt niet veel nodig. Met gekleurde papiertjes, touwtjes, cocktailprikkertjes een perforator en een schaar kom je een heel eind. Oh… en het kaarsje en de ballon niet te vergeten, want het is geen feest zonder die dingen. Ik volg de tutorial en het gaat me makkelijk af. Leuk dit!
Na de Flowtutorial bedenkt mijn creatieve ik dat een niveablikje ook leuk is en een gelpotje ook. Met hulp van sally zie ik dat je persoonlijke boodschappen kunt toevoegen. Alleen de sannievormige ballon vind ik een beetje raar. Ik bedenk me dat een niveablik en een gelpotje ook een soort doosjes zijn en ik die dus ook kan gebruiken. Geweldig! Recycling noemen ze dat!
Aan het niveablikje pruts ik zo lang dat hij niet meer dicht kan. Het schrijven van de letters was bij mij niet zo’n succes, printen van de letters voor op de vlaggetjes maakte het een stuk netter. Het is alleen irritant en priegelwerk om al die kleine letters uit te knippen. Het gelpotje heb ik niet goed schoongemaakt en dat stinkt dus nog een beetje en door het gebruik van fluoriserende vlaggetjes ziet het er wat kinderachtig uit. De confetti geeft een gigantische troep, zeker als je het doosje per ongeluk laat vallen. En de washitape van de Action plakt niet zo goed waardoor je met plakband moet gaan werken en de afwerking weer wat minder mooi wordt. En nog een tip van deze ervaringsdeskundige: gebruik geen Bison Kit super sterk, want het is wel echt supersterk alleen al die gele vlekken op het  papier zijn niet zo mooi. Maar zie hier het resultaat:

gelpotje
gelpotje
niveablikje
niveablikje
Flow
Flow

 

 

 

 

 

 

Mijn conclusie: Zorg dat je de goede materialen gebruikt en de meest simpele is vaak het leukst. Ga zeker niet door als je spontane impulsieve ideeën krijgt, less is more (in mijn geval). De tutorial van Flow is mijn favoriet, het enige wat ik daar nog aan mis is de vlaggetjes met een tekst. Dat maakt het net wat persoonlijker…|
Misschien moet ik toch nog maar een nieuwe poging doen!
Of wacht.. zie ik daar een vaas gemaakt van een melkfles.. dat is ook leuk!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Tutorialtester 1: Himmeli

Ik ben dol op hobby’s en beoefen ze met overgave. Vaak voor een week of twee, tot een nieuwe hobby mijn interesse wekt. Dankzij Pinterest en Instagram, hoef ik me niet te vervelen. Ik neem jullie mee in mijn nieuwe hobby’s en test de online tutorials.

Ik heb mijn eerste luchtplantje gescoord, een Tillandsia. Een plantje dat niet in een potje hoeft en zijn vocht uit de lucht haalt. Een plantje wat je gewoon ergens neer kunt zetten of hangen. Trots neem ik het mee naar mijn kantoor en ga op zoek naar een plekje. Ik probeer de vensterbank, de boekenplank, op de kast en uiteindelijk hang ik het aan een visdraad. Maar het ziet er een beetje triest uit. Het heeft iets nodig.
Blijkbaar vinden meer mensen dat, want Pinterest staat vol ideeën om de Tilly’s minder eenzaam te maken.
Ik kies voor een geometrisch kunstzinnig voorwerp. Het lijkt op wat ik wilde kopen samen met het plantje, maar te duur vond.
Ik kies een tutorial:

 

Of eigenlijk maak ik een combinatie van een aantal tutorials.
Aangezien ik geen metalen buisjes heb en geen dunne visdraad.
Ik zie dat ik ook rietjes en garen kan gebruiken. Ik knutsel en vloek, maar uiteindelijk is het klaar:
TADAAAHH! Mijn eigen Himmeli.

2016-11-05-16-39-51Ik zie gelijk dat mijn Tilly gelukkiger is. Ze is blij met wat gezelschap. Zelf vind ik het resultaat een kleine voldoende.
De rietjes zorgen ervoor dat het cheap eruitziet. Het garen zorgt voor een niet zo stevig geheel en de rietjes sluiten niet goed aan. Het was leuk om te doen, maar het kost veel meer tijd dan de zes minuten die ze in de tutorial laat zien (minstens 54 minuten meer).

De conclusie….zoals mijn vriend zegt:
Leuk voor op de logeerkamer (die we niet hebben).

 

Bewaren

Viva la femme!

Dit jaar zou ik het anders doen.
Waar ik normaal denk: wat zullen ze wel niet denken, denk ik nu niks en ga ik leven.
Ik moet ondertussen toch ook wel beter weten.
De afgelopen tien jaar heb ik 15 kilo meer en bijna 15 kilo minder dan nu gewogen en altijd was er wel iets waar ik onzeker van werd. Mijn los lubberende huid, mijn littekens, mijn kleine borsten, mijn puist, mijn putjes, mijn vetjes.
En het ergste is, het zat en zit allemaal in mijn hoofd. Sommige mensen zullen naar mij kijken en denken ‘wat heb jij nou te klagen’, dat denk ik ook wel eens bij andere. Maar dat is het probleem, de onzekerheid die ik mezelf aanpraat. Het is ellende en kost veel te veel energie en ik heb er genoeg van.

Dit jaar zou ik me niet laten belemmeren door storende gedachtes door ze simpelweg geen ruimte meer te geven. Door te genieten en mezelf ervan te overtuigen dat het goed is zoals het is.
Dit jaar ga ik beachvolleyballen vol overgave, ren ik over het strand als Pamela (met een iets kleinere cupmaat) en duik ik als een sierlijke dolfijn in de blauwe golven.
Viva la femme, alleen dan op zijn Spaans, aangezien we in Valencia zijn.

We spotten een leuk plekje en lopen door het zand. In mijn hoofd zing ik zachtjes: Viva het vrouw zijn, mijn lichaam, mijn geschiedenis, mijn bruine benen, mijn love handles en kipfiletjes. Viva!
En ik voel het echt.
We zien twee blauwe bedjes met rieten parasolletjes die nog vrij zijn. De bedjes zijn allemaal bezet, maar de rest van het strand is leeg.
We settelen ons tussen de Duitsers, Belgen, Polen en wat andere Nederlands.
Ik trek zonder maar een seconde te twijfelen mijn jurkje over mijn hoofd. Ik glimlach naar de blauwebedjesverhuurder zonder me paniekerig in mijn handdoek te verbergen. Ik ga ontspannen liggen, zonder mijn adem in te houden, stiekem continu mijn billen iets omhoog te tillen zodat mijn love handletjes niet uitdijen en zonder bang te zijn dat mijn bikinitouwtjes ervoor zorgen dat ik lijk op een voorverpakte rollade. Die dag speel ik volleybal, ben ik Pamela en een sierlijke dolfijn. Wat een heerlijk gevoel!

Een aantal dagen later loop ik met nog meer zelfvertrouwen het strand op. Ik hoef zelfs niet meer te zingen om het te voelen. Ik heb een nieuwe bikini die ik graag aan de Spaanse Zon laat zien en voel me blij. Het is zondag. Zondag in Spanje betekent dat iedereen vrij is en iedereen naar het strand gaat. Alleen de blauwe bedjes waaraan je kunt zien hoeveel toeristen er op het strand zijn, zijn nagenoeg leeg. De rest van het strand zit tjokkievol.
Vooral vol met kleine, petite, slanke, Spaanse, bruine vrouwtjes die in hun ieniemienie stringetjesbikini hun week staan te evalueren met een collega-petit-slank-bruin vrouwtje. Ik voel me een reus. De meeste vrouwen komen niet eens tot mijn schouder. Wat zijn die Valencianen klein! Ik voel me een beetje onzeker worden. Naja, een beetje is een beetje een understatement. De oude ik is weer volledig aanwezig.

Ik ga op het bedje liggen tussen de drie andere toeristen en probeer mijn gedachten en mijn omgeving te negeren.
Een uur lang lig ik zogenaamd ontspannen op het bedje. Buik in, borstademhaling, billen iets omhoog, knieën iets gebogen, glimlachen, maar niet te veel anders lijk je net een gek en vooral niet bewegen! Shit!
‘Ga je mee volleyballen?’
’Nee’, antwoord ik met een hoge piepstem door mijn hyperventilatie.
‘Wil je een ijsje dan?’
Weer zeg ik ‘nee’ terwijl mijn hoofd heel hard roept: JAAH IJS!
‘Zwemmen dan?’, probeert hij.
‘Nee’.
Hij ziet hoe ik angstig om me heen kijk. m
‘Kijk, die heeft ook grote billen’ probeert hij hoopvol wijzend naar een meisje met Beyonce-billen.
‘Maar dat zijn strakke billen, geen hangbillen’, roep ik verontwaardigd waarbij ik alle spanning van afgelopen uur op hem projecteer.
‘Maar schatje, dat meisje is 18 of zo en jij het dubbele.’
‘SSsttt..niet zo hard’, roep ik geschrokken maar vooral heel boos. ‘Dat weten zij toch niet’ terwijl ik met mijn hoofd naar de Spaanse vrouwtjes knik.
Hij kijkt mij aan en doet zijn mond open, maar bedenkt zich en schudt zijn hoofd. Het is even stil en hij kijkt me nog een keer aan. Ik negeer hem. Dan zie ik hoe hij teleurgesteld weer op het bedje gaat zitten en een schuldgevoel overspoelt me.

Wat ben ik aan het doen, waar is mijn voornemen? Waarom laat ik dit gebeuren en waar maak ik me druk om?
Ik voel de tranen branden. Resoluut sta ik op, dit wil ik niet meer. Ik laat me niet meer belemmeren.
Ik zet mijn zonnebril af en leg deze samen met mijn belachelijke onzekerheid in mijn tas. Ik kan dit!
Ik recht mijn rug, trek mijn mooie nieuwe bikini recht, pak de volleybal en met opgeheven hoofd kijk ik hem aan.

‘Kom we gaan! Viva la ik!’

 

 

 

 

 

Zoek je eigen irritatie

Ik ben iemand van conflictvermijding, maar sinds een tijd oefen ik met flink ruzie maken met mijn vriend. Gewoon omdat je je frustratie niet moet opkroppen. Ik word ook steeds beter in ruzie maken.  Waar het begon met een zijdelingse boze blik, ben ik nu al bij de stemverheffing en slaande deuren. Dat laatste omdat ik weet dat hij zich daar weer aan ergert.  Maar ik vind ruzie nog steeds niet makkelijk. In mijn hoofd hoor ik de jarenlange lessen  gesprekstechnieken, communicatievaardigheden en conflicthantering en zie ik allerlei docenten fronsend naar mij kijken. Ik kan je dan ook vertellen dat onze ruzies best bijzonder zijn en emoties, gespreksvaardigheden en theorie met elkaar verweven zijn. Ik probeer ook altijd heel constructief te zijn in de ruzies. Ik zorg ervoor dat ik niet elke irritatie uit, maar soms is het genoeg geweest.

“Schatje”
(Eigenlijk bedoel ik hier: je bent een rotzak, maar dat zal zeker niet een goede opening zijn)

“Ja”
(Hij staat open en luistert)

“Ik merk dat ik me de laatste tijd irriteer.”
(Breng het altijd in een ik-boodsschap waardoor je iemand anders niet aanvalt, maar je eigen gevoel weergeeft).

“Heb je jeuk dan?”
(Grapje van zijn kant om het luchtig te houden, maar wat bij mij al gooi-neigingen oproept)

“Nee, ik irriteer me aan het feit dat je niet vraagt of ik iets wil doen maar me commandeert.”
(Een mooie zin die mijn gevoelens weergeeft).

“Goh, dan moet je stoppen met jezelf irriteren en gewoon doen wat ik zeg”.
(Niet heel erg medelevend, maar ik negeer het en tel tot tien.)

“Ik zou het erg waarderen als je het gewoon wilt vragen of ik boodschappen wil doen, de kast dicht moet doen, mijn glazen opruimt of mijn tas, schoenen, jas niet laat slingeren of wat dan ook”.
(Hele concrete voorbeelden benoemen dat is belangrijk, zodat de ander het kan begrijpen.)

“Als jij gewoon je zooi opruimt dan hoef ik het niet te vragen.”
(Wat??)

Waar slaat dit nou weer op? En het is geen zooi!”
(Daag gesprekstechnieken)

“Ik irriteer me dood dat ik altijd al je zooi moet opruimen. Je kunt toch zelf je troep opruimen. Ik word er doodziek van.”

“Je bent een eikel.”
(Boos stamp ik naar boven en gooi daar nog even een deur dicht, zodat hij weet dat ik echt boos ben).

Dit is echt gemeen. Ik probeer heel netjes mijn irritatie te uiten om zo samen tot een oplossing te komen, maar dan draait hij opeens alles om. Dat is echt zo niet eerlijk. Het was mijn irritatie niet dat van hem! Na een aantal mintuen ga ik weer naar beneden.

“Schatje (je weet wat ik hier bedoel), ik ben nog steeds boos. Zoek je eigen irritatie, ik was eerst. Jij moet ophouden met commanderen!”
En voordat hij nog iets kan zeggen, pak ik mijn jas van de bank en de tas die midden in de huiskamer ligt.
“Ik ga boodschappen doen.”

 

 

 

We zullen doorgaan

Ok, eigenlijk wist ik het wel. Ik moet doorgaan. Ik zou volgens mij eeuwig spijt krijgen als ik zou stoppen met bloggen.
Het elke maand, elke week of misschien wel elke dag daar ben ik nog niet uit. Volgens mij moet ik het gewoon maar weer gaan doen. Hoe langer ik wacht, hoe moeilijker het weer wordt.

Minder in mijn hoofd en meer achter het toetsenbord dat is mijn goede voornemen!

Rollenspel

‘Ik heb nooit gedacht dat hij een Alfa-mannetje was, meer een oude, wijze, grijze chimpansee’, zegt een vriendin.
Ik kijk haar verbaasd aan.
Ik weet zeker dat zijn moeder net zo verbaasd zou kijken als ik en hem ziet als een eeuwig puberende brulaap. Terwijl hij bij zijn vrienden een grappige, bijdehante slingeraap is. Voor een aantal mensen zal hij altijd een snotaap blijven en op zijn werk heeft hij misschien wel iets van een rustige, wijze chimpansee. Wat ik zeker weet is dat hij voor mij de knapste, slimste en meest gespierde baviaan is die er bestaat.

Ik  herken bij mezelf niet het harige gedeelte maar wel de verschillende rollen. Afhankelijk van de mensen om mij heen, laat ik ook verschillende kanten van mezelf zien. Zo kan ik het eeuwig zeurende en onzekere kind zijn, dat altijd bang is dat ze iets tekort komt, of een zelfverzekerde vrouw. Kan ik van een jong, vrolijk geitje veranderen in een papegaai die niks zinnigs kan uitbrengen omdat ik zo onder de indruk ben. Ben ik (heel vaak) een hilarische moppentrommel met geweldige grappen of een knuffelkont. Een fanatiekeling of een professional die haar kennis graag deelt. En een huilebalk of een lachebek. Maar ook een behulpzame, lieve vrouw of een chagrijnige kenau.

Ik denk dat iedereen bewust of onbewust zich een beetje (en soms een beetje veel) aanpast aan zijn of haar omgeving. Je wordt getriggerd door de ruimte, de mensen om je heen, de stand van de zon, hormonen of wat dan ook. Hierdoor komt soms het beste in je naar boven of zit je in een rol waar je helemaal niet blij mee bent, maar die je niet zo makkelijk kunt veranderen omdat je die al jaren zo speelt.

Bij is mij is het niet zo dat ik toneel speel, maar op sommige plekken worden bepaalde karaktereigenschappen in mijn veelzijdige (lees: complexe) karakter in meer of mindere mate versterkt. En het zijn vooral de rollen waar ik niet gelukkig in ben, die me veel energie kosten. Waar ik nog urenlang na die tijd last van heb. Die ik thuis nog dagenlang uitgebreid (en vaak hardop) analyseer, reflecteer en analyseer. Thuis waar alles kan en mag. Waar de moppentrommel en lieve vrouw zich in razendsnel tempo verwisselen met het zeurende kind en de kenau.

Ik weet wat je nu denkt: arme vriend.
En dat denk ik soms ook. Ik vind het echt sneu voor hem, maar het is ook een groot compliment.
Het is heel bijzonder dat ik bij hem mezelf kan zijn. Het is zelfs een compliment als ik mijn boosheid op iemand anders op hem projecteer.  Echt! Ik kan je verzekeren, saai is het zeker niet.

En gelukkig  houdt mijn knappe, slimme en gespierde baviaan wel van rollenspelletjes ;-).

Huishouden

http://www.lindanieuws.nl/

Drie jaar later: Sommige dingen veranderen niet…..Alleen is de Viva vervangen door de Linda

Ik vind huishoudelijke taken echt verschrikkelijk. Natuurlijk is het fijn als alles opgeruimd en schoon is. Maar voordat het eindelijk zover is, heb ik al twee uur in diepe ellende doorgebracht. Waarvan één uur mezelf motiveren om te beginnen en het tweede uur de ellendige taak tot uitvoering brengen.

Een tijdje geleden heb ik iets nieuws bedacht. Bij elke klus verzin ik iets wat het leuker maakt. Zo zorg ik bij de was ophangen dat de wasknijpers dezelfde kleur hebben als het kledingstuk, houd ik een wedstrijdje afwas-opstapelen totdat het omvalt en verkleed ik mezelf als ik ga poetsen. Dit werkt wel een beetje. Maar de allerbeste manier om mij aan het huishouden te krijgen, is toch wel het beloningssysteem.

Mezelf belonen als ik de keukenkastjes heb gepoetst, als ik de afwas heb gedaan, het oud papier heb opgeruimd of de was heb opgevouwen.

Mijn beloning is meestal de Viva.
Een perfecte manier om te ontspannen, te genieten, voor inspiratie en helaas ook de perfecte manier irritatie te creëren. ‘s Avonds aan het eten begint mijn zin standaard: In de Viva staat… Mijn vriend kreeg daar zo genoeg van dat hij tegenwoordig de Viva onderschept en verbrandt. Ik heb een Viva-verbod voor minstens zes maanden. Heel hardvochtig van hem.

Na twee volle dagen bankhangen en staken, herinner ik me een artikel uit de Viva … ;-) Soms moet één van de twee zijn boosheid aan de kant zetten en heel volwassen op zoek gaan naar een oplossing. Ik ben heel volwassen, dus ik verzin wel een ander beloningssysteem.

Tijdens het poetsen van de slaapkamer besluit ik als beloning naar het Kruidvat te gaan. Het Kruidvat heeft altijd wel iets wat je nodig hebt of in de toekomst misschien wel eventueel nodig zou kunnen hebben, ooit misschien. Een heerlijke winkel dus.

Blij kom ik twee uur later thuis met paarse geurkaarsjes die chemische lavendelachtige geur hebben maar zo leuk bij ons schilderij passen. De dag daarna kan ik mijn nagellak-verzameling aanvullen met hemelsblauw omdat het bijna lente is.
Mijn vriend is er ook blij mee dat ik het woord Viva niet meer laat vallen en dit heb vervangen door ‘bij het Kruidvat’. Een win-win-win situatie.

Maar het allerbeste van dit beloningssysteem is, dat ik huishoudelijke taken helemaal niet meer zo erg vind. Ik heb er zelfs zin in.
Daarom doe ik nu heel veel in het huishouden.

Ik besef nu zelfs dat als ik de boter na gebruik weer terug in de koelkast zet dit eigenlijk ook opruimen is of als ik de wc doortrekken dit ook een beetje schoonmaken is. En dan verdien ik weer een beloning…

 

De griep

Ik ben er nog alleen heb ik ‘even’ last van de griep. Gelukkig heb ik een opkikkertje gekregen. Tot snel!

Vertrouwen

Vier maanden geleden schreef ik al eens een blog over vertrouwen. Maar dat ging voornamelijk over mijn vertrouwen naar anderen. Nu ben ik zelf Persona non grata/vertrouwen.. En moet ik opeens mijn onschuld bewijzen..

We hebben eten besteld en een half uur later kunnen we het gaan halen. Samen met mijn schoonzus loop ik naar het restaurant. We worden hartelijk ontvangen en krijgen zelfs een drankje van het huis. Heel vriendelijk. Als het eten klaar is, pakken we het in en lopen het restaurant uit. Vriendelijk zwaaien we tot afscheid.

Nog voordat we willen gaan eten, roept mijn schoonzus verschrikt: ‘Oh nee, we hebben niet betaald.’
“Geen probleem”, zeg ik nog en ik bel gelijk naar het restaurant.
De eigenaar neemt op. Een beetje lachend van schaamte leg ik uit wie we zijn en dat we na het eten komen betalen. Nog voordat ik uitgesproken ben, begint de eigenaar boos te praten. Wie we wel denken dat we zijn om misbruik te maken van hun vertrouwen. Om zo het restaurant uit te lopen et cetera. Ik onderbreek de man dat zij het ook vergeten zijn. De man wordt steeds bozer, net als ik. Ik zeg dat hij blij moet zijn dat we bellen en zo komen betalen en hang op. Binnen vijf minuten wordt er teruggebeld. Omdat ik een grote schijterd ben als het gaat om confrontaties, geef ik de telefoon aan mijn schoonzus. De eigenaar roept dat hij ons kenteken heeft en de politie gaat bellen.
Mijn schoonzus antwoordt dat we te voet waren en herhaalt wat er al eerder is gezegd. Uiteindelijk hangt ze ook op omdat hij door blijft praten / roepen. Om verdere problemen te voorkomen gaan we maar gelijk naar het restaurant.

In het restaurant wordt uitgelegd waarom ze zo boos zijn. Ze hadden het idee dat we ze een hak wilden zetten omdat ze zo goed van vertrouwen waren geweest. En dat telefoontje was om ze extra te pesten. Alles wat mijn schoonzus aandraagt over dat we zelf bellen, dat ze elkaar kennen, dat zij het ook vergeten waren, komt niet binnen. En dat we vooral niet de schuld bij hen neer moeten leggen, want dat is niet eerlijk. ‘Jullie kunnen wel zeggen dat jullie het vergeten zijn, maar wie zegt dat dat echt waar is?’, zegt ze nog.Ik mompel iets over een beetje vertrouwen in de mensheid, maar mijn schoonzus is al tot de conclusie gekomen dat dit verder geen zin heeft. We rekenen af en vertrekken, nu iets minder vriendelijk.

We zijn oprecht verbaasd. Conclusies van ‘hoe de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’ tot ‘ze zullen wel al heel vaak opgelicht zijn’ en ‘we gaan daar nooit meer heen’ komen voorbij. Mijn conclusie is dat ik het niet snap. Ik snap dat ze in eerste instantie boos zijn en denken ‘shit daar gaat 100 euro’, maar als daarna twee leuke en spontane vrouwen bellen en even later toch nog komen betalen. Nee, wie zou dat wel vertrouwen….?

 

Carnaval

Ooit heb ik in een artikel gelezen dat het gebruik van Facebook depressies kan versterken. Het is algemeen bekend dat Facebook een ietwat positiever afspiegeling is van iemands leven.
Ik vind dat niet erg en ik vind het ook wel logisch. Als je iemand op straat tegenkomt, begin je ook niet gelijk te vertellen hoe rot je dag is. Of misschien wel, maar sociaal wenselijk is dat niet.
Maar vooral als je vrienden hebt die regelmatig op vakantie gaan of vrienden die een geweldig leven hebben en alleen maar leuke dingen doen, kan dit negatieve gevoelens veroorzaken bij degenen die dat niet hebben of degenen die niet kunnen relativeren. Ik heb daar nooit erg last van gehad. Ik kan oprecht genieten van foto’s van blije konijnen, katten, kinderen of honden, azuurblauwe zeeën of hagelwitte stranden. Ook van selfies en andere zelfverheerlijking.
Ik vind het gewoon leuk en gezellig. Geen negatieve gevoelens die langer dan twee seconden de overhand hebben.

Totdat het carnaval werd en nu nog steeds is.
Ik erger me groen. Ik zou me niet eens hoeven te verkleden, want ik kan zo als Shrek de deur uitlopen. Ik vind alle carnavalskostuums, polonaises, bierglazen en basale carnavalsdeuntjes meer dan irritant. Ik open zelfs mijn Facebookapp 50 keer minder op een dag door deze irritatie. Ik vind Facebook, carnaval en carnavalvierende vrienden stom.

Maar eigenlijk ben ik gewoon heel erg jaloers. Ik ben altijd al dol geweest op verkleedpartijtjes en carnaval. En elk jaar neem ik me voor om  te gaan carnavallen. Dit jaar zou ik zelfs bier gaan drinken met de buren,  terwijl ik helemaal geen bier lust en ik al vanaf 2008 geen carnaval meer kan vieren. 2016 zou mijn carnavalsjaar worden. Ik wist zelfs hoe ik zou gaan. Als kikker, muis of indiaan. Indiaan is wel mijn favoriet. Ik heb een jeugdherinnering waarbij ik met carnaval indiaan was en dat was geweldig. Ik was een jaar of vier en zie op de foto dat ik aan het bellen was met opa (want dat staat eronder) en ik ben blij want ik lach. Dat wilde ik dit jaar weer. Of eigenlijk wil ik dat al de afgelopen zeven jaar. Maar elk jaar is er iets waardoor het toch niet lukt.

Langzaam voel ik dus dat het artikel gelijk begint te krijgen. Ik raak een beetje depressief en voel me heel eenzaam in mijn jaloezie, gezien mijn vriend als rasechte Brabander de afwijking heeft om niks om carnaval te geven. Hem maakt het niks uit en ik voel me steeds ellendiger. Al die vrolijke, zatte mensen, al die gezelligheid, al dat bier, al die leuke pakjes.
DAT WIL IK OOK!
Ik moet me er ondertussen wel bij neerleggen dat de timing van carnaval elk jaar niet zo gunstig is voor mij, zo rond eind mei zou beter uitkomen. Accepteren dat je iets niet kunt en blij zijn met wat je wel kunt.
Dus vanavond als hij naar het werk is, zet ik Omroep Brabant aan en dans ik de hele avond de polonaise. Drink ik bier dat ik niet lust en lal ik vrolijk mee op de deuntjes. Ik ga carnavallen, thuis, rond de tafel, als indiaan! Alaaf!

 

 

Daar word je toch blij van?

Blij zijn is een heel subjectieve ervaring, maar er zijn een paar universele zaken waar iedereen blij van wordt. In ieder geval volgens Mona en VVV Nederland die beide de slogan hebben: ‘Daar word je toch blij van’. Persoonlijk word ik blijer van de grappige reclame van Mona dan van de reclame van de VVV. Aan de andere kant word ik wel weer blijer van dat wat VVV biedt dan van de felgekleurde toetjesvariatie van Mona. Maar dat terzijde.

Laatst hebben wij een flink bedrag aan VVV-bonnen gekregen en waren daar heel erg blij mee. Heel blij gingen we naar de stad om cadeautjes voor onszelf te kopen en kwamen terecht bij de Hema. Blij zochten we de mooie schaaltjes uit die perfect passen bij ons nieuwe servies.
Blij, of zelfs opgetogen, gingen we naar de kassa om te betalen met onze bonnen.
“Goedendag, deze doen voor u?” vroeg de Hemakassameneer.
“Ja, graag” zei hij (natuurlijk blij).
“Dat is dan 38 euro alstublieft.”
Mijn vriend haalt een van de bonnen uit zijn zak en geeft hem aan de meneer.
“U krijgt het resterende bedrag niet terug”, zegt hij en pakt de bon.
En mijn vriend trekt de bon weer uit zijn handen.
“Hoezo niet?”
“Tsja, dat is gewoon zo.”
“Maar waarom is dat zo?”
“Tsja, dat weet ik niet.”
“Waarom weet je dat niet?”, en ik en de klanten achter ons horen overduidelijk dat hij niet meer blij is.
“Tsja, dat weet ik gewoon niet”, zegt de meneer opgewekt.
Ongemakkelijk kijk ik achter me en tik snel mijn vriend een keer aan en wijs naar de bon met een kleiner bedrag, zodat we de rest kunnen bijbetalen.
Even later lopen we de winkel uit.
“Het is diefstal”, zegt mijn vriend.
“Nee joh, je krijgt gewoon een waardebon voor de rest van het bedrag”, overtuig ik hem nog zo naïef als ik ben.

Als we een paar dagen later de resterende schaaltjes in een ander filiaal halen, blijkt dat je inderdaad niks terugkrijgt.
Ik ben oprecht verbaasd, mijn vriend is boos. Niet op de Hema maar op het feit dat iemand het volle bedrag heeft betaald, maar je het dus niet terugkrijgt in welke vorm dan ook. Snel zoeken we nog wat spullen erbij, zodat we precies aan het bedrag komen dat op de bon staat.
“Het is diefstal” zegt hij weer en ik knik bevestigend.
“Maar we hebben wel mooie schaaltjes”, zeg ik een beetje blij zoals de slogan opdraagt. En allerlei spullen die we eigenlijk niet nodig hebben, maar dat laat ik maar achterwege.

Ik vind het ook een beetje raar. Begrijp me niet verkeerd, ik ben hartstikke blij met de bonnen. Maar ….. naar mijn idee zijn er zoveel bedrijfs- en klantvriendelijke oplossingen, zoals een tegoedbon voor het resterende bedrag bij desbetreffende winkel, een kaart waar je het bedrag vanaf scant, of zoiets. Oplossingen waar zowel VVV als winkeliers en klanten blij van worden. Maar ik durf niet zo goed te klagen over de voorwaarden. Dat heeft te maken met dat gezegde over dat paard en zijn bek. Maar ook omdat ik bang ben dat ze door mij hun slogan moeten aanpassen en ik straks alleen nog maar felroze toetjes van Mona kan eten. En Daar word ik niet blij van….. Oh wacht die slogan is weer van iets anders…

 

 

 

Faction

Mijn vriend maakt zich wel eens zorgen. Nooit lang, want zodra hij zijn zorgen heeft uitgesproken is hij het kwijt. Lijkt me heerlijk. Maar mijn vriend is anders dan ik (gelukkig). We zijn zoals hij dat zegt ‘complementair’. Juist omdat we zo complementair zijn, bekijken we situaties allebei heel anders. Dat zijn perfecte onderwerpen voor vele blogs. Maar mijn vriend maakte zich een paar maanden geleden heel even wat zorgen. Hij dacht dat mijn blogs te veel over onze complementaire status / hem zouden gaan. Hij vond dit niet erg voor zichzelf, maar was bang dat anderen misschien zouden afhaken met lezen. Super attent van hem. Hij gaf mij als tip om meer af te wisselen in de onderwerpen. Hij had natuurlijk gelijk, maar dat heb ik niet gelijk toegegeven. Daarnaast heeft hij hier zelf ook een rol in. Ik heb hem dus ook gevraagd om het meer met mij eens te zijn, zodat ik minder over hem hoef te schrijven. Nee, grapje.
Mijn blogs gaan regelmatig over situaties die ik meemaak en ik maak veel situaties met hem mee. Daarnaast had ik een soort interne blokkade opgeworpen en durfde ik niet meer zo goed over actualiteiten of iets anders te schrijven. Vraag me niet waarom, want dat is echt een heel lang antwoord. Maar ik ben weer gaan afwisselen, blogs over relatie, communicatie, actualiteiten, maatschappelijke irritaties et cetera. En de afwisseling vind ik heerlijk.

Alleen nu maak ik me wel zorgen. Want een week geleden kreeg ik een berichtje met de vraag wat hij er wel niet van vond dat ik zo over hem schreef.  Ik heb het hem gelijk gevraagd.
‘Prima’, is zijn antwoord.

Maar er wordt wel eens vaker gevraagd of alles echt is gebeurd. Bijna alles is echt gebeurd, met uitzondering van de factionsblogs. Die zijn faction. Die blogs zijn om iets duidelijk te maken. Het gaat niet om wat er werkelijk is gebeurd, maar wat ik ermee wil zeggen.

Mijn wijze kapster zei ooit: ‘Beter de halve waarheid dan de hele waarheid.’
Een wijze man zei ooit tegen mij: ‘Een goed verhaal hoeft niet waar te zijn.’
Mijn bio zegt tegen iedereen: ‘Pas op met een vleugje fantasie!’
En een vriendin zei tegen mij: ‘Dat noemen ze faction, schatje. Je schrijft een mengvorm tussen fictie en non-fictie.’

De factionblogs, daarin zijn de meeste dingen wel gebeurd, niet allemaal in de juiste volgorde, sommige met terugwerkende kracht, vaak met overdrijvingen of uit zijn verband gerukt en daarin zijn wat dingen niet echt gebeurd.
Maar ….. het had wel echt gekund dat weet ik zeker!

 

 

Naming the process, is stopping the process

“Ik vind het fijn dat je me knuffelt”, fluister ik zachtjes in zijn oor.
Ik val bijna van de bank als hij me abrupt loslaat.
“Moet dat nou?”, vraagt hij een beetje boos of op zijn minst een beetje geïrriteerd.
“Wat?”, vraag ik verbaasd.
“Naming the process is stopping the process”, en hij schuift weer naar zijn hoek van de bank en begint te zappen.
“Wat?”
“Waarom moet je altijd alles benoemen. Laat het gewoon zijn zoals het is en geniet ervan”,  zegt hij.
Ik kijk hem even verbaasd aan en ga met mijn armen over elkaar zitten zodat hij ziet dat ik ook boos ben. Mannen…. Of specifieker.. hij!!!
Ik wil hem het liefst een mep geven of met iets gooien en schreeuwen: “En wat dacht je van positieve bekrachtiging, meneer de psycholoog??????”. Maar ik houd mijn mond en opeens besef ik dat dit al jaren iets is waar we regelmatig tegenaan lopen. Ik benoem wat ik fijn vind, in de hoop dat hij blij wordt van de positieve bekrachtiging en het doet. Of het nou gaat om knuffels, cadeautjes of lekker koken. Bij mij werkt het namelijk ook echt zo. Ik ben net een jonge hond die nog een snoepje als beloning wil. En dan maakt het me niks uit of je me bewust of onbewust manipuleert. Who cares?!!! Ik ben dol op positieve bekrachtiging en op snoepjes.
Bij hem werkt het andersom of misschien meer averechts. Doordat ik benoem wat er op dat moment is, doe ik het moment volgens hem tekort. Waar hij natuurlijk een heel klein beetje gelijk in heeft.. Maar… Maar ik vind het lastig dat hij meer is van: ‘Ik zeg het wel als het niet goed is en als het goed is dan hoef ik mijn stembanden daar niet mee te belasten’. Mijn oren worden hierdoor belast met vooral negativiteit. In mijn hart weet ik dat we eigenlijk vaker fijne momenten hebben dan niet fijne, maar woorden maken soms meer kapot dat je lief is… Echt. Dat is in ieder geval zijn overtuiging. Hierdoor ben ik de afgelopen jaren misschien een beetje gaan overcompenseren en benoem ik alles wat ik fijn of goed vind.

Ik ben echter wel bereid om het eens door zijn ogen te zien. Een relatie is ook van elkaar leren, of zoiets. Ik ga proberen ook stiltes voor het goede te laten zijn, dus gewoon net iets vaker mijn mond houden en blij zijn met wat er is. Dat de momenten dat hij niks zegt, hij eigenlijk gewoon heel tevreden is met de situatie en met mij. Dat hij op die momenten eigenlijk met elke hartslag zegt ‘ik houd van je’ en mijn hart het in stilte beantwoordt. Ja, ik kan best leren en ik wil het best eens ervaren.

Het is een heel moeilijke opdracht die ik mezelf heb gegeven. Ik open tig-honderd keer mijn mond om hem dan weer snel te sluiten. Ik vraag het uiterste van mezelf om hem maar geen complimenten te geven of te zeggen hoe fijn ik iets vind. Ik voel steeds meer spanning in mijn lijf… En het ergste is nog dat hij het helemaal niet lijkt te merken.  Hij is zoals altijd. Hij is stil op de momenten dat we fijn samen op de bank liggen. Hij zegt niks als ik het huishouden heb gedaan. Hij zwijgt als ik hem een knuffel geef. Ergens zit ik toch nog te wachten op een positieve bekrachtiging. Een ieniemienie complimentje als: “Schatje, wat fijn dat je bijna niks meer zegt”, of iets dergelijks.
Na een paar dagen meerdere keren mijn tong afbijten, is het officieel, ik ben boos en gefrustreerd. En als ik boos of gefrustreerd ben, dan ga ik altijd spontaan opruimen.
Opeens hoor ik achter me een stem. Hij is het…
“Wat fijn dat je je rotzooi eindelijk opruimt.”
Ik verstar en draai me met mijn armen vol kleren om en kijk hem aan. Ik weet dat dit een soort impliciet complimentje van zijn kant is, maar ik ben meer dan klaar met leren van onze relatie.
“Naming the process, is stopping the process” schreeuw ik en laat de hele buurt meegenieten. Ik laat de kleren vallen en schop nog een keer tegen een spijkerbroek waarna ik boos naar beneden stamp. Zo, misschien moet hij maar eens wat leren…

Preventie

Ondertussen is het 12 dagen geleden dat er honderden vrouwen zijn aangerand in Duitsland. Volgens de media was een grote groep asielzoekers hierbij betrokken. Maar dat doet er eigenlijk niet toe, vind ik. Het is verschrikkelijk wat daar is gebeurd en daar lijkt iedereen het gelukkig mee eens te zijn.

Burgemeester Henriette Reker vond het ook verschrikkelijk en had ook nog een tip. Een gedragscode voor vrouwen met als onderliggende boodschap: Kleed je fatsoenlijk aan. Als desbetreffende vrouwen anders waren gekleed, waren ze dan niet betast? Dat als – als – als is natuurlijk nooit te bewijzen.

Bepaalde groepen zijn vaker het slachtoffer. Jonge vrouwen zijn vaker het slachtoffer van aanranding. Ouderen vaker van overvallen, buitenlanders vaker van racisme, kinderen van kidnapping, zwarte pieten van een rare discussie, hulpverleners van geweld, winkeliers van diefstal, vluchtelingen van mensensmokkelaars, homoseksuelen van pesten, mannen van zinloos geweld en ga zo maar door.

Even terug naar het kledingadvies van mevrouw Reker… Ik heb daar de afgelopen dagen over nagedacht en eerlijk gezegd ben ik het wel met haar eens. Ik vind ook dat de jongeren van tegenwoordig er schaars gekleed uitzien. Niet alleen met oud en nieuw of een feestje, ook op een gewone stapvrijdagavond. Ik haalde het vroeger niet in mijn hoofd om een naveltruitje aan te doen, maar dit kwam door het feit dat je met mijn tachtig kilo mijn navel niet meer zag. Ik had en heb nog steeds wel korte jurkjes aan, maar dat is niet te kort, te hoerig, maar gewoon mooi. Niks mis mee, vind ik zelf.

Maar haar advies is best nuttig. Misschien wel het vierde beste idee van Duitsland, na de aspirine, tuinkabouters en thermosfles. Want als je de aanleiding weghaalt is er ook geen probleem en dan zijn er geen daders en zeker geen slachtoffers. Het zou kunnen werken en je zou het heel breed kunnen inzetten. Dus jonge vrouwen die zich niet meer kleden als jonge vrouwen, ouderen niet als oudjes. En hetzelfde geldt voor buitenlanders, zwarte pieten, hulpverleners, kinderen, winkeliers, homoseksuelen, mannen….
Een soort continue carnaval voor elk menselijk wezen. Ganz Toll und Überpreventief ist das von Frau Reker. Und ganz van de zotte……Nicht?

 

 

Ik ben een dief

Ik heb altijd gedacht dat ik een heel slechte crimineel zou zijn omdat ik veel te veel last heb van mijn geweten. Vroeger heb ik wel eens chocolade of een snoepje gepikt bij de Jamin en ik ben nog steeds bang dat de politie aan de deur staat om me op te pakken.
Bij de kassa zeg ik het netjes als de caissière te veel geld teruggeeft. En als ik een portemonnee vind, dan speur ik de eigenaar als een ware detective op.
Ik ben ook een watje dat gelooft in karma en bang is dat mijn slechte daad dan in drievoud terugkomt.

Ik zou het zelf persoonlijk ook echt verschrikkelijk vinden als iemand iets van mij zou stelen, zoals mijn konijnen of mijn teksten. Of dat ze zonder te vragen een deel uit mijn vlogs gebruiken in Eenvandaag en gebruiken in het stuk over niet- succesvolle vloggers van Nederland. Dat doet pijn en niet alleen door het onderwerp ;-). Het was in ieder geval minder pijnlijk geweest als ze het even hadden gevraagd.

Stelen mag niet. En ik zou dat dus ook nooit doen…. Maar nu moet ik iets bekennen. Ik heb een misdrijf gepleegd. Ik heb iets gestolen. Vroeger, toen ik nog jong was en net begon met bloggen, gebruikte ik wel eens plaatjes van Google bij mijn blogs. Totdat ik erachter kwam dat dit dus eigenlijk stelen is.

Snel ben ik toen gestopt met #Goedemorgenlol en het plaatsen van foto’s van anderen op mijn site. Ik dacht dat ik alles had gewist. Totdat ik een aantal weken geleden een brief kreeg van een advocaat.

“.. geconstateerd dat een foto op uw website openbaar wordt gemaakt bij het artikel ‘Opa weet raad’ d.d. 2-10-2012. …. geen toestemming voor gegeven…..
…. inbreuken op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten … een schade… Voor deze schade ….. u aansprakelijk
.”

De normale vergoeding is 265,- euro per kwartaal vanaf het moment van plaatsing. Als je even terug gaat rekenen vanaf 2012 dan is dat heel veel geld.

Het was ook meer dan schrikken en tranen rolden bij de vierde alinea al over mijn wangen. Gelukkig had ik gelijk mensen die mij wilden helpen, maar het leed was al geleden en een boete was onvermijdelijk. Natuurlijk heb ik gelijk duizendmaal excuses aangeboden, want ik heb nooit iemand willen benadelen. Als ik deze ervaring positief zou moeten herformuleren, zou ik zeggen: Ik ben een ervaring rijker (397,50 euro armer) en heb nu wel een schoon geweten.

Maar ik baal natuurlijk. Ik weet nog dat ik de blog schreef en daar ook echt van genoot, maar als ik had geweten dat ‘Opa weet raad’ me zoveel zou kosten, had ik hem wel eerder de mond gesnoerd. En ik baal ook omdat het dom is van mezelf. Ik dacht dat ik alles had gewist en aan de andere kant dacht ik ook: “Zoiets zal mij niet overkomen.”

En wat ook een beetje pijnlijk is, is dat de opa op de foto helemaal geen opa bleek te zijn, maar een oma….

 

Blokker

“Ik vind het raar”, fluister ik tegen hem terwijl we de winkel uitlopen.
“Wat?”, vraagt hij niet fluisterend.
Ik kijk even over mijn schouder of ze ons niet kunnen horen, maar ze zijn al druk bezig met de volgende klant die meer wil weten over hoe vaak oplaadbare batterijen opgeladen kunnen worden.
“Ze hadden het toch even kunnen zeggen”, ga ik verder met ons gesprek.
“Natuurlijk niet, dat is toch dom. Ik vind het raar dat jij dat raar vindt. Het zijn ondernemers hoor”, zegt hij waarna hij in de auto stapt.
Voor hem is het gesprek klaar, voor mij nog niet.

Net stonden we in de rij bij de Blokker. Ik hoorde toevallig dat de kassameneer tegen de klant voor ons zei, dat vanaf woensdag nog 30% extra korting op bijna alle spullen zit omdat ze gaan verbouwen.
Voor de klant voor ons niet interessant omdat ze misschien alleen iets wil retourneren.
Ondertussen staan wij geduldig in de rij met een doos servies van Villeroy en Boch. Het servies past perfect bij het bestek van de AH-zegeltjes die we hebben gespaard en is ook nog eens in de aanbieding.

“Deze doen?” vraagt de kassamevrouw.
“Mogen wij er nog een doos bij?”, vraagt mijn vriend.
Even later staan er twee dozen servies met veel korting op de toonbank.
Nog net voordat ze de artikelen kan scannen, legt mijn hoofd als een ware detective de puzzelstukjes in elkaar.
“Wacht!” roep ik.
Mijn vriend kijkt me verbaasd aan, net als de anderen in de winkel.
“Klopt het dat over twee dagen op bijna alles 30% extra korting zit? En zo ja, ook op dit servies?” vraag ik slim (vind ik zelf). De kassamevrouw kijkt even naar de kassaman naast haar en deze knikt bevestigend.
“Dat scheelt 45 euro” zegt mijn vriend zo uit zijn blote hoofd (respect).
“Dan kunnen we beter woensdag terugkomen”, zeg ik en de mensen achter ons in de rij bevestigen dit allemaal. Fijn als mensen zo meedenken. We zijn toch Hollanders en extra korting kunnen we natuurlijk niet laten liggen. De Blokkermeneer en -mevrouw hebben echter andere gedachten.
“Dan is er wel een heel grote kans dat het servies er niet meer is”, zegt hij.
“Servies en pannensets zijn erg geliefd bij zoveel korting”, vult zij aan. De grote kans lijkt mij wel mee te vallen, zeker als we ervoor zorgen dat hij hier woensdagochtend om 8:55 uur staat. En mocht de grote kans dan toch waarheid blijken, dan halen we het servies online of bij een andere Blokker. Mijn vriend spreekt nog met alle mensen in de rij af dat ze tegen niemand iets zeggen om het risico nog verder te beperken. De kans dat we het servies mislopen is zo’n 0,3% denk ik zelf.

Tevreden over mijn eigen slimheid lopen we naar de auto. De euforie van het Jack-Bauer-gevoel duurt echter maar even en dan voel ik opeens wat teleurstelling. Ik heb altijd een bepaalde verbondenheid gevoeld met alle Blokkers, omdat ik er zelf tig jaar elke zaterdag achter de kassa stond. Maar nu voel ik dat niet. Waarom zeiden ze aan de kassa niet dat over twee dagen de hele winkel leeg moet en er dus extra korting is. Ik vind dat raar en dat zou ik bij elke winkel raar vinden. Maar mijn vriend ziet dat anders. Ze zijn ondernemers en moeten toch geld verdienen, is zijn idee. En dat is ook de mening van de zeven van de tien vrouwen die ik gisteravond heb gezien. Ze hebben misschien gelijk, maar… Wat heb je als ondernemer aan klanten die niet terugkomen omdat ze teleurgesteld zijn? Vandaag hebben we ons servies gehaald met 30% extra korting.

Mijn vriend zegt dat ik niet zakelijk denk en dat het juist slim is van de Blokker, of in ieder geval logisch. Ik denk juist dat ik uiterst zakelijk denk. Persoonlijk ben ik van mening dat het niet vertellen over een korting die de volgende dag verschijnt, korting op je klantenkring betekent.

Ach, misschien werk ik daarom niet meer bij de Blokker.

 

De Grens

Voor mij zijn de opengestelde grenzen iets, waardoor je naar Duitsland, België of welk Europees land dan ook kunt rijden, zonder dat knappe douanebeambten je fouilleren of in je kofferbak kijken naar gestolen waar.
Ik vind het een voordeel. Ik voel me welkom door de open grenzen en eerlijk gezegd kende ik ook geen enkele knappe douanebeambten en smokkel ik ook nooit gestolen, in ieder geval niet in mijn kofferbak.
Meer dan mijn halve leven lang (ok, meer dan mijn driekwart leven lang) zijn de open grenzen een feit. Altijd zijn er voor- en tegenstanders geweest, maar voor mijn gevoel nog nooit zo extreem als de laatste tijd.

Er wordt geroepen, geschreeuwd en iedereen moet het weten. Social media staat er vol mee, elke dag opnieuw. Het lijkt wel of mensen de grenzen steeds strakker aan willen trekken, omdat ze bang zijn wat de vluchtelingen hier we niet allemaal komen doen. Ons is van ons. Terwijl ik alleen maar kan denken dat mensen niet voor de lol vluchten. In ieder geval het grootste gedeelte niet.
Maar toch denken sommige mensen anders. Dat zij, de vluchtelingen, alleen maar komen profiteren van dat wat wij hebben. Dat zij naar hun ingestorte huis kijken, waar de moeder en het kleinste kind onder het puin verdwenen zijn en denken… ach laten we maar eens lekker naar Nederland of Duitsland gaan voor de gezelligheid. Ik geloof niet dat zij dat doen en ik geloof ook niet dat wij dat ooit zouden doen. Niemand laat zo maar alles achter.

Wij tegen zij. Daar ligt volgens mij het probleem. Zo gauw we in wij en zij gaan denken, dan gaat het mis. Altijd en overal. Hoewel ik nu indirect natuurlijk hetzelfde doe. Maar toch denk ik dat ik een tegengeluid moet laten horen tegen alle kreten als ‘we zitten vol’ en ‘elke vluchteling is er één teveel’.
Ik ben echt bang dat op een gegeven moment de hel losbreekt als er niet voldoende ander geluid te horen is. Niet alleen daar, maar ook hier. Een tegengeluid om de balans te herstellen, maar ook om het plaatsvervangende schaamtegevoel te compenseren. Een geluid dat bange mensen die letterlijk zijn gevlucht voor hun leven, laat horen dat ze welkom zijn.

Ik denk dat de tijd van afwachten voorbij is. Ik kan achter mijn beeldscherm blijven zitten en niks doen, maar ik kan misschien laten horen wat ik vind. Ik kan laten zien hoe subjectief en relatief een grens kan zijn al is het maar in de kleinste voorbeelden. In de rij bij de Albert Heijn knoop ik grenzeloos praatjes aan met de mensen die ik normaal zou negeren. Ik vraag zelfs aan iedereen in dezelfde rij en de rij naast me de bestekzegeltjes. Op straat begroet ik onbegrensd iedereen die ik zie.  Ik eet de hele week alleen maar grenzeloze gerechten: Pizza, couscous, pasta, Shish taouk, Fuul, Dürüm, chlodnik. Het meeste vind ik niet heel lekker, maar ik weet niet of ik het gewoon verprutst heb bij het koken, wat vrij aannemelijk is, of dat het zo hoort te smaken.

Grenzeloos voor het goede doel waar ik in geloof: Dat wij en zij, ons is!