danger

Mijn vriendje kan koken zonder iets aan te laten branden (echt). Hij kan een muur verven in zijn nette kleren zonder verf op zijn rug te krijgen. Hij kan een band plakken zonder de lamp van de fiets kapot te maken. Hij kan boodschappen doen zonder iets kapot te laten vallen. Hij kan een boek lezen zonder deze vies te maken. Dat kan ik allemaal niet. Ik kan niet koken zonder dat iets een erg donkerbruin randje krijgt (zwart dus). Ik kan geen verfkwast pakken zonder verf in mijn oor te krijgen en niet alleen mijn kleren vies te maken maar ook die van hem. Ik kan geen koffie zetten zonder een zwembad van koffie te creëren. Ik kan niet alleen planten water geven maar voorzie standaard ook de vloer met water en de planten gaan dan vaak ook nog dood. En als ik zou strijken zou ik elke week nieuwe kleren moeten kopen. Dus in kader van de bezuinigingen doe ik dat dus niet. Ik kan niet stofzuigen zonder dat ik de stofzuiger kapot maakt. Mijn computer loopt vast terwijl ik niks doe en mijn sleutels breken af als ik er alleen al naar kijk.

Ik doe echt mijn best maar ik ben een beetje een kluns, een stuntelkampioen.

Ik heb respect voor hem en alle andere mensen die dingen kunnen zonder de extra’s die ik erbij krijg. Ik vind het echt heel erg knap van ze, maar snap niet hoe ze het voor elkaar krijgen. Ik observeer deze mensen geregeld en als ik naar ze kijk dan ziet het er niet zo moeilijk uit. Maar ja dat is ook met de Argentijnse Tango. Dat ziet er ook niet zo moeilijk uit maar als ik een poging doe dan lijkt het meer op een klompendans. En als ik de zonnedans doen dan begint het spontaan te regenen.

Eigenlijk zou ik zo’n bordje om mijn nek moeten hangen: Pas op gevaar!

Ook al is mijn klunzigheid lastig, ik ben er ook wel een beetje aan gewend. Ik houd mezelf voor dat het ook wel een bepaalde charme heeft. Ik heb gemerkt dat als ik me er niet al te druk over maak de schade beperkt blijft. Terwijl ik dus alles doe om de druk zo laag mogelijk te houden en juist niet te denken dat het kapot zou kunnen gaan, wordt de druk door anderen opgevoerd. Onbewust vaak. Er zijn dan van die lieve mensen met hele lieve intenties, die heel lief willen zijn maar mij straks minder lief vinden als ze hun voorwerp terugkrijgen. Sommige dingen moet je niet tegen mij zeggen. Dit moet je voor je houden in je eigen belang, in het belang van mij en van het voorwerp. Veiligheid staat namelijk voorop!

Zo gauw iemand zegt: “Het is heel speciaal maar jij mag het wel lenen” of “Doe je er wel voorzichtig mee”, krijg ik een onbehaaglijk gevoel. De kans wordt direct van 99% naar 100% verhoogd dat er iets met ‘het’ voorwerp gebeurt. Ik sta dan op scherp om al mijn aandacht erbij te houden, wat juist averechts werkt.

Volgens bepaalde iemanden ligt dat aan het feit dat ik niet geconcentreerd ben. Ik probeer wel eens met mijn volle aandacht erbij te houden. Continue schiet er dan door mijn hoofd: “Concentreer je, concentreer je, maak niks kapot, breek niks, knoei niet, maak niks vies, concentreer je, laat het dit keer heel.”  Niet behulpzaam kan ik je vertellen.

Als ik me voor de volle 100% zou concentreren zou ik niks kapot maken. Als ik maar met 1 ding tegelijk bezig zou zijn in plaats van 1001, zou ik geen stuntelkampioen zijn…(toch?!). Ik heb hier heel lang en diep over nagedacht, maar is het dan net zoiets als tegen een bromsnor zeggen dat hij niet meer mag brommen?